Synodeleden op safari naar pioniersplekken in Almere en Hilversum
Waar denkt u aan bij het woord safari? Op reis gaan, nieuwe werelden ontdekken. En dat is precies wat een aantal synodeleden van de Protestantse Kerk vandaag deed. Ze namen een kijkje in de wereld van pioniersplekken, nieuwe vormen van kerk-zijn in Almere en Hilversum. Met een heuse safari-jeep.

De Protestantse Kerk staat voor een uitdaging. Met de komst van nieuwe vormen van kerk-zijn is in de afgelopen tien jaar een mozaïek van kerkplekken ontstaan: bestaande gemeenten naast nieuwe kerkplekken. Vandaag was het eerste moment waarop leden van de synode kennis konden maken met deze nieuwe vormen van kerk-zijn. Want niet iedereen heeft daar veel ervaring mee.

De reis begon vanochtend bij ‘de Schone Poort’ in Almere Poort, waar de synodeleden kennismaakten met pioniers Pieter en Klazien ter Veen en Betty Woord. Stadsdeel Almere Poort zal uitgroeien tot een plaats met 25.000 inwoners. Er komt geen kerkgebouw, maar de kerk wil wel present zijn in dit stukje Nederland. Het team van ‘de Schone Poort’ kijkt hoe het op de beste manier kan aansluiten bij de behoeften van nieuwe inwoners. Regelmatig rijden ze met een omgebouwde SRV-wagen de wijk in of komen samen in een café om te ontdekken wat er leeft onder de bewoners van het stadsdeel.

Welkom voelen

De safari-jeep haastte zich daarna naar Hilversum, een plaats met maar liefst twee pioniersplekken. Kaj en Rianne ten Voorde vertelden de synodeleden over pioniersplek Vitamine G in de Diependaalse kerk. Twee keer per maand is er een informele samenkomst om 12.00 uur, waar de leeftijd rond de 30 jaar is. Belangrijk onderdeel van Vitamine G is de onderlinge verbondenheid buiten de diensten om. Discipelschap is een terugkerend thema: hoe volg je Jezus in het dagelijks leven? Deelnemers worden toegerust om in de buurt waar ze wonen en werken iets van het leven met God te laten zien.

Daarna werd het Christelijk Spiritueel Centrum bezocht, een centrum dat zich vanuit het christelijk geloof richt op mensen die zoeken naar ontspanning en rust. Tjitske Volkerink vertelde de synodeleden over de activiteiten die het centrum organiseert, zoals meditatie, gebed, stiltewandelingen, massage en coaching. Mensen kunnen op deze manier God ontmoeten met lichaam, ziel en geest.

Pioniersplekken

De Protestantse Kerk in Nederland stimuleert het ontstaan van nieuwe vormen van kerk-zijn voor mensen die niet (meer) naar een kerk gaan. Pionieren kan van start gaan in een nieuw gebied, zoals een nieuwbouwwijk. Het kan ook in een omgeving waar al een kerk is, maar dan gericht op mensen die niet (meer) in de kerk komen. Er zijn ook initiatieven voor jonge gezinnen, ouderen en mensen met allerlei spirituele interesses. Meer informatie is te vinden op www.lerenpionieren.nl. Op dit kaartje kunt u zien waar er in Nederland pioniersplekken zijn.

 »lees verder»

 

Profetisch preken: 'Laten zien hoe iets ánders is en kan'
Eerder dit jaar promoveerde de Zeister predikant Kees van Ekris aan de PThU op zijn studie naar het profetische element in de prediking. Wat gebeurt er in een profetische preek? Hoe goed luistert een gemeente? En wie wacht er nog op een profetische stem?

Voor uw proefschrift bestudeerde u preken van onder meer grootheden als Dietrich Bonhoeffer, Martin Luther King en Desmond Tutu. Waar verwijst de titel Making See naar?
‘Na een langdurige analyse hield ik vijf concepten over die in alle onderzochte preken voorkwamen. Die comprimeerde ik tot één kernconcept: Zien. Daar zitten drie aspecten in. Allereerst: zichtbaar maken wat het mens-zijn beschadigt; vaak is dat verhuld door taal of taboes en iemand pelt dat open. Het tweede aspect is inzicht overdragen, en het derde is de alternatieve manier van waarnemen die dat oplevert: wat er gebeurt in een profetische preek. Daar hoort een woord als “visioen” bij. Dat raakt aan kunst en politiek: laten zien hoe iets anders is en kan. Een kunstenaar weet, net als een predikant, dat dit hard werken is, afzien, met perioden van leegte. In mijn traditie noemen ze dat “bevindelijke processen” waarin je soms aan het einde bent van je kunnen en je hoop. Ik vergelijk het predikantschap ook wel met het leven van een boer: het altijd beschikbaar zijn, het leven in je bedrijf, meebewegen met het ritme van de natuur en soms ondergewaardeerd worden, maar er met huid en haar in zitten.’

Dr. Kees van Ekris (1972) studeerde theologie in Utrecht en werkte vijf jaar voor de GZB in Indonesië. Hij stond in Breukelen en is sinds 2012 predikant in de protestantse wijkgemeente Bethel in Zeist. Ook is hij studieleider van Areopagus, het centrum voor missionaire en contextuele verkondiging van de IZB.
Making See. A grounded theory on the prophetic dimension in preaching, LIT Verlag 2018, € 38,95.

 

Er is vaak enige verwarring over wat profetisch is, wat een profeet is.
‘Ik ben huiverig voor sterke leiders met een uitgesproken visie en een autoriteit die niet dienstbaar is. Een profeet is niet autoritair maar meanderend. Tutu spreekt zich duidelijk uit tegen Apartheid, maar tegelijkertijd zit er in zijn preken een opening naar de ander, die hij zijn broeder noemt. Het meandert tussen inzicht hebben en weten dat jij anderen nodig hebt om dat inzicht te versterken en te corrigeren. Mijn boek is een voortdurende poging om het ambt weg te halen uit de sfeer van heldendom: we hebben niet allemaal de retorische kracht van een dr. King.
Voor mij betekent profetisch het niet wennen aan de beschadiging, niet meedoen aan de mythologie van je eigen tijd. Het is dwars. Maar het is ook bijna verlichting, omhoogtrekken, een gidsfunctie. Dat openbaart zich vaak pas achteraf. Dan zie je dat grote, goede leiders scherp inzicht hadden. De theoloog Paul Tillich noemt dat prachtig “de extase van het verstand”.’

Hebt u die ook gekend?
‘Niet in de zin van een visioen of zo. Dat is een te groot, verpletterend begrip. Maar in onze gemeente gebeurt het wel dat we plotseling beseffen: dit is waar het om gaat, en samen een epifanisch moment beleven. Onvoorspelbaar. De gemeente is voor mij zeer belangrijk en een preek is altijd dialogisch: ik leg jou iets voor en geef je een stem. We hebben elkaar nodig. Het ambt kent ook het troostende, priesterlijke element en er zit een didactische kant aan het vak. Ik pleit ervoor om het profetische element tussen die twee in te zetten.’

Zit dat profetische wel in onze nuchtere Hollandse genen?
‘Wij zijn wat pragmatisch, maar ik denk dat veel mensen wachten op een profetische stem. Hoewel die vaak ongemakkelijk is, hopen mensen toch op iemand die ze kunnen vertrouwen, die het duister aankan. Veel mensen zijn bezig “het oude” af te leggen, op allerlei niveaus. Er is verlangen naar iets nieuws. Misschien is het jammer dat we kerkelijk gezien zo tevreden zijn en maar voortkabbelen. Die lauwheid spugen mensen uit. Kijk eens naar de troosteloosheid van zoveel levens. Zou de kerk niet juist weer vreugde moeten brengen? Het visioen en de hoop? Daarom worden mensen als Martin Luther King nog steeds gehoord: er is persoonlijke herkenning.’

Er kan wel goed gepreekt worden, maar wordt er ook goed geluisterd?
‘Bij Areopagus proberen we een nieuw bondgenootschap te creëren tussen de predikant en de gemeenteleden. Want inderdaad, ik denk dat we een luistercrisis hebben. We horen wat we willen horen – niet wat er werkelijk wordt gezegd. We kennen een korte concentratiespanne, denken in soundbites en slogans. Het “ik” is weg uit de taal: de eigen ervaring, het zoeken naar wat past bij jouw ziel. Er stroomt vervuilde taal door ons heen. Daarom ben ik er zo voor dat prediking andere taal gebruikt en dat een gemeente ook profetisch wordt in het luisteren. Areopagus traint predikanten om gemeenten beter te dienen en gemeenteleden te oefenen in het luisteren. Een kerkelijke gemeente kan een plaats van ontgifting worden: zie ons opademen, andere woorden binnenlaten.’

Is de preek het beste middel om kerkgangers vast te houden?
‘Er is een natuurlijke interesse in andere kerkvormen en die moet je exploreren. Maar als mensen niet willen, helpt dat ook niet. Hoezo moet ik jou vasthouden? Dit is een heilige ruimte; wat doe jij zelf om verder te komen? Ik verzet me tegen een houding van consumentisme in de kerk. Ja, er valt veel te experimenteren, ook op andere momenten in de week. In de jaren zestig deden we dat al met de liturgie. Nu blijkt toch vaak dat mensen de klassieke liturgie terug willen, en de gemeenschap.
En waarom wordt er soms zo laatdunkend gesproken over de prediking? Ik heb me voorgenomen dat ik niet ga bijdragen aan dat zure klimaat. Er zijn zulke fantastische preken gemaakt. Het is ook een vak namelijk. Een mooi vak. Je zag dat bij bisschop Curry bij het huwelijk van Harry en Meghan. Mensen hoorden ervan op, maar dit wisten wij toch?
De ontwikkelingen binnen de Protestantse Kerk aangaande Kerk 2025 zijn mooi. De euforie over pioniersplekken is groot en dat is heel goed zolang er geen tweedeling ontstaat tussen toekomst en voorbij. Laten we ook daar een bondgenootschap ontwikkelen.
Tijdens mijn jaren in Indonesië zag ik hoe belangrijk de wereldkerk is. Overal is daar de directe identificatie met de Bijbelverhalen. Dat heeft me gevormd. De kracht en de durf, het geloof dat je geroepen bent om te zijn op plekken waar veel kwaad is. Bij ons dreigt opnieuw het gevaar van zelfgenoegzaamheid. Alles gaat toch goed? Je moet een sensitiviteit ontwikkelen om waar te nemen wat broeit onder de oppervlakte. Maar niet iedereen wil dat benoemd hebben. Ook in de kerk niet. Dietrich Bonhoeffer preekte daar begin jaren dertig in Berlijn over, want de kerk was nog optimistisch over haar toekomst met Hitler. Bonhoeffer zei: “Du solltest brennen und Du bist kalt!” Dat was profetisch. Profeten zijn nooit tevreden. Zullen we samen die heilige onrust vasthouden?’

Tekst: Ella Weisbrod | Fotografie: Maartje Geels

 

Dit artikel komt uit het septembernummer van woord&weg. Een gratis proefnummer aanvragen? Mail naar wew@protestantsekerk.nl. 

 »lees verder»

 

Gebed bij ongeluk in Oss
Vanochtend gebeurde er een verschrikkelijk ongeluk in Oss. Alle media besteden hier aandacht aan. Nederland leeft mee met slachtoffers en nabestaanden. Ds. Saskia van Meggelen, preses generale synode, schreef een gebed. 'Ontferm u Heer, heb medelijden. Wees aanwezig in aandacht en zorg voor mensen.'

Verborgen en nabije God,
Het nieuws van een verschrikkelijk ongeluk in Oss heeft ons geschokt.
Een bakfiets, een trein, kinderen aan de zorg van derden toevertrouwd, jonge levens, nog voor ze tot volle bloei hebben kunnen komen, al aan het leven ontrukt.
We kunnen nauwelijks bevatten wat er is gebeurd, welk een onnoemelijk groot leed de levens van deze families is binnengekomen.
We zijn stil…

Laat ons rouwen met de ouders die hun kind verloren, die met dit gruwelijke feit verder moeten leven.
Laat ons meeleven met de kinderopvang waarvan een medewerker betrokken was bij dit fatale ongeval...
We bidden voor de zwaargewonden in het ziekenhuis.
Voor allen die van nabij betrokken zijn, die geschokt zijn, die machteloos hebben moeten toezien.
We denken ook om wie zich verantwoordelijk voelen.
Om leeftijdgenootjes, families, opa’s en oma’s, mensen die er getuige van zijn geweest.

Ontferm U, Heer, heb medelijden.
Wees aanwezig in aandacht en zorg van mensen.
Zegen wie bijstand verlenen.

Nu zo’n verschrikkelijk ongeluk is gebeurd, staat de wereld even stil…
Laat de stilte tot U spreken en wees ons nabij.
Wij zijn broos, maar U bent eeuwig.

Amen.

Ds. Saskia van Meggelen, preses generale synode

Help ons U te vinden, gebedenboekje

Het is niet altijd eenvoudig om de juiste woorden te vinden om in een bepaalde situatie (hardop) te bidden. In dit gebedenboekje staan ruim honderd gebeden, geschreven door vrouwen en mannen die aan de basis van het kerkenwerk staan of hebben gestaan. Rond tien thema’s hebben zij opgeschreven wat soms maar moeilijk onder woorden valt te brengen.




Foto: Yuiizaa September via Unsplash

 »lees verder»

 

Jodendom en christendom komen uit dezelfde moederschoot
Met enige aarzeling reageer ik op het interview met Jan Offringa naar aanleiding van zijn manifest op www.liberaalchristendom.nl. Want alles wat je zegt over Israël valt wel ergens verkeerd, is mijn ervaring. Toch wil ik een tegengeluid laten horen, want wat Offringa zegt is niet mis.

De Protestantse Kerk kan prima zonder Israëltheologie. Kerk, pas je kerkordeartikel over de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël aan. Wees je bewust van de Holocaust, maar geef de staat Israël geen speciale positie. Verwantschap met het jodendom moet je niet overdrijven, die is er ook met andere godsdiensten. Schaf de Israëlzondag af en maak er een zondag van over de relatie tussen het christendom en het jodendom, aangevuld met een zondag over de verhouding met de islam of het boeddhisme. En: gebruik geen religieuze argumenten om het stukje land van Israël te rechtvaardigen.

Net als Offringa ben ik al tientallen jaren predikant. Net als hij ben ik lid van Op Goed Gerucht. Bij sommige liberale gedachten voel ik me redelijk thuis. Maar laat ik nu ook nog voor Kerk en Israël werken, een onderdeel van de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk. En vooral vanuit die functie durf ik te stellen dat Offringa in zijn pamflet een karikatuur van de positie van de Protestantse Kerk maakt.

De term Israëltheologie geef ik voor beter, maar je ontkomt niet aan theologische reflectie op Israël. Zonder de Joodse wortels van het christelijk geloof verliest de Protestantse Kerk haar identiteit. Ja, Jezus is universeel, maar hij komt niet uit de lucht vallen. Bij Paulus zie je in zijn brieven een grote worsteling over de blijvende betekenis van de Tora en het volk Israël, terwijl Offringa de spanning eruit haalt.

Verjoodsing van het christendom? Wie wil dat? Niet de Protestantse Kerk. Die wil: geen zending onder Joden, maar gesprek.

Wie wil de staat Israël een religieuze betekenis toekennen? Niet de Protestantse Kerk. Wel erkent zij dat de staat voor veel Joden onderdeel is van hun identiteit en van grote betekenis, maar dat is wat anders. Dat Israël gewoon als iedere andere staat beoordeeld moet worden naar maatstaven van internationaal recht, staat al tien jaar lang in de Israël-Palestinanota.

Zijn we één grote religieuze familie? Is het jodendom net zo’n verre neef als het boeddhisme? De ene familie is de andere niet. Met het jodendom heeft het christendom een bijzondere familieverwantschap. We komen uit dezelfde moederschoot. Joden en christenen horen niet bij de koude kant, al was de relatie wel vaak verkillend.

Heeft de Tora geen theologische betekenis meer? Tora is ook: aandacht voor ieder individu, het belang van de gemeenschap, opkomen voor recht en gerechtigheid, oog voor het aardse en concrete, het op elkaar betrekken van liturgie en sociaal-economische verhoudingen.

Kerkorde-artikel afschaffen? Dat miskent een deel theologiegeschiedenis van de twintigste eeuw in Nederland en verandert het zelfverstaan van de Protestantse Kerk, en zo gooi je het kind met het badwater weg.

Israëlzondag afschaffen? Het gaat daarin precies om wat Offringa zegt: een zondag over de verhouding tussen het jodendom en christendom op voet van gelijkwaardigheid, waarbij expliciet aandacht is voor de onopgeefbare strijd tegen antisemitisme. Daarin ben ik het roerend met Offringa eens. Maar de Protestantse Kerk zegt dit al.

Ziet Offringa onscherp of moet de Protestantse Kerk helderder en duidelijker spreken als het over haar visie en beleid gaat? Ik nodig Offringa uit om hierover verder te praten.

Dr. Eeuwout Klootwijk is werkzaam voor Kerk en Israël, dienstenorganisatie Protestantse Kerk en is daarnaast predikant in Oost-Souburg

Dit opinieartikel is op woensdag 19 september verschenen in Dagblad Trouw

>Lees hier het manifest op www.liberaalchristendom.nl

 »lees verder»

 

Jongeren en de preek: 'Relatie is het sleutelwoord'
Veel jongeren van 15-20 jaar geven aan dat de preek hen niet raakt. Hoe breng je daar verandering in? Nelleke Plomp, specialist Vieren bij JOP, deed onderzoek naar deze vraag en publiceerde onlangs haar aanbevelingen. Voor predikanten én voor jongeren.

Nelleke, in je onderzoek noem je ‘betrokkenheid bij de preek’ een gezamenlijke verantwoordelijkheid van predikanten en jongeren.
“Ja, in de literatuur noemt men dat de ‘homiletische driehoek’: de samenwerking tussen hoorder, predikant en Woord. Je kan niet tegen een predikant zeggen: je moet dit veranderen, en dan zullen jongeren betrokken raken bij de preek. Nee, jongeren moeten zich net zo goed inzetten om betrokken te raken. Dat klinkt misschien logisch, maar ik denk dat het voor veel gemeenten een eye-opener kan zijn. Juist in de samenwerking van predikanten en jongeren rondom het Woord, daar gebeurt het.”

Wat is de opvallendste conclusie, wat jou betreft?
“Uit mijn literatuuronderzoek bleek dat drie kenmerken erg belangrijk zijn als het gaat om de betrokkenheid van jongeren: ontvankelijkheid, identificatie en toepasbaarheid. Toen ik die kenmerken in de Hervormde Gemeente Sliedrecht ging toetsen, bleken die ook daadwerkelijk van belang te zijn. Maar één ding sprong eruit: de relatie tussen de predikant en jongeren. Veel jongeren gaven aan: als ik me gezien weet, als een predikant contact zoekt in de preek, dan voel ik me betrokken. Iemand zei zelfs: ik luister goed naar deze predikant, omdat ik hem ken. Toen ik in het ziekenhuis lag, kwam hij langs om mij te bezoeken.”

Is het wel haalbaar voor predikanten om zo intensief contact te zoeken? Ze hebben hun handen immers al behoorlijk vol.
“Ja, dat is zeker zo. Maar ik geloof wel dat je het contact met jongeren goed kan organiseren. Je hoeft echt niet elke week elke jongere te appen. Als je goed contact hebt met je jeugdouderlingen en de catecheten, kun je inventariseren wat er leeft onder jongeren en dat betrekken bij je preek. En voor jongeren betekent het al heel veel als de predikant hen bij naam kent.”

Heb je nog meer aanbevelingen voor predikanten?
“Niet alleen de gekozen thema’s zijn belangrijk, maar ook het woordgebruik en de aanspreekvorm. De predikant uit Sliedrecht die ik heb gevolgd, is op een gegeven moment de gemeente gaan tutoyeren. Dat helpt om je als predikant op jongeren te richten. Kies ook bewust de voorbeelden die je gebruikt. Je kunt in een preek over het paradijs zeggen: ‘Stelt u zich voor … U zit heerlijk rustig met een boek voor de tent te genieten van de stilte. Opeens komt er een groepje luidruchtige jongeren aan met ghettoblaster. Weg paradijs….’ Of je zegt: ‘Stel je voor … Je zit heerlijk te chillen met een groepje vrienden voor de tent. Muziekje aan, biertje erbij. Opeens komt een man woest aanlopen: “Ssst! Kan het wat zachter!?” Weg paradijs…’ De boodschap is hetzelfde, maar door het laatste voorbeeld te gebruiken voelen jongeren zich gezien en niet afgewezen.”

Je hebt ook aanbevelingen voor jongeren opgenomen. Wat zijn de belangrijkste daarvan?
“De belangrijkste aanbeveling is eigenlijk hetzelfde als die voor predikanten: zoek contact. Ook de jeugdleiding kan daar een rol in vervullen: verzamel eens tien onderwerpen die jongeren belangrijk vinden, of nodig de predikant eens uit om samen een preek voor te bereiden. De jongeren die ik heb gesproken, gaven daarnaast aan dat aandacht voor de preek soms ook gewoon in hele praktische dingen zit. Aantekeningen maken bijvoorbeeld, zodat je beter geconcentreerd blijft. Of koffie drinken vóór de dienst in plaats van erna, en zorgen voor voldoende frisse lucht in de kerk.”

Dus jongeren ervaren zelf ook dat ze een taak in het geheel hebben.
“Ja, dat vond ik wel opvallend: jongeren zijn hier heel bewust mee bezig. Ik hoop dat dat ook een bemoediging is voor gemeenten: er zitten niet altijd veel jongeren in de kerk, maar de jongeren die er wél zijn hebben daar meestal heel bewust voor gekozen. Dus ik zou zeggen: koester ze, neem ze serieus.”

Op basis van je onderzoeksresultaten heb je een kant-en-klare lijst met 56 praktische tips opgesteld. Wat hoop je dat je onderzoek teweeg zal brengen?
“Jongeren betrekken bij de preek is niet alleen een taak van predikanten of van jeugdwerkers, maar gaat de hele gemeente aan. Ik hoop dat dit onderzoek ertoe zal leiden dat in meer gemeenten predikanten, jeugdwerkers, kerkenraden en jongeren samen gaan nadenken over de kerkdienst. Eén van mijn aanbevelingen daarbij is: durf te experimenteren. Daar zijn we in de kerk niet altijd even goed in. Maar probeer gewoon maar eens iets, het geeft niet als het niet lukt.”

Op 4 oktober licht Nelleke Plomp de bevindingen uit haar onderzoek toe tijdens de studiebijeenkomst ‘Jongeren en de preek’. Deze bijeenkomst wordt georganiseerd door JOP, de HGJB, IZB Areopagus en de Hervormde Gemeente Sliedrecht. Lees hier meer.

Lees ook:

 »lees verder»

 

Koreaanse vredesmaaltijd in Hoofddorp
Terwijl de wereldpers de ontmoeting tussen de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in volgt, vindt er in een kerk in Hoofddorp minstens zo’n bijzondere ontmoeting plaats...

Bij de start van de vredesweek kwamen christenen uit Noord-Korea, Zuid-Korea en Hoofddorp samen in een kerk in Hoofddorp. Ds. Coen Wessel van De Lichtkring van de protestantse gemeente Hoofddorp nam het initiatief voor deze vredesmaaltijd.

Ds. Wessel: "Het was echt een mooie en indrukwekkende bijeenkomst afgelopen zaterdag. Aan tafel hoor je verhalen van mensen over hun familie. Hoe ze vluchtten, dat ze nooit meer iets gehoord hebben uit het Noorden. En zo samen zingen en bidden is gewoon erg mooi."

Het TV-programma 'Met Hart en Ziel' was bij deze maaltijd aanwezig. Bekijk de uitzending online.

 

 »lees verder»

 

Zwolle helpt Syrië: ´We zijn samen met hen kerk´
Het project Versterk de Kerk van Kerk in Actie steunt kwetsbare kerken wereldwijd. De najaarscampagne vraagt aandacht voor kerken in Syrië en omringende landen. De Evangelisch-Lutherse Kerk in Zwolle doet ook mee. Diaken Mirjam Heerema: ‘We helpen heel direct de christenen in dit gebied.’

Wat is Versterk de Kerk?
‘Dit project van Kerk in Actie helpt kerken in arme gebieden of in landen waar christenen in verdrukking leven. De najaarscampagne voor kerken in het Midden-Oosten heeft nadrukkelijk Syrië en omringende gebieden waar vluchtelingen leven als focusgebied. Het land is deels verwoest tijdens de oorlogsjaren en er is veel hulp nodig. Het mooie is dat juist de lokale kerken met onze steun heel gericht hulp kunnen bieden aan de achtergebleven lokale bevolking.’

Waar is nu vooral behoefte aan?
‘In eerste instantie gaat het om basisbehoeften zoals voedselpakketten, medicijnen, kleding en opvang. Daarnaast is er behoefte aan praktische zaken om het leven weer op gang te brengen, zoals schoolspullen en werkbenodigdheden. Een kapper krijgt bijvoorbeeld kappersspullen, zodat hij ter plekke weer aan de slag kan en niet uit het gebied wegtrekt. Daarnaast leiden de kerken lokaal jongeren op om diaconaal actief te zijn en noodhulp te bieden.’

Waarom steunt de Evangelisch-Lutherse kerk dit project?
‘We voelen de roeping om handen en voeten te geven aan ons geloof en zijn erg betrokken bij de mensen in Syrië. Ze hebben veel geleden en het land moet weer helemaal opgebouwd worden. We vinden het erg mooi dat juist die praktische en blijvende ondersteuning vanuit de lokale kerken gebeurt. Daarmee helpen we heel direct de christenen in het gebied.’

Hoe geven jullie invulling aan die steun?
‘We organiseren verschillende inzamelacties, zoals een Oosterse markt en een ‘talentenbord’ waarop mensen diensten aanbieden aan anderen, zoals tuinhulp of een fotografiecursus. Alle opbrengsten zijn voor het project. Daarnaast willen we de Syrische mensen ook laten merken dat we met ze meeleven en meebidden, bijvoorbeeld door een filmpje voor ze te maken met een welgemeende boodschap.’

Vindt u het belangrijk dat de Protestantse Kerk zich inzet voor christenen in het Midden-Oosten?
‘De christenen vormen in Syrië en andere landen in het Midden-Oosten een minderheid en zij hebben het er soms erg moeilijk. We zijn samen met hen kerk en het is heel mooi dat we direct zijn verbonden met de lokale kerken en hun belangrijke werk. Het zou prachtig zijn als meer Nederlandse kerken zich daarbij aansluiten.’

Actieweek voor kerken in het Midden-Oosten
Van 23 tot en met 30 september luidt Kerk in Actie de noodklok voor de kerk in Syrië en in andere landen in het Midden-Oosten. Uw gebed en steun blijven nodig om te zorgen dat zij kunnen volhouden. Doet u ook mee? Kijk voor meer informatie op www.kerkinactie.nl/actieweek.

Dit artikel is te lezen in het magazine Woord & Weg nr. 9, uitgave september 2018 (artikel ´Handen en voeten geven aan geloof´) (meer info).

 

 

 »lees verder»

 

‘Het gaat mij om mensen die wat doen’
Hij scoorde grote hits met liederen als ‘Papa’ en ‘Ik heb je lief’, won twee Edisons en een Gouden en Zilveren Harp. Wat doet Stef Bos op de Landelijke Diaconale Dag op 10 november?

Stef Bos zei meteen ‘ja’ toen hij de vraag kreeg of hij op de Landelijke Diaconale Dag wilde komen. De zanger, die opgroeide in de Gereformeerde Kerk in Veenendaal, is zoon van een diaken. Het diaconale werk van ‘papa’, zoals Stef liefkozend over hem zingt, heeft altijd grote indruk op hem gemaakt. “Ik zie mijn vader nóg de kerk binnenkomen samen met de dominee, ouderlingen en andere diakenen. Na het handen schudden mocht ik vaak naast hem komen zitten. Ik had het idee dat mijn vader een halve dominee was.”

Verschil

Hoe kijkt Stef Bos nu naar het diaconale werk? “Er kan veel over de kerk gezegd worden, maar waarmee de kerk hét verschil maakt, is met het diaconaat. Diakenen zijn, net zoals mijn vader, echt smaakmakers in de maatschappij. Het lijkt me fantastisch om een dag met hen door te brengen.”
Stefs vader vond dat geloof vooral blijkt uit de daden. “Hij had de overtuiging, gebaseerd op het Nieuwe Testament, dat het belangrijk was om er te zijn voor anderen. Dat leefde hij zelf ook voor. Diakenen zijn voor mij een zwijgende minderheid die het verschil maakt. We leven in een tijd van: veel schreeuwen, maar weinig doen. Het gaat mij vooral om de mensen die wat doen. Dat vond ik mooi aan mijn pa, en zo is het ook bij veel diakenen.”

Kom ook!
Op zaterdag 10 november vindt de Landelijke Diaconale Dag voor de 123e keer plaats. Van 10 tot 16 uur zijn diakenen, predikanten en andere geïnteresseerden welkom voor een dag vol inspiratie in de Jaarbeurs in Utrecht. Het programma is afwisselend: naast Stef Bos staan onder andere synodevoorzitter ds. Saskia van Meggelen, politica Kathleen Ferrier en verhalenverteller Kees Posthumus op het podium.

Na de plenaire opening zijn er meer dan vijftien verschillende workshops. Tijdens de pauze kunt u rondkijken op de markt. Daar is veel te zien, te horen, te voelen en te beleven over projecten en initiatieven in binnen- en buitenland.

Smaakmaker
Ook beslist u tijdens de dag mee welk diaconale initiatief dit jaar de Smaakmaker van het jaar is. Kerk in Actie houdt deze verkiezing voor het tweede jaar op rij. Kijk ook op www.kerkinactie.nl/smaakmaker.

Jaarlijks bezoeken meer dan 900 diakenen de Landelijke Diaconale Dag. Komt u dit jaar ook? Een kaartje kost 35 euro. Voor predikanten die meekomen met een diaken is de dag gratis! Aanmelden kan via www.kerkinactie.nl/ldd2018.

 

Tekst: Gerdine Westland en Rob van Ooijen | Foto: Lieke Anna

Dit artikel verschijnt komende week in Diakonia. Lees een uitgebreide versie van het interview op de website van Kerk in Actie.

 »lees verder»

 

Kerk als herberg in Nijeveen
Bij een stamtafel en een loungeset denk je eerder aan een café dan aan een kerk. Toch maken deze deel uit van het meubilair van de gereformeerde kerk in Nijeveen. “Ze passen bij de kerk als herberg, open en laagdrempelig, een plek waar je je verhaal kwijt kunt. Zo’n kerk willen we zijn.”

De kerk als herberg. Deze ‘kerkvorm’ kwam twee jaar geleden na een proces in de gereformeerde kerk van Nijeveen als gewenst uit de bus. Maar hoe geef je die vervolgens handen en voeten? Een aantal gemeenteleden wilde daar wel over nadenken. Jenneke Span, toen nog gemeenteadviseur, werd erbij gehaald om dat te begeleiden. Ze zetten een stip op de horizon: in januari 2019 willen we de kerk als herberg gerealiseerd hebben.

Nieuw elan

Jenneke Span, nu zelfstandig adviseur, heeft als eerste geholpen met het aanvragen van subsidie bij de Protestantse Kerk.* De gereformeerde kerk in Nijeveen had weinig financiële middelen, en begeleiding door een deskundige en initiatieven waarmee de kerk een nieuw spoor in slaat, kosten geld. De aanvraag werd gehonoreerd. Er was daarmee geld beschikbaar om Jenneke in te zetten.

Jenneke begeleidde het proces dat uitmondde in het herbergmodel en is nu nog betrokken bij de organisatie daarvan, en bij het organiseren van het kerkcafé en de diaconale betrokkenheid in het dorp. Bij het uitwerken van de kerk als herberg gaat het enerzijds om de functie die de kerk in het dorp kan hebben, anderzijds om de kerk als plek waar aandacht is voor levensvragen. Kerkenraadsvoorzitter Bert Winters verwoordt het zo: “Het gaat erom dat we ons als kerk zichtbaar maken zodat mensen die ons nodig hebben ons kunnen vinden. We streven ernaar dat we door anderen worden gezien als betrokken mensen bij wie je terechtkunt als er wat is.”

Samenwerking

Naast de gereformeerde kerk zijn er twee hervormde gemeenten in Nijeveen. De drie kerken weten elkaar steeds beter te vinden. Ze houden jaarlijks een aantal gezamenlijke moderamenvergaderingen, en doen het clubwerk en de jeugdkerk samen. Bert Winters is groot voorstander van deze samenwerking. “Het is goed dat we elkaar al gevonden hebben voordat het wellicht nog eens vanuit financieel oogpunt noodzakelijk wordt.” Er wordt ook nagedacht over het opzetten van een predikantenpool. “Wij hebben momenteel een predikantsvacature, maar we vullen die bewust nog niet in. Een predikantenpool waar de drie gemeenten gebruik van kunnen maken zou een mogelijkheid kunnen zijn. Dat is ingewikkeld, met name vanwege de geloofsverschillen. Ook hierbij maken we gebruik van de kennis en kunde van Jenneke Span. We hebben daar veel profijt van, er kwam en komt best veel op ons af.”

Het proces is nu anderhalf jaar bezig. “Het brengt nieuw elan in de gemeente, zichtbaar door het enthousiasme waarmee mensen dingen oppakken.”

Advies en begeleiding

Jenneke Span: “Er was een situatie van krimp in Nijeveen. Er waren weinig ambtsdragers over en er waren weinig financiële middelen. Ik heb als eerste geholpen met het aanvragen van de subsidie. Dat kost echt even tijd. Toen deze gehonoreerd werd, konden we van start. Ik begeleid de gemeente onder meer op het gebied van organisatie en structuur: met welke activiteiten wil ze doorgaan, met welke stoppen en welke wil ze anders invullen? De gemeente wordt zo georganiseerd dat verantwoordelijkheden met meer gemeenteleden worden gedeeld. De gemeenteleden worden goed meegenomen in waar men naartoe wil.

Er is al veel bereikt. Het model van de gemeente als herberg is uitgewerkt, we hebben de middengeneratie actief kunnen betrekken, mensen die eerder niet meededen doen weer mee, en incidenteel doet het hele dorp mee. De kerk in Nijeveen is echt kerk voor het dorp aan het worden.”

Kijk voor ondersteuning en begeleiding op protestantsekerk.nl/contact.

 

*Voor financiële steun of geld om een vernieuwend plan uit te voeren kunt u subsidie aanvragen bij de Solidariteitskas via protestantsekerk.nl/subsidie.

 »lees verder»

 

Wie ben je? Een moslim, Jood en christen aan het woord
Wat is de Joodse identiteit precies? Wat houdt het in als je zegt dat je christen bent? En kunnen we omschrijven wat het islamitisch geloof inhoudt? Een portret van drie vrouwen: moslimtheologe Nadia Dahri, rabbijn Marianne van Praag en predikante Rebecca Onderstal.

Nadia Dahri over moslim-zijn
Nadia Dahri (42) is moslimtheologe, (familie)mediator en contextueel hulpverlener.

‘Het woord “islam” bevat het woord salam: vrede. Als moslima ben ik dan ook gericht op het verbinden van mensen. Mijn ouders leerden me al hoe belangrijk het streven naar verbondenheid is: de nadruk in mijn opvoeding lag op liefhebben, hulp bieden en een ander geen onrecht aandoen. Ze leerden me ook dankbaarheid, tevreden zijn met wat je hebt. Tegelijkertijd was er in ons gezin – zoals in veel moslimgezinnen – wel een sterk gevoel voor competitie. Dat komt voort uit verzen in de Koran en in de Hadiths waar geschreven staat: 'De beste van jullie is degene die...' Het doel is om de beste versie van jezelf te zijn.

Toen ik vijftien was, overleed mijn moeder aan kanker. Dat veroorzaakte bij mij een enorm zielenleed, ik worstelde met existentiële vragen. Waarom liet God zo’n lieve, vrome en genereuze vrouw als mijn moeder doodgaan aan zo’n pijnlijke ziekte? Ondanks mijn zoektocht, vond ik aanvankelijk weinig antwoorden op mijn vragen.

Het overlijden van mijn moeder leidde ertoe dat ik theologie ging studeren, als een van de weinige moslimvrouwen. Ik specialiseerde me als moslimpredikant, niet in de eerste plaats om te kunnen preken, maar vooral om een dienende geestelijke te kunnen zijn. Ik wil ruimte maken voor wie de ander is of wil zijn, zonder vooroordelen. Profeet Mohammed zei: ‘De beste onder jullie zijn diegenen die het meest nuttig zijn voor anderen.’ De belangrijkste vraag voor mij is dan ook: Wat draag jij bij aan een betere samenleving?

Ik heb altijd grote belangstelling gehad voor andere levenswijzen, want die verrijken mijn leven. Met Joden voel ik me vooral verbonden op religieus vlak; met christenen op spiritueel vlak. Ik merk wel dat het als moslim makkelijker is om een kerk binnen te komen dan een synagoge. Ik hoop dan ook dat er in de toekomst meer openheid naar moslims zal komen in de Joodse geloofsgemeenschap.

Voor mij is God de bron van alles: God is mijn beste vriend, mijn sereniteit, mijn beschermer, mijn liefde, mijn raadgever en de belangrijkste voeding van mijn ziel. Een ander hoeft echter niet in God te geloven om hem te kunnen respecteren en steunen. Uiteindelijk gaat het in de islam – net als in andere levensbeschouwingen – om een universele
opdracht: ‘houd van je medemens’. Dat betekent eigenlijk: respecteer de ander. Je mag zijn wie je bent, zolang je daarmee je medemens geen onrecht aandoet.’

Marianne van Praag over Joods-zijn
Marianne van Praag (61) is rabbijn van de Liberaal Joodse Gemeente in Den Haag.

‘Het jodendom is een doe-religie: het gaat er niet om wat je gelooft, maar om wat je doet. “Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”, dat is het basisprincipe. Behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden. De Joodse filosoof Levinas zei: God openbaart zich in de ogen van de ander. Dus je richt je op die ander, kijkt in zijn ogen. Waar je kan helpen, help je.

Vijftien jaar geleden begon ik aan de opleiding tot rabbijn. Toen wist ik: dit is het gewoon. Waarom? Ik weet het niet. Net zoals je ook niet weet waarom je verliefd wordt op iemand. Maar de Joodse normen en waarden vind ik prachtig, ze zijn alomvattend. Op sociaal gebied, milieutechnisch … Het klopt gewoon.

Als rabbijn ben ik een doorgeefluik van de Joodse traditie. Mijn nadruk ligt op het verbindende, het sociale aspect. Ik vertel mensen niet wat ze moeten voelen, denken of geloven; ik geef ze de ruimte. Ik geef ze mijn inzichten, mijn visie, maar dat is niet dé waarheid. Ik moedig anderen aan eigen verantwoordelijkheid te nemen: kies je eigen regels, leef een verantwoord leven.

Dé waarheid bestaat volgens mij sowieso niet. Het woord ‘waarheid’ in het Hebreeuws is emet. Dat bestaat uit twee gedeelten: em betekent ‘moeder’, en met betekent ‘dood’. Dat is de enige waarheid die er is: je wordt geboren en je gaat dood. De rest is interpretatie. Ik zie de wereld als een groot boeket bloemen. Iedereen mag geloven wat hij wil, iedereen mag vinden wat hij wil. Iedere bloem is belangrijk voor de schoonheid van het boeket.

Als ik over straat loop, ben ik niet herkenbaar als Jood. Ik heb geen lange jurk aan, geen zwarte hoed op. Toch moet ik soms vechten tegen vooroordelen. Dan word ik aangesproken op wat er in Israël gebeurt. Of zeggen mensen: ‘Jij valt mee, jij bent wel oké.’ Nou, dankjewel …

Ik voel verbondenheid met moslims. De islam is ook een way of life, er zijn gebedstijden en spijswetten die het leven bepalen. En net als in het Jodendom staat de vraag centraal: Hoe ga je met de ander om? Met het christendom heb ik minder: dat is sterk gericht op het woord, op geloof, op het overtuigen van de ander. Als Jood zal niemand je vragen wat je gelooft of hoe je gelooft. Nee, het gaat erom dat je goed doet.’

Rebecca Onderstal (foto) over christen-zijn
Rebecca Onderstal (49) is predikant in de Protestantse Gemeente Houten.

‘Al jong was het geloof een houvast voor me. Mijn ouders’ geloofsbeleving was heel persoonlijk en dat gaven ze mij ook mee. Tegelijkertijd was er in ons gezin ruimte voor twijfel, voor discussie over het interpreteren van de Bijbel, voor gesprek over wat wel en niet mocht.

Die persoonlijke geloofsbeleving is nog steeds belangrijk voor me. Toen ik in mijn studententijd – ik studeerde toen nog geschiedenis – betrokken raakte bij de studentenkerk, merkte ik dat ik iets kon bijdragen door het delen van mijn geloof, mijn zoektocht en mijn vragen. Ik voelde me daar op mijn plek. Daarom ben ik vervolgens theologie gaan studeren.

Als dominee raak ik gauw in gesprek over geloof. Dat geloof moet ook zichtbaar zijn in mijn gedrag, anders ben ik niet geloofwaardig. Dat zit voor mij vooral in het luisteren naar mensen, het op zoek zijn naar het verhaal van de ander. Maar ook in het niet-veroordelen van de ander – dat vind ik een heel belangrijk onderdeel van Jezus’ boodschap. Ik wil mensen helpen te ontdekken waar God in hun leven zichtbaar is. Ook in gesprekken waarin God niet wordt genoemd, ga ik met anderen op zoek naar antwoorden op de vraag: wat zijn je talenten, waar voel je je toe geroepen? Ik denk dat het iets heel christelijks is om mensen te helpen ontdekken wat ze in zich hebben.

Ik voel me steeds meer inhoudelijk verbonden met verschillende tradities binnen de christelijke traditie waarin het gaat om ‘het geheim’. God is groter dan wij en we mogen iets van Hem ervaren, maar we kunnen als mens niet alles weten. In mijn huis heb ik letterlijk plek gemaakt voor Hem. Bij de ingang van de huiskamer hangt een kruisje, in de kamer zelf hangt een icoon, op mijn werkkamer is een plek om te bidden.

Ik geloof niet in overtuigen, maar wel in getuigen. Getuigen waar ik van leef, wie mijn Bron is. Uiteindelijk draait het niet om mij, maar om Degene aan wie ik mij toevertrouw. Tegelijkertijd gaat God met iedereen een eigen weg. Het gaat daarom niet om wat ik op de ander overdraag, maar om wat we samen mogen ontdekken. Ook als een moslima vertelt wat haar beweegt, kan ik iets van God tegenkomen. God heeft zo veel kanten, Zijn grootte en diepte kan ik niet bevatten.’

Dit artikel komt uit het septembernummer van Kerk & Israël Onderweg. Meer lezen? Vraag een gratis proefexemplaar aan via kerkenisraelonderweg@protestantsekerk.nl.

 »lees verder»

 

Wat kunnen pioniersplekken leren van Tony’s Chocoloneley?
Karamel zeezout, gewoon puur of de wit framboos met knettersuiker. Wie kent deze overheerlijke chocolade repen met bijzondere smaakcombinaties van Tony's Chocolonely niet? En wat kunnen pioniersplekken van de Protestantse Kerk nou leren van bedrijven zoals Tony's Chocolonely, Fairphone of Greenwheels?

Wat is een social startup?

Het bedrijf achter de succesvolle chocoladerepen is een zogenaamde social startup. Een bedrijf dat niet primair voor financiële winst gaat, maar een maatschappelijk probleem wil oplossen. Zo hoopt Tony’s Chocolonely met haar manier van werken de cacao-industrie slaafvrij te maken. Greenwheels en Fairphone zijn andere voorbeelden van social startups. De ruim honderd pioniersplekken binnen de Protestantse Kerk hebben veel gemeen met deze social startups. Beide organisatievormen hebben niet primair een winstdoelstelling, al is er wel geld nodig om te blijven bestaan. Beide zijn idealistisch en innovatief van aard. En voor beide is ontwikkeling richting organisatorische en financiële zelfstandigheid een belangrijk doel.

Vier lessen voor pioniersplekken

Het gaat bij pioniersplekken uiteraard om iets minder tastbaars dan chocola, auto’s of telefoons, maar ze worstelen net als social startups wel met de vraag ‘Wat is er nodig om op de lange termijn te blijven bestaan?’ Het team missionair werk van de Protestantse Kerk bestudeerde de succesfactoren van social startups en ontdekte vier belangrijke lessen:

1. Een werkend verdienmodel
Een passend verdienmodel is volgens de experts onmisbaar voor de bestaanszekerheid van het project. Zonder een goed verdienmodel heeft een social startup geen kans van slagen. Hoewel de term ‘verdienmodel’ andere gedachten kan oproepen, gaat het dan niet alleen over de inkomsten maar ook om een passend kostenniveau. Dit is uiteraard een belangrijk thema voor pioniersplekken. Nadenken over het kostenplaatje van de pioniersplek is niet altijd het leukste karwei bij het maken van een pioniersplan, maar wel onontbeerlijk voor het bestaansrecht van de plek op de lange termijn. Tegenwoordig wordt er bij het schrijven van het plan voor het opzetten van pioniersplek expliciet aandacht gegeven aan de vraag op wat voor manier het pioniersteam de pioniersplek op de lange termijn wil financieren. Je kunt bijvoorbeeld proberen eigen inkomsten te genereren op de pioniersplek zelf, door een bijdrage te vragen voor je activiteiten. Of door een kleine onderneming te draaien die verbonden is met de pioniersplek. Een andere mogelijkheid is om de kosten voor de pioniersplek zoveel mogelijk te drukken. Met name personeelskosten kunnen zwaar drukken op een begroting. Wanneer je kunt werken met alleen vrijwilligers, of mensen die een betaalde baan hebben naast het werk voor de pioniersplek, maak je meer kans om in de toekomst financieel zelfstandig te kunnen zijn. Ook wil de burgerlijke gemeente soms betalen voor diensten die de pioniersplek verricht op maatschappelijk gebied.

2. Ondernemende kwaliteiten van de voortrekker
Een tweede factor die naar voren kwam, zijn de ondernemende kwaliteiten van de voortrekker. Bij ‘entrepreneurial quality’ gaat het over twee dingen. Enerzijds kan een goede ondernemer mensen motiveren en in beweging krijgen. Anderzijds gaat het over kansen herkennen en deze kansen ook daadwerkelijk grijpen. Een expert zei hierover: ‘Het is kansen pakken, niet alleen zien. […] Er zijn heel veel mensen die kansen zien. Ik zie ook elke dag kansen, maar wat ben je dan? Ik voer ze niet uit. Dan blijf je altijd in de marge hangen. Dus kansen pakken, ondernemer zijn is doen.’ Voor het pioniersteam is het belangrijk dat deze kwaliteiten aanwezig zijn in het team. Het is nodig dat er mensen zijn die de leiding nemen en andere mensen inspireren en in beweging zetten. En ook dat er daadkracht aanwezig is om nieuwe kansen te grijpen. Wanneer dit niet gebeurt dan stagneert de boel.

3. Een (nieuw) idee dat past bij de context
Wil een social startup succesvol zijn op de lange termijn, dan is het essentieel dat het idee past bij de context. Oftewel, je moet iets gaan doen dat aansluiting vindt bij de behoeften van de doelgroep. Alleen als een idee aansluit bij de context, krijgt het ook kans om daar te wortelen. Deze gedachte sluit aan bij een van de basiswaarden van pionieren: luisteren. Luisteren naar de context, om te ontdekken wie je doelgroep is, wat voor hen belangrijk is en hoe je hier als pioniersplek ook bij aan kunt sluiten. Pas als je de mensen echt leert kennen, kan er ook een verbinding met de doelgroep tot stand komen. Voor het bestaansrecht van de pioniersplek is dit een voorwaarde, omdat het essentieel is bij het pionierswerk om samen met mensen uit de doelgroep de pioniersplek vorm te geven. Het grootste gevaar is dat je voor de mensen gaat denken. Dat jij weet wat zij willen en goed voor hen is. Dan is de kans groot dat je er naast zit en ook een gevoel van ongelijkheid creëert. Je wilt geen dingen voor mensen organiseren, maar met mensen. Dan is de kans ook groter dat er leiderschap gaat groeien bij mensen die bij de pioniersplek betrokken raken.

4. Sterk gedreven door idealen / geloof
Het blijkt dat het bestaansrecht van social startups sterk afhangt van de intrinsieke motivatie van de ondernemer. Zeker omdat men bij social startups geen marktconforme financiële beloning ontvangt, zijn de interne drijfveren een belangrijke bron om verder te gaan met de social startup, ook als het tegen zit. Bij pioniersplekken is het niet anders. Het geloof is een belangrijke pijler onder de inzet voor de pioniersplek, zeker omdat er geen of een beperkte financiële beloning tegenover het pionierswerk staat. Het is dan ook heel belangrijk om als team dit geloof te blijven voeden en met elkaar te blijven delen. De realiteit is dat het gezamenlijk delen van geloof snel ondergesneeuwd kan raken tijdens het ‘runnen’ van de pioniersplek. Er moet ook veel geregeld en georganiseerd worden. Maar het samen blijven beleven en delen van het geloof is onontbeerlijk om het vol te houden op de lange termijn.

Conclusies 

Uit het bovenstaande blijkt wel dat pioniersplekken waardevolle lessen kunnen leren van social startups. Een goed verdienmodel biedt financiële zekerheid voor de toekomst. Een ondernemer in het team zorgt er voor dat de pioniersplek niet stagneert en dat kansen worden gegrepen. Een idee dat past bij de context zorgt voor een goede verworteling van de pioniersplek. En een geloof dat steeds gevoed wordt zorgt voor blijvende inspiratie en draagkracht in het team. Deze factoren samen vergroten de kans dat de pioniersplek ook op de lange termijn kan blijven voortbestaan.

Bent u nieuwsgierig geworden naar pionieren en wilt u weten wat er allemaal rondom pionieren gebeurd? Neem dan eens een kijkje op www.lerenpionieren.nl. Mocht u zelf enthousiast zijn geworden om te gaan pionieren, dan is het altijd mogelijk om daar eens over door te praten met een van de startbegeleiders rondom pionieren. Mail hiervoor met c.cevaal@protestantsekerk.nl

Christiaan Cevaal

Gebaseerd op:
‘Pioniersplekken die doorgaan - wat de kerk kan leren van de verduurzaming van social startups’ - Masterthesis van Martijn Vellekoop, november 2017. De thesis is hier te downloaden.

 »lees verder»

 

Elke week een nieuw lied
Rob van den Eijkhof is al zo lang met kerkmuziek bezig dat allerlei liederen hem tot tranen toe kunnen beroeren. “Als de gemeente een nieuw lied instudeert, vallen op een gegeven moment tekst en melodie samen. Dan komen bij mij de emoties.”

De komst van het Liedboek - Zingen en bidden in huis en kerk, vijf jaar geleden, betekende een nieuwe functie voor Rob van den Eijkhof (70): hij werd cantor in de Protestantse Gemeente Den Bosch. Beurtelings zongen hij en een sopraan de liederen voor aan de gemeente. En dat maakte hem een blij mens: “Ik ben gek op kerkmuziek en mag dat uitleven in de mooiste gemeente van Nederland, waar mensen heel open zijn naar elkaar.”
Vijf jaar lang studeerde hij met de gemeente elke zondag een nieuw lied in. “We hebben ze nu allemaal gehad - als enige gemeente in het land, denk ik. Het nieuwe liedboek is multi-inzetbaar, wij hebben geen andere bundels meer nodig. Het succes is trouwens afhankelijk van de voorganger en van de cantor-organist. Als je je er niet volledig voor inzet, krijgt het geen kans.”
Of de gemeente niet moe is van iedere week een nieuw lied? “Als cantor ben je ook een beetje cabaretier natuurlijk … Volgens mij is het goed gevallen.”

Geloven is emotie

Als hij zelf een lied zou mogen schrijven, zou dat over de liefde gaan. “Het Hooglied is voor mij het mooiste bijbelboek. Er zijn mooie gedichten bij geschreven, ik zou daar graag toonzettingen bij maken.”
Zijn mooiste lied? “Ik ben niet zo van het mooiste of het beste, het is telkens weer anders en goed. Prachtig vind ik ‘O Heer die onze Vader zijt’. De tekst ademt de sfeer van het bijbelverhaal: een menigte mensen heeft het goed bij Jezus aan het meer van Tiberias. Je voelt je als het ware deelgenoot van die menigte. De melodie volgt de sfeer en maakt daardoor de tekst nog sterker.”

Tekst: Janet van Dijk

Dit artikel komt uit het augustusnummer van Petrus. In elk nummer vertelt iemand in de rubriek 'Het mooiste lied' over zijn favoriete muziek. Meer lezen? Op petrusmagazine.nl kunt u zich aanmelden voor een gratis abonnement.

 »lees verder»

 

Protestants paspoort: Ben Tiggelaar
In welke kerk is Ben Tiggelaar opgegroeid? Wat is zijn favoriete bijbelpersonage? En wat is zijn meest dierbare kerkherinnering? Op deze en andere vragen geeft gedragswetenschapper én protestant Ben Tiggelaar antwoord.

In welke kerk ben je opgegroeid?
Ik ben opgegroeid in de Gereformeerde Kerk. Wij woonden in Muntendam, in Oost-Groningen. Daar zat ik op de School met de Bijbel. Veel vrienden van mij waren lid van de Baptistenkerk in ons dorp en daar ging ik, gedurende mijn basisschooltijd ook naar de club. Een 'ouderwetse' jongensclub waar ik de edele kunst van het figuurzagen heb geleerd! De Gereformeerde Kerk waar we lid van waren, die stond een dorp verderop, in Veendam. Toen ik verkering kreeg met Ingrid, nu mijn vrouw, was ik 17 en ging ik mee naar 'haar' kerk. Dat was de Hervormde Kerk in Nieuwe-Pekela. Ingrid en ik leerden elkaar kennen op het Ubbo Emmius Lyceum in Stadskanaal. Een echte streekschool. Zij fietste elke dag 15 km heen en 15 km terug. Ik mocht twee keer 25 km per dag wegtrappen.

Bij welke kerk hoor je nu?
Wij horen nu bij de Adventkerk in Amersfoort. Een protestantse gemeente die heel divers is. Van oorsprong is het een 'progressieve bondsgemeente', als je dat zo kunt zeggen. In de praktijk betekent dit: allerlei soorten muziek, beamers in de kerk, Mannen en vrouwen in het ambt en een liberaal standpunt op veel andere terreinen. Maar naast onze eigen gemeente bezoeken we ook regelmatig kerken van vrienden. Dat varieert van de Jacobikerk in Utrecht, tot de Bethelkerk in Drachten - een Baptistengemeente - en de Hillsong-gemeente in Amsterdam.

Wat is je favoriete bijbelpersonage? En waarom?
In mijn geloof staat Jezus Christus centraal. Ik ben me in de afgelopen jaren steeds meer gaan realiseren dat geloven niet draait om religie, regels of slimme gedachtenspelletjes, maar om mijn persoonlijke relatie met hem. Je zou kunnen zeggen dat ik steeds meer een echte protestant ben geworden. Maar goed, je zou kunnen zeggen dat Jezus een beetje een oneerlijke voorsprong heeft op de overig personen die in de Bijbel voorkomen, haha. Dus laat ik nog iemand noemen: David. Een allround leider ... En een mens in alle opzichten. Opmerkelijk: een koning die ook liederen componeerde die nu, drieduizend jaar later, nog over de hele wereld worden gezongen!

Wat is je favoriete kerklied? En waarom?
Ik ben dol op allerlei soorten muziek. Als het gaat om een 'ouderwets' kerklied, dan zou ik zeggen 'Be Thou my vision / You are my vision'. En dan liefst in de versie van Rend Collective (zie video hieronder). Een mooie brug tussen de traditionele kerkmuziek en de muziek van nu. En als ik in de auto christelijke muziek draai, dan is het meestal van Kirk Franklin, Israel Houghton of Rend Collective of U2 of Lenny Kravitz of ... Nou ja, ik hou van heel veel soorten muziek.

[Tekst gaat verder onder video]


Wat is je meest dierbare kerkherinnering?
Ik ben dol op Ingrid en op onze vier dochters. Dus dat is makkelijk: onze belijdenis, ons huwelijk en de doopdiensten van onze dochters Maria, Isabelle, Emma en Bernice. Die staan op één. Maar op een goede tweede plaats staan de kerkdiensten die Ingrid en ik hebben meegemaakt in Afrika en Azië: ineens realiseer je je hoe groot en divers Gods koninkrijk is!

Wat is de meest indrukwekkende preek die je ooit gehoord hebt?
De meest indrukwekkende 'preek' was voor mij 'Mere Christianity' / 'Onversneden Christendom' van C.S. Lewis. Dat boek heeft op mij, in mijn studententijd, en daarna nog verschillende keren opnieuw, grote indruk gemaakt. Stap voor stap maakt Lewis duidelijk wat de basics van het geloof zijn. Daarnaast ben ik al jaren een grote fan van de New Yorkse predikant Tim Keller. Fijn hoe hij je denken prikkelt en lastige vragen bij de kop durft te pakken, zoals: hoe kun je als christen beweren dat er maar één weg en één waarheid is?

Ben Tiggelaar houdt de Protestantse Lezing 2018. Het thema is 'Hoe je zélf iets van je leven kunt maken. (Of toch niet?)'  De protestantse lezing is een maatschappelijk actueel statement vanuit de protestantse traditie. De lezing wordt jaarlijks gehouden op 31 oktober (Hervormingsdag). De lezing is volgeboekt. U kunt zich nog wel aanmelden voor de wachtlijst via www.protestantsekerk.nl/lezing. De lezing is ook online te volgen via een livestream.

 »lees verder»

 

Druk druk druk, maar wel graag betrokken
In veel gemeenten zijn twintigers en dertigers maar nauwelijks zichtbaar. Hoe komt dat? En is er iets aan te doen? Sharon van Veen (21) uit de Ichthuskerk uit Zoetermeer deed onderzoek naar deze leeftijdsgroep in haar gemeente en publiceerde onlangs haar conclusies en aanbevelingen.

Sharon, kun je allereerst iets vertellen over de aanleiding van je onderzoek?
“Er leefde bij de kerkenraad al een tijdje de behoefte om de twintigers en dertigers van onze kerk beter in beeld te brengen. Hoewel er best wat leden in die leeftijdscategorie zijn, komen zij maar heel weinig naar kerkelijke activiteiten. De kerkenraad wilde graag beter weten hoe deze groep in elkaar zat. Dus toen ik aangaf dat ik voor mijn studie graag een onderzoek wilde uitvoeren in onze kerk, waren ze daar erg blij mee. En mij leek het onderwerp ook erg interessant.”

Je onderzoek is inmiddels afgerond. Wat valt op, als je naar de conclusies kijkt?
“Een van de belangrijkste conclusies is dat de kerk voor een groot gedeelte van de twintigers en dertigers echt wel betekenis heeft, maar dat veel van hen zo’n drukke agenda hebben dat ze weinig tijd hebben om naar kerkelijke activiteiten te komen. Dat geldt zeker voor mensen met kinderen en een fulltime baan. Vaak zijn veel van hun vrienden niet gelovig, dus veel sociale contacten gaan buiten de kerk om. En dan willen ze ook nog graag tijd vrijmaken om te sporten. Een deel van de mensen geeft daarom aan dat het niet zozeer de kerk is die meer moet doen, maar dat hun beperkte betrokkenheid vooral ligt aan hun eigen prioriteiten.”

Kan de kerk iets met dat signaal?
“Ik heb in diepte-interviews met mensen doorgesproken over dit onderwerp. Iemand opperde toen het idee om activiteiten voor kinderen en ouders te combineren. Als er nu voor een musical wordt geoefend, komen ouders hun kinderen brengen en ze een uur later weer ophalen. In dat uur kun je eigenlijk best een gespreksgroep voor ouders organiseren, over onderwerpen die voor hen relevant zijn: opvoeding, een scheiding, carrière… We hebben in maart proefgedraaid met zo’n avond, en er kwamen behoorlijk wat ouders op af. Zij ervoeren het als heel positief! Dus dat idee heb ik nu opgenomen bij de aanbevelingen.”

Ik kan me voorstellen dat zo’n aanbeveling ook voor andere gemeenten interessant kan zijn. Kwam er nog meer uit je onderzoek waar andere gemeenten hun voordeel mee kunnen doen?
“In onze gemeente wordt elke zondag in de kerk de Zondagsbrief uitgedeeld, op papier. Daarin staan activiteiten aangekondigd en lees je het nieuws uit de gemeente. Mensen die weinig in de kerk komen, ontvangen de Zondagsbrief echter niet, dus die horen alleen van de kerk via de Kerkbalans-brieven. ‘De kerk mag ook wel eens contact zoeken als er géén geld nodig is’, hoorde ik een aantal keer. Eén van mijn aanbevelingen is dan ook om het e-mailadressenbestand van de gemeente beter op orde te krijgen. Dan kunnen mensen via e-mails op de hoogte gehouden worden van de activiteiten die georganiseerd worden. Want veel twintigers en dertigers geven aan dat ze het leuk vinden om via e-mail of sociale media uitgenodigd te worden.
Ook zeggen mensen best eens een berichtje van de dominee te willen krijgen: ‘Hé, hoe gaat het met je studie?’ Maar ze begrijpen tegelijkertijd ook wel dat dat niet zo snel gebeurt als ze zelf weinig in de kerk zijn.”

Iets dat regelmatig terugkomt in je onderzoeksrapport, zijn de zogeheten Chagallvieringen in jullie kerk. Die worden als erg positief ervaren. Waar ligt dat aan, denk je?
Mijn indruk is dat die diensten voor veel mensen beter aansluiten bij hun voorkeuren. De Chagallvieringen beginnen altijd om 12.00 uur, zijn relatief kort, en gaan over actuele onderwerpen zoals liefde, opleiding en carrière. Tijdens de dienst is er voor iedereen ruimte om vragen te stellen of iets te zeggen. Bovendien worden er verschillende soorten liederen gezongen, ook popliederen.
Niet iedereen heeft overigens dezelfde voorkeuren. Zelf houd ik toch vooral van de traditionele diensten. En 63% van degenen die de enquête hebben ingevuld, geeft aan 10.00 uur eigenlijk een prima tijdstip te vinden.”

Wat hoop je dat de komende tijd gerealiseerd gaat worden, op basis van je rapport?
“Ik zit zelf in de werkgroep ‘Jeugd’, en ik wil me gaan inzetten voor meer activiteiten voor ouders tijdens de activiteiten van hun kinderen - het idee dat ik eerder noemde. En daarnaast zou ik het heel tof vinden als het lukt om de website aan te passen. Het zou echt een verbetering zijn als mensen zich makkelijk met hun e-mailadres aan kunnen melden om op de hoogte te blijven.”

Benieuwd naar het onderzoek van Sharon? Lees het hele onderzoeksrapport hier.

In het derde nummer van het magazine Petrus gaat Sharon in gesprek met Dick Brinkman (75), die ook lid is van de Ichthuskerk. “Ik ben af en toe jaloers op mensen die heel intens geloven.”

Foto: Anne Paul Roukema

 »lees verder»

 

‘Laat het vasteland achter je en haal inspiratie overzee’
Het begint al bij de overtocht. Mensen ontmoeten elkaar op de boot, en komen elkaar op het eiland steeds weer tegen. “Het eiland Terschelling is een unieke plek voor het Inspiratiefestival eind oktober”, vertelt initiatiefnemer ds. Mathilde de Graaff. “Je kunt wel spreken van een inspiratiereis.”

Het was een droom die uitkwam voor Mathilde de Graaff toen in oktober 2016 het eerste Inspiratiefestival plaatshad: een weekend lang tijd en aandacht hebben voor wat je bezighoudt, als individu en als lid van een gemeente, en geïnspireerd worden om mogelijk stappen te zetten naar iets nieuws. “Het is hier een inspirerende plek, de elementen hebben vrij spel, de natuur is prachtig. Bezoekers laten in Harlingen het vasteland achter zich, stappen op de boot, en maken een beweging naar land aan de overkant. Een bijbels principe van loslaten, zoals een pelgrim doet. In de beweging kan veel nieuws ontstaan.” Er was zo veel enthousiasme bij de vijfhonderd bezoekers dat besloten werd tot een vervolg in het laatste weekend van oktober. Mathilde: “Er waren mensen die zeiden: ‘Als ik had geweten dat het zo mooi was, had ik meer mensen van thuis meegenomen.’”

Programma

Het festival start op vrijdag 26 oktober om 14.00 uur en sluit zondag af met een gezamenlijke viering om 9.30 uur. In de tussentijd is er een gevarieerd programma aan lezingen, workshops, getijde-vieringen, trainingen, theater en meditatie. Ook de Protestantse Kerk, mede-organisator, vult een aantal programma-onderdelen.

  • Paulus Interactief, scènes uit de voorstelling ‘Paulus, apostel van de vrijheid’: interactieve werkvormen, debat en gedachtewisseling over Paulus, joodse en christelijke traditie.
  • Nieuwe perspectieven voor kerken op het platteland, met andere ogen kijken naar kerken en zien hoe kerken op tal van manieren verbonden zijn met dorpen en buurten.
  • Toen Jona in de walvis zat, het verhaal van Jona door een verhalenverteller met een missionaire vertaling naar de eigen praktijk van deelnemers.
  • Samen lezen voor verandering, twee verschillende workshops over Contextueel Bijbellezen: waarom is het zo belangrijk dat we de invloed van de context op onze manier van lezen expliciet maken? 
  • Natuurlijk: over geloof en verduurzaming, aan de hand van een spel met mogelijkheden om in de eigen geloofsgemeenschap het gesprek over een groene/duurzame levensstijl te arrangeren.
  • Krijg de klere(n)!, over onze macht en onmacht als het gaat om (kinderen in) de kledingindustrie.
  • Getijden vieren onder leiding van Vacare, platform voor meditatief leven.

Ook voor kinderen is er een programma. Op zondagochtend vindt onder meer voor hen een Kliederkerkviering plaats. Kinderen tot 12 jaar mogen gratis naar het festival.

Kijk voor meer inspirerende programma-onderdelen op www.pthu.nl/Inspiratiefestival/. Hier kunt u zich ook aanmelden (zie het menu links).

Het Inspiratiefestival is een initiatief van de kerken op Terschelling, de Protestantse Kerk, de Protestantse Theologische Universiteit en de Raad van Kerken.

 »lees verder»

 

Vacarelezing - De weg die bij je hoort
Ds. Mariska van Beusichem houdt dit jaar de vacarelezing tijdens de landelijke Vacaredag op zaterdag 6 oktober. Ze licht een tipje van de sluier op. Over richting zoeken in je leven en geluk vinden...

Licht

We leven in een donkere wereld, zegt men. Toch baadt een groot deel van die wereld vrijwel constant in een zee van licht. Het stroomt uit straatlantaarns, autolampen, neonreclames, tuinbouwkassen enz. Toch is dat niet wat Jesaja bedoelt als hij schrijft: ‘Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht.’ (Jesaja 9: 1) Het licht dat 24 uur per dag om velen van ons heen brandt, weerspiegelt eerder de voortdurende alertheid in ons hoofd, steeds gespitst op vragen als: ‘Hoe steek ik bij anderen af?’, ‘Wie is de mooiste, de slankste, de slimste, de rijkste?’, ‘Komt er oorlog of een aanslag’, ‘Zijn mijn financiën wel veilig?’, ‘Blijven mijn dierbaren en ik gezond?’ Door die innerlijke toestand zien we vaak het licht niet waar Jesaja over schrijft: het licht waarin dat wat is doorschijnend wordt tot op de Schepper die voor ons zorgt en over ons waakt. Als dit licht ons aanraakt, begint er iets in ons te resoneren. Het kan zich uiten in vreugde zijn maar ook pijn. Alsof ons bloed sneller begint te stromen of een wond begint te trekken. Ons verlangen is gewekt.

Heelal

Het kan bijvoorbeeld zo gaan: na een jaar hard werken ben je eindelijk vrij en zit in Frankrijk voor je tent. Het is avond. Je strekt je nog eens uit en kijkt naar de hemel. Je ziet de maan, de planeten en sterren. Je wist natuurlijk allang dat die daar ergens boven je hoofd zweven maar nu zie je ze bewust. Je verwondert je over hun schoonheid. Opeens voel je je heel klein, minder dan een stipje in het heelal. Tegelijk weet je je omgeven door Iets of Iemand, veel groter dan jij. Je voelt je kwetsbaar en geborgen tegelijk. Een gevoel van vrede komt over je, alsof er iets op z’n plaats valt. Daarna kan je in je slaapzak gaan liggen en alles vergeten. Maar het kan ook zijn dat er iets in je is teweeg gebracht. Het laat je niet meer los. Je gaat op zoek. De weg die zich ontvouwt, is uniek omdat hij hoort bij de unieke mens die jij bent. Maar je bent niet de enige die op reis is gegaan. Om je heen is een wolk van getuigen. Zij vertellen je wat zij zelf hebben ervaren. Zij delen met jou de inzichten die ze onderweg hebben opgedaan. 

Stilte

Een van hen is de dichter van psalm 8. Zijn zoektocht start ook met verwondering. In de stilte van de nacht staat hij onder de sterrenhemel. Daar raakt hij met God in gesprek. Geleidelijk begint hij zijn leven vanuit een heel nieuw perspectief te zien. Zijn geraaktheid brengt hem bij zijn roeping.

In de Vacarelezing zullen we de weg volgen die zich voor deze dichter ontvouwt en zijn ervaringen leggen naast getuigenissen van anderen die ook hun weg vanuit geraaktheid zijn gegaan. Bovendien zullen we proberen te traceren wat daarbij de betekenis van meditatie is…

Ds. Mariska van Beusichem
(Foto door Jack Ward via Unsplash)

>6 oktober: Vacaredag 2018
>Meer over Vacare - platform voor meditatief leven

Portret van ds. Mariska van Beusichem

 »lees verder»

 

Hak je eigen Jezusbeeld: ‘Mijn genade is jou genoeg’
Het tv-programma 'Met hart en ziel' (KRO-NCRV) gaat van start met een nieuwe serie afleveringen. Vanmiddag om 16.45 uur is de eerste aflevering te zien, die werd opgenomen tijdens een bijzondere workshop op het Graceland Festival.

Haar plan was om nog één keer naar de kerk gaan om God te bedanken en afscheid van de kerk te nemen. "Ik had een heel donker beeld van God. De kerk hoefde van mij niet zo nodig."

Aan het woord is Hanne-Maria Minderhoud uit Heerlen. Ze wordt gevolgd in de eerste aflevering van het tv-programma ‘Met Hart en Ziel’ van de KRO-NCRV. Hanne-Maria bezocht het Graceland Festival en hakt daar tijdens een workshop haar eigen Jezusbeeld.

[Tekst gaat verder onder video]

Het woord ‘Enough’ (vert. genoeg) hakt ze uit de steen. Want toen ze afscheid van God en de kerk wilde nemen, werd er gepreekt over de Bijbeltekst ‘Mijn genade is jou genoeg’.

Hanne-Maria: "Door die preek vielen de schellen van mijn ogen. Als dit het geloof is wat in de kerk wordt beleden - ‘dat we genoeg zijn, ook als je niet perfect bent’ - dan wil ik daar meer vanaf weten.”

Haar ‘Jezusbeeld’ staat nu bij haar in de vensterbank.

Kijk ‘Met Hart en Ziel’ - Dinsdag 4 september om 16.45 uur op NPO2.

Op de hoogte blijven van 'Met hart en ziel'? Like hier de facebook-pagina.

 »lees verder»

 

Let op: Indienen begrotingen en jaarrekeningen voor gemeenten gaat veranderen
Lees hier alles wat u als kerkrentmeester, diaken of kerkenraadslid moet weten over FRIS, het nieuwe hulpmiddel voor het indienen van begrotingen en jaarrekeningen.

FRIS (Financieel Rapportage en Informatie Systeem) brengt uniformiteit en gemak voor het opstellen en indienen van de plaatselijke begrotingen en jaarrekeningen van diakenen en kerkrentmeesters. Maar wat is FRIS en waarom is het van belang voor het beheer en de toekomst van uw gemeente? Lees hier wat voor voordelen dit systeem voor u oplevert.

Waarom FRIS?
Goed financieel beheer is cruciaal voor een vitale gemeente. Zeker in tijden van verandering is het van groot belang om de zaken op orde te hebben. Maar het is niet altijd even gemakkelijk en duidelijk hoe het financieel beheer uitgevoerd moet worden. Gelukkig is er nu een nieuw systeem dat gemeenten helpt om op een gemakkelijke wijze begrotingen en jaarrekeningen te maken. In oktober gaat het nieuwe rapportagesysteem FRIS (Financieel Rapportage en Informatie Systeem) van start.

Via deze video krijgt u snel een duidelijk beeld van FRIS:

Zeven redenen om gebruik te maken van FRIS

Afgelopen synode is besloten om diakenen en kerkrentmeesters beter te ondersteunen bij de financiële rapportages. In het gebruiksvriendelijke systeem dat hiervoor is gemaakt, is een uniforme opzet voor begrotingen en jaarrekeningen verwerkt. Maar wat voor voordelen heeft dit nieuwe systeem?

  1. Het opstellen en indienen van begrotingen en jaarrekeningen wordt eenvoudiger. Door de uniforme opzet hoeft u maar een keer kennis te maken met het systeem en volgend jaar zijn de vergelijkende cijfers als ingevuld,

  2. Het beoordelen van de begrotingen en jaarrekeningen is eenvoudiger,

  3. Gemeenteleden en andere kerkenraadsleden kunnen beter geïnformeerd blijven omdat de resultaten op een duidelijke manier worden gepresenteerd.

  4. Door gebruik te maken van FRIS kan uw gemeente gemakkelijk blijven voldoen aan de ANBI-regelgeving,

  5. Diakenen en kerkrentmeesters zijn minder tijd kwijt aan rapportages zoals jaarrekeningen en begrotingen omdat het opstellen en indienen gemakkelijker gaat,

  6. Financiële analyses en prognoses kunnen in de toekomst automatisch gegenereerd worden in FRIS. Die kunnen weer worden meegenomen in de meerjarenprognoses

  7. FRIS werkt samen met Het Generale College voor de Behandeling van beheerszaken (GCBB). Hierdoor wordt er gewerkt met landelijk vastgestelde standaarden en worden alle gemeenten hetzelfde behandeld.

Hoe werkt FRIS?
Het Generale College voor de Behandeling van Beheerszaken (GCBB), dat sinds 1 mei 2018 in functie is, heeft de standaarden vastgesteld voor FRIS. Het voordeel is dat gemeenten en CCBB’s daarmee op een gelijkwaardige manier samenwerken, zodat bijvoorbeeld een gemeente in Zeeland niet anders behandeld wordt dan een gemeente in Groningen. FRIS leidt, in combinatie met de GCBB-richtlijnen, tot veranderingen in de manier van verslaglegging aan de CCBB’s door de colleges van kerkrentmeesters en van diakenen.

Hoe en wanneer kan ik gebruik maken van FRIS?
Het eerste deel van FRIS komt in de tweede helft van oktober 2018 beschikbaar en kan gebruikt worden voor de begroting van 2019. In december 2018 is het tweede deel klaar, waarmee de jaarrekening 2018 ingediend en beoordeeld kan worden. Voor de begroting van 2020 en de jaarrekening over 2019 is het de bedoeling dat alle gemeenten en diaconieën van FRIS gebruik maken

Voor colleges die nog niet werken met het rekeningschema van de Protestantse Kerk betekent dit wellicht aanpassingen in de boekhouding. Door de diversiteit in de huidige manieren van werken zal de impact van de veranderingen voor de colleges verschillend zijn. De nieuwe richtlijn voor de jaarverslaggeving wordt in het najaar van 2018 door het GCBB gepubliceerd zodat er er voldoende voorbereidingstijd is. Ook de handleiding en het trainingsmateriaal voor het gebruik van FRIS zal gereed zijn voor de lancering.

Houd u deze pagina in de gaten, hier zullen we u regelmatig op de hoogte houden en betrekken bij de vorderingen die gemaakt worden. Zodra het systeem gebruikt kan worden kunt u hier alle instructies en uitleg vinden om met FRIS aan de slag te gaan.

Rekeningschema beschikbaar (update 14-09-2018)

Het rekeningschema 2019 is nu beschikbaar en te vinden op de pagina's met modellen voor diakenen en kerkrentmeesters. Voor de jaarrekening 2019 wordt door iedereen gebruik gemaakt van FRIS en daarmee van het nieuwe 'Rekeningschema 2019'. Ook colleges die voor de begroting 2019 en/of de jaarrekening 2018 gebruikmaken van FRIS maken gebruik van dit nieuwe rekeningschema. 

Vragen over FRIS?

Voor vragen kunt u snel en eenvoudig contact opnemen met het projectteam door een e-mail te sturen naar fris@protestantsekerk.nl

 »lees verder»

 

Bungeejumpen vanaf de schouders van de traditie
"Pionieren met doop en avondmaal. Voor de één klinkt dit waarschijnlijk als muziek in de oren. Voor de ander als vloeken in de kerk." Anneke van der Velde vertelt over de cursus 'doop en avondmaal met pioniers'.

Ik begrijp goed dat pionieren met doop en avondmaal een spannend thema is. Juist daarom geef ik een cursus hierover voor pioniers. Een cursus van drie ochtenden waarmee pioniers worden toegerust op hun plek de sacramenten contextueel vorm en inhoud te geven. Dat kan niet zonder kennis te nemen van de eeuwenoude theologische doordenking van de sacramenten.

Het raakte me hoe de pioniers zich bewust zijn van de traditie en die recht willen doen. Tegelijk was er het verlangen terug te gaan naar de oorsprong van de sacramenten en ‘slechts’ de Bijbel als uitgangspunt te nemen. Een bungeejump vanaf de schouders van de traditie.

Doop en avondmaal door pioniers
De generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland heeft in april 2014 besloten dat er vanwege de bijzondere missionaire situatie van pioniersplekken voor pioniers ruimte is doop en avondmaal te vieren. Pioniers mogen de ambtswerkzaamheden van een predikant vervullen, zolang dat gebeurt in verbinding met een specifieke pioniersplek. Elke pionier kan gebruik maken van deze ruimte, ook als hij of zij geen theologische opleiding heeft genoten. De basis hiervoor is ordinantie 2, artikel 6 uit de kerkorde. Om van deze ruimte gebruik te kunnen maken, is er een procedure. Na een stappenplan van negen stappen wordt de pionier bevoegd verklaard de sacramenten te bedienen. Onderdeel van deze procedure is een cursus ‘doop en avondmaal’. De cursus beslaat drie dagdelen en er wordt afgerond met een werkstuk over de sacramenten. Pioniers van verschillende opleidingen, contexten en geloofsachtergronden doen eraan mee. Meer info via www.lerenpionieren.nl/doop-en-avondmaal.


Even slikken

In de voorbereiding op de cursus ‘doop en avondmaal’ heb ik wel even moeten slikken. Want ik ben historicus en theoloog. En ik heb grote waardering en respect voor de dogmatiek, de traditie en de kerkgeschiedenis. Juist in deze tijd, waarbij ook in de kerk oppervlakkige en snelle informatie uitwisseling aan de orde van de dag lijken te zijn, vind ik het belangrijk te pleiten voor een grondige theologische doordenking. Ik zie onze voorouders in de theologie soms letterlijk voor me; mensen die hun hele leven hebben gewijd aan het onderzoeken, doordenken en expliciteren van Bijbelse en theologische noties. Ik vond dan ook dat de pioniers stevig kennis zouden moeten nemen van de dogmatiek.

Ik had echter onderschat hoe dat bewustzijn van het staan in de traditie en de eerbied ervoor al aanwezig waren bij de pioniers die naar de cursus kwamen. Natuurlijk, bij pioniers gaat het vaak om ‘jonge honden’ die enthousiast en gedreven staan te popelen om het heil dat zij hebben ontdekt te delen. Daarbij hebben ze haast, en willen ze zich niet laten afleiden door zaken die er niet toe doen en de dingen naar hun mening onnodig ingewikkeld maken. Ze willen zich bepalen tot de kern van het heil en die ontdoen van alle stoffigheid die er naar hun mening door de eeuwen heen op is komen te liggen. Maar ik merkte ook de behoefte aan zorgvuldigheid, liefde voor de traditie en de kerkgeschiedenis, een op waarde schatten van wat er zoal aan dogmatiek rondom doop en avondmaal is geformuleerd. En ik zag bij de cursisten ook de moed, om voor zichzelf en hun pioniersplek te onderscheiden wat waardevol is in die traditie en wat ballast is. Om uiteindelijk vanuit de Bijbel nieuwe vorm en inhoud aan de sacramenten te geven. Dat is durven: de traditie op waarde schatten, je ervan losmaken, en een nieuwe weg inslaan. Omdat je ervan overtuigd bent dat een nieuwe context een nieuwe vertaling van het heil nodig maakt.

Onderdeel van de cursus was dat de pioniers aan elkaar een concrete liturgie van een doop- of avondmaalsviering presenteerden. Dit gaf een prachtige oogst aan nieuwe woorden, onverwachte vormen en toepassingen. Het was boeiend om te zien dat sommige pioniers de oude inhoud laten staan, maar een vernieuwing zoeken in de vorm van de sacramenten. En anderen laten de oude vorm in stand, maar zoeken vernieuwing in de betekenis ervan.

In een vijver

Als voorbeeld van het eerste (oude betekenis, nieuwe vorm) vertelde een pionier over het voornemen om te dopen in de vijver naast hun woongemeenschap. De betekenis van die doop zal waarschijnlijk exact hetzelfde zijn als wat zijn voorouders er door de eeuwen heen aan beleefden. De woorden die gesproken zullen worden zijn vergelijkbaar. Er zullen teksten klinken over de opname in het verbond, de overgang van de dood naar de gemeenschap van Christus, het schoonwassen van zonde en het begin van een leven onder Gods heilsbelofte. De vorm zal wezenlijk anders zijn: er zal ondergedompeld worden op een alledaagse plek. Een plek die echter van grote betekenis is voor de dopeling. Een plek waar de dopeling in het wonen en leven met anderen het heil heeft ervaren. De vorm van het sacrament wordt aangepast aan de context waarbinnen het geloof wordt beleefd.

Een voorbeeld van een sacrament in ‘oude vorm, nieuwe betekenis’ werd gegeven door een wat meer vrijzinnige pionier die een kind ‘traditioneel’ ging dopen, en waarbij de betekenis vooral zou zijn dat het kind welkom werd geheten in het leven en de familie. De baby zou worden gedoopt met drie keer een besprenkeling, in de naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest. In de inleiding op de doop zou vooral het welkom heten in het leven en de familie worden benadrukt. Niet de opname in het verbond, niet het sterven en opstaan in Christus, niet het schoonwassen van zonde zou centraal staan, maar het vieren van het leven. Het oude sacrament dat als vorm gebruikt wordt voor een eigentijds geboortefeest.

Het elastiek 

Natuurlijk valt er over beide varianten vanuit de dogmatiek en kerkgeschiedenis veel te zeggen. Ook in mij komen bedenkingen op, beren op de weg, de behoefte om op het scherpst van de snede een theologische discussie te gaan voeren over de vorm en betekenis van de sacramenten. Maar mij heeft ook de moed en durf geraakt die de pioniers lieten zien. Zij weten dat ze staan op de schouders van de traditie, maar dat verlamt ze niet. Ze durven te springen. Omdat ze zien dat deze tijd en de context waarin ze pionieren andere wegen vraagt om het door hen ervaren heil te bemiddelen. Een bungeejump vanaf de schouders van de traditie.

Auteur: Anneke van der Velde, missionair specialist Protestantse Kerk

Cursus doop en avondmaal
Ben je pionier en geen predikant? Heb je de wens te dopen en avondmaal te vieren op je pioniersplek? Dit is mede mogelijk door deze cursus van drie ochtenden (van 9:30 tot 12:30 uur). Op de vrijdagen 9 en 23 november en 7 december 2018 vindt de cursus doop en avondmaal plaats op het Dienstencentrum in Utrecht. Aanmelden kan door een email naar Anneke van der Velde te sturen.

 »lees verder»

 

Dilemma: Wat te doen met Israëlzondag?
Jaarlijks staan we op Israëlzondag stil bij de joodse wortels van het christendom. Voor sommige mensen is Israëlzondag echter onbekend of zelfs omstreden. Moeten we de naam veranderen, deze zondag afschaffen of deze juist veel meer onder de aandacht brengen?

In het septembernummer van woord&weg wordt deze vraag voorgelegd aan vier betrokkenen bij de Protestantse Kerk.

Gertrudeke van der Maas, predikant in Apeldoorn ‘Onze wortels benadrukken’

‘Tijdens Israëlzondag onderstrepen we het feit dat de Bijbel een door en door joods boek is. Ik ben christen, maar alle beelden en begrippen uit mijn geloof zijn van oorsprong joods; niet alleen belangrijke woorden als ‘koning’ en ‘Messias’, maar ook kernbegrippen als vrede, gerechtigheid en verzoening. Om de Bijbel echt goed te kunnen begrijpen, zul je moeten weten hoe deze termen oorspronkelijk zijn bedoeld. Ik vind dit een heel fundamenteel gegeven van de christelijke traditie en voel een diepe verbondenheid met die oorspronkelijke joodse teksten. Israëlzondag biedt ons de gelegenheid om die wortels nog eens heel specifiek te benadrukken, maar niet door even joodse liedjes te gaan zingen en exotisch te gaan doen, dat zou onvoldoende recht doen aan die enorme band. Persoonlijk vind ik het etiket ‘Israëlzondag’ ook niet erg belangrijk. Ik probeer niet alleen op deze dag maar in alle vieringen die joodse verbondenheid in het geheel van de dienst te verwerken. Zowel in de gebeden en de liederen als in de preek. Vergelijk het maar met het werelddiaconaat, dat staat ook twee keer expliciet op de ‘liturgische kalender’, maar we hebben er veel vaker aandacht voor.’

Ds. Dick van Arkel, lid Stichting Platform Appèl Kerk en Israël ‘Gekaapt door de politieke agenda’

‘Vanuit de Stichting Platform Appèl Kerk en Israël geven we lezingen en studiedagen voor predikanten, kerkelijk werkers en geïnteresseerde gemeenteleden, waarin we het belang aangeven van de joodse wortels in ons christelijk geloof. Die verbondenheid met het volk Israël moet je echter niet verwarren met de politieke actualiteit. Israëlzondag heeft niets te maken met de staat Israël of het Palestijnse conflict. In 2008 heeft de synode van de Protestantse Kerk de nota ‘Het Israëlisch-Palestijns conflict in de context van de Arabische wereld en het Midden-Oosten’ (IP-nota) aanvaard. Hierin staat ook een subparagraaf over de ‘Israëltheologie’, waardoor de kerk niet meer over Israël kan spreken zonder daarbij direct de politieke actualiteit in het Midden-Oosten te betrekken. Door het voortdurende beroep op deze IP-nota zaaien zij aanhoudend verwarring, waardoor de theologische bezinning op de joodse wortels van het christelijk geloof gekaapt wordt door de politieke agenda. Misschien moeten we daarom overwegen om de naam Israëlzondag te wijziging in een neutraler begrip, zoals ‘Zondag bij het Jodendom’, of ‘Christelijke zondag bij de wortels in het Jodendom’. Als dat ervoor zorgt dat meer kerken stil gaan staan bij Israëlzondag en we meer dialoog krijgen met joodse gelovigen in Nederland, zou ik dat zeker steunen.

Dr. Piet van Midden, voorzitter van Het Overlegorgaan Joden en Christenen (OJEC) ‘Die ene zondag is onvoldoende’

‘Het is op zich goed dat Israëlzondag bestaat en we moeten onze wortels vooral eren en vieren, maar die ene zondag in het jaar doet niet voldoende recht aan de onlosmakelijk verbondenheid van de kerk met haar joodse wortels. Het is belangrijk dat we beseffen dat het Nieuwe Testament een joods boek is en dat Jezus afstamt van Abraham. Die joodse kaders van waaruit het evangelie is ontstaan, worden in de moderne theologie vaak vergeten en dat vind ik ontzettend jammer. Jezus was een jood en geen uitvinding van het christendom. Hij heeft het woord van God verkondigd in een door joden gesproken taal en binnen de joodse kaders van die tijd. Hoe kun je het in vredesnaam over Israël hebben zonder dat te beseffen? Als voorzitter van het OJEC spreek ik veel met vertegenwoordigers van de joodse traditie. Het zou heel goed zijn als veel meer mensen die dialoog zoeken. Ik denk dat, in plaats van alleen Israëlzondag te vieren, we terug moeten keren naar Bijbelteksten van Israël zelf, en ik zou het mooi vinden als we Israël élke zondag in onze gebeden terug laten komen en we dankbaar zijn voor wat Abraham en de zijnen voor ons hebben gedaan.’

Kor Bras, actief kerklid en vrijwilliger bij het Genootschap Nederland-Israël ‘Het mag wel wat meer uitgedragen worden’

‘Israëlzondag is een belangrijke dag van bewustwording voor christenen over de oorsprong van hun religie. Goed om hier uitgebreid bij stil te staan en misstanden te repareren. Volgens mij weten veel mensen namelijk niet meer goed wat de oorsprong is van de Bijbelse teksten. Als zij joodse geschriften lezen, doen ze dat met een christelijke bril. Vaak vertalen mensen het woord Thora met ‘wet’, terwijl het veel meer lering, richtsnoer en handleiding betekent. Toen ik ging inzien dat het evangelie niet een opzichzelfstaand boek is maar voortvloeit uit de Tenach, kreeg ik een compleet nieuwe geloofsbeleving en leerde ik de Bijbel op een andere manier te lezen. Tijdens Israëlzondag kunnen we die onlosmakelijke verbondenheid met de joodse oorsprong benoemen en uitleggen, maar het mag van mij nog wel wat meer bevochten en uitgedragen worden. De nieuwe generatie theologen is wat orthodoxer dan vroeger, en op enkele opleidingen is er nauwelijks ruimte voor interpretaties noch aandacht voor de erfenis uit het Jodendom. Dat baart mij grote zorgen. Ik denk dat het goed is dat predikanten, niet alleen tijdens Israëlzondag maar het hele jaar door stilstaan bij die onlosmakelijke joodse wortels van ons geloof.’

Reageer ook

Hoe kijkt u naar Israëlzondag? Laat het weten via Facebook. In het oktobernummer leest u op pagina 2 een selectie van de reacties in de rubriek 'Dit vindt u'.

 Meer informatie

  • Geen Facebook? Mail dan naar info@protestantsekerk.nl.
  • woord&weg is het inspiratiemagazine van de Protestantse Kerk in Nederland. Een proefnummer aanvragen? Mail dan naar wew@protestantsekerk.nl.
  • De Protestantse Kerk maakte ook een handreiking bij de Israëlzondag.

De afbeelding 'Mozes ontvangt de stenen tafelen' is van de kunstenaar Marc Chagall.

 »lees verder»