Bachconcert of cantatedienst in uw kerk? Vraag subsidie aan!
Als protestantse gemeente een cantatedienst houden of een Bachconcert organiseren? Meer weten over lutherse tradities? Via de Solidariteitskas kan hiervoor subsidie worden aangevraagd. Zowel plaatselijke als regionale projecten komen in aanmerking op basis van gemeenten voor gemeenten.

Alle gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland kunnen een aanvraag indienen voor het starten van een projecten waardoor de lutherse traditie wordt bewaard en ingebracht in het geheel van de kerk. Sinds 2009 is hiervoor via de Solidariteitskas geld beschikbaar. Dat kan via de commissie BILT (Bewaren en Inbrengen van de Lutherse Traditie), onderdeel van de commissie Steunverlening, die de Solidariteitskas beheert.

Dubbel gebed
Elementen zoals Bachmuziek, cantatediensten en de biecht zijn onderdelen die in de lutherse traditie sterk leven. Horst Oosterveer, voorzitter van de commissie BILT, merkt dat er nog best een stuk onbekendheid is over lutherse gebruiken. ¨We vinden het belangrijk dat protestantse gemeenten er bekend mee raken.´ Kerkmuziek is een hoogtepunt voor lutheranen: gezang is een dubbel gebed. ´Het organiseren van Bachconcerten, Bachcantates en extra ondersteuning van diensten met muziek komen allen in aanmerking voor subsidie van onze commissie´, vertelt Oosterveer.

Eén geheel als kerk
Het bewaren van de lutherse traditie is een waardevolle zaak, aldus Oosterveer: ¨Bewaren betekent voor ons dat je iets op handen moet dragen en er kennis van moet kunnen nemen.¨ Zo vroeg de Evangelisch-Lutherse gemeente in Den Haag dit jaar subsidie aan voor het houden van een cantatedienst op Hervormingsdag. Het gaf hen de gelegenheid het vuur van de reformatie levend te houden en naast eigen gemeenteleden ook inwoners van Den Haag hierin te laten delen. ´De commissie hoopt dat projectaanvragen van niet-lutherse gemeenten zullen toenemen en probeert dat ook zo actief mogelijk te stimuleren.´ aldus Oosterveer, ´als kerk zijn we één geheel zijn en daarom is het belangrijk dat we afweten van elkaars tradities en gebruiken.´

Hulp bij aanvraag
Soms kan het lastig zijn om een projectplan voor een subsidie-aanvraag op te stellen. Als een gemeente iets wil doen met of meer wil weten over de Lutherse traditie, kunnen zij de hulp van een deskundige inroepen. ´Er is een bedrag van €1500,- per project beschikbaar om een externe adviseur in te huren,´ vertelt Oosterveer. ´die gemeenten kan bijstaan in hun subsidie-aanvraag.´

Voor allerlei andere projecten die aan de doelstellingen van de commissie BILT voldoen (dus niet het reguliere gemeentewerk), ook waarbij hulp van een externe noodzakelijk of gewenst is, kan een gewone subsidiebijdrage aan de commissie worden voorgelegd. Indien de hulp van een externe wordt ingeroepen dient ook hierbij een offerte aan de aanvraag te worden toegevoegd.

Meer informatie
Verdere informatie over het aanvragen van subsidie en de voorwaarden hiervoor zijn te lezen in: ´Subsidie: kaders en voorwaarden´. De subsidie is aan te vragen via Formulier subsidieverzoek bij de commissie Lutherse Traditie.

Download hier het aanvraagformulier subsidieverzoek voor de ondersteuning bij projectontwikkeling in het kader van het bewaren en inbrengen van de lutherse traditie in de Protestantse Kerk in Nederland.

 

 »lees verder»

 

‘Een rechtvaardige wereld mag wat kosten’
De brede oecumenische beweging De Nieuwe Beurskoers werkt aan een duurzame, rechtvaardige toekomst zonder armoede. Oprichters en ambassadeurs Karin van den Broeke en Denis Hendrickx vinden dat de hoogste tijd. ‘Het kan zo niet langer.’

Waar kwam het idee voor De Nieuwe Koers uit voort?
Karin van den Broeke: ‘Er bestond een informele werkgroep rond Koert Jansen, nu onze directeur, waar ook de financiële man van de Protestantse Kerk in zat en vertegenwoordigers van andere ideële groeperingen. Zij wilden het christelijke gedachtegoed concreet verleggen naar terreinen zoals beleggingen. Het mooie van dit plan vond ik de concrete vertaling van wat je als opdracht voelt.’
Denis Hendrickx: ‘De groep zocht contact met de Konferentie Nederlandse Religieuzen waar ik bestuurlijk penningmeester van ben. In die tijd verscheen de pauselijke brief Laudato Si, die een belangrijke bijdrage leverde aan de klimaatconferentie in Parijs. Daar werd in benadrukt dat je niet over het klimaat kunt praten zonder het over mensenrechten, oorlog en vrede te hebben. Wij hebben toen een oecumenische conferentie belegd waar een startschot gegeven kon worden. Want steeds meer religieuze instituten stellen nadrukkelijk de vraag: wat doen wij met ons geld?’
Van den Broeke: ‘De Protestantse Kerk had haar eigen beleggingsbeleid al verduurzaamd en meegewerkt aan publicaties over dit thema. Wij zagen dit initiatief in het verlengde hiervan.’
Hendrickx: ‘De roep om zichtbare stappen te zetten werd sterker en zo ontstond het idee om formeel De Nieuwe Beurskoers op te richten.’

In ’t kort:
Karin van den Broeke was van 2013 tot 2018 preses van de generale synode van de Protestantse Kerk. Momenteel is zij predikant in Wissenkerke, Geersdijk, Kats en Kortgene. Ze is lid van het dagelijks bestuur van de Wereldraad van Kerken en voorzitter van het Nederlands Bijbelgenootschap.
Denis Hendrickx werkte o.a. voor Pax Christi en was actief in de PPR. Vanaf 1983 is hij betrokken bij de Abdij van Berne in Heeswijk, sinds 2013 als abt.
Kijk voor meer informatie op denieuwebeurskoers.nl. Hier is ook een praktische handleiding voor kerkelijke instellingen aan te vragen.

 

Dus ook vanuit de motor van de verontwaardiging?
Hendrickx: ‘Zeker. Mensen zien in dat het zo niet langer kan doorgaan, dat er veranderingen nodig zijn. Denk aan de ophef toen de VS de conclusies van de klimaattop niet wilden erkennen. Ik proef een groeiende belangstelling voor mondiale vraagstukken. De wens wordt groter om daar lokaal - in de eigen situatie - aan te werken.’
Van den Broeke: ‘Rond de klimaattop werkten kerken internationaal samen en zetten ze zich actief in voor een lobby in Parijs. Ze wilden strengere afspraken. Maar ga je dan aan anderen overlaten hoe daar gestalte aan gegeven wordt?’
Hendrickx: ‘We werden uitgedaagd. Zustercongregaties in Amerika verzetten zich bijvoorbeeld fel tegen het plan van Trump om nieuwe olieleidingen aan te leggen. Ze vroegen zich af of we nog wel met deze vorm van brandstof moeten doorgaan. Er kwam als het ware een internationale mobilisatie, waaraan wij ook wilden meedoen.’

Wat is uw functie nu binnen De Nieuwe Beurskoers?
Hendrickx: ‘Karin en ik proberen onze achterban te mobiliseren en voor naamsbekendheid te zorgen. Noem ons ambassadeurs.’
Van den Broeke: ‘Er is voor gekozen om eerst de aandacht te richten op eerlijke landbouw- en voedselketens. Nu ik weer dominee in Zeeland ben, zit ik daar middenin en dat vind ik ontzettend leuk. Eens per jaar organiseren wij samen met de landbouworganisatie een boerderijkerkdienst. Boeren zijn gesprekspartners in mijn dagelijks werk. Ik zie hoe ze openstaan voor transitie, maar die moet wel mogelijk gemaakt worden. Ook afnemers hebben een groeiende belangstelling voor duurzaamheid, maar ze moeten wel winst maken. Dat gesprek kun je aangaan. Ik vind De Nieuwe Beurskoers een heel mooie naam. Talloos veel mensen volgen dagelijks de beurskoersen, maar De Nieuwe Beurskoers gaat om veel méér. Zo geloven wij dat ondernemingen een belangrijke rol kunnen spelen bij het realiseren van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN.’

De Nieuwe Beurskoers heeft gekozen voor vier VN-doelstellingen: geen armoede, duurzame consumptie en productie, klimaatverandering en vrede, veiligheid en rechtvaardigheid. Waarom deze vier?
Van den Broeke: ‘Deze raken aan wat ons door de Bijbel wordt aangereikt en wat je in het gewone leven tegenkomt. De eerste drie vormen de basis voor de vierde.’
Hendrickx: ‘Vroeger zouden we misschien de klimaatwet apart hebben behandeld - nu weten we dat deze vier topics niet te scheiden zijn.’

De Nieuwe Beurskoers zal aandelen - en daarmee spreek- en stemrecht - kopen in grote ondernemingen. Zijn er al ingangen?
Van den Broeke: ‘Er wordt contact gezocht met Ahold. Eerst wordt intern een gesprek aangegaan. Ons bestuur bereidt dat goed voor en zal ook contact zoeken met medeaandeelhouders. Als kerk is dat niet je kerntaak, maar De Nieuwe Beurskoers kan die functie juist wel vervullen.’
Hendrickx: ‘De meeste mensen weten niet eens waar hun pensioengeld in wordt belegd. In katholieke kringen is een discussie gaande om terug te treden uit bedrijven die zich bezighouden met fossiele brandstoffen, zoals Shell. We zien door allerlei acties dat maatschappelijke druk werkt. Dat moeten we sterk stimuleren.’

Hebben jullie als kleine speler wel iets in de melk te brokkelen?
Hendrickx: ‘Dat is een strategie-discussie. Hoe interesseer je een brede club van aandeelhouders in de eigen achterban en daarbuiten? Het gaat er niet om ergens tegen te zijn maar om aandacht vragen binnen het kader van de wereldwijde milieuproblematiek. Je kunt niet meteen alles binnenhalen.’
Van den Broeke: ‘We beginnen net, dus we hebben nog geen grote invloed. Maar we verwachten serieuze belangstelling vanuit ondernemingen. Een goede ontwikkeling is ook de samenwerking met de Engelse Church Investors Group, een zusterorganisatie die bijna vijftig jaar ervaring heeft en veel kapitaal vertegenwoordigt. Het is mooi dat we het als een brede oecumenische beweging kunnen aanpakken, over de kerk- en landsgrenzen heen.’
Hendrickx: ‘Dit is een andere manier om ons evangelisch fundament te belichten. Christenen mag je aanspreken op hun wortels. Dat moet je er overigens niet van weerhouden om waar mogelijk op te trekken met niet direct christelijke personen en hun organisaties.’
Van den Broeke: ‘Ik hoorde over een boer die moest constateren dat hij de eerste in een lange generatie van boeren is die het land slechter achterlaat dan hij het heeft ontvangen. Schrijnend. In wezen zijn we daar samen verantwoordelijk voor.’

Kan het maatschappelijk engagement, zoals sommigen vrezen, Gods woord verdringen?
Hendrickx: ‘Gods Woord is niet vrijblijvend. Je moet de mensen het waarom laten zien en hun onrust niet ontkennen. In de vreselijke situatie rond het misbruik schreef onze bisschop een bemoedigende brief aan de parochies: hoe verwerpelijk ook, laten we elkaar vasthouden want gezamenlijk doen we ook zoveel goeds.’
Van den Broeke: ‘En thema’s als zonde kun je ook betrekken op de gebrokenheid van de wereld.’

Komt het nog goed tussen ons en de aarde?
Van den Broeke: ‘Zeker, maar het vraagt wel iets van ons en het mag wat kosten.’
Hendrickx: ‘Ja, als we investeren in creatieve oplossingen. Niemand kan aan de kant blijven staan.’
Van den Broeke: ‘Het helpt als de diaconieën meedoen. Dat kan al voor honderd euro per jaar. Ook particulieren zijn welkom. Iedereen die zich bij De Nieuwe Beurskoers aansluit, werkt concreet mee aan een duurzame toekomst.’

Tekst: Ella Weisbrod Foto’s: De Beeldredaktie

Dit artikel komt uit het decembernummer van woord&weg. Gratis abonneren? Ga dan naar protestantsekerk.nl/magazine.

 »lees verder»

 

“Als dorpskerk ben je sowieso missionair”
Edwin Groot Karsijn (29) verhuisde vanuit de studentenstad Leiden naar een mooie, oude pastorie op het Zeeuwse platteland om daar als beginnend predikant twee dorpskerken te bedienen. De gemeente van Kerkwerve en die van Oosterland hebben gezamenlijk een beroep uitgebracht, zo is het mogelijk dat ze beide een predikant hebben.

Van studentenkamer naar pastorie
Na zijn studie theologie kwam Edwin Groot Karsijn terecht bij de afdeling arbeidsbemiddeling van de Protestantse Kerk waar hij kennismaakte met de mobiliteitspool en met de vacatures op het eiland Schouwen-Duiveland. “Natuurlijk is het nogal een stap om vanuit Leiden te verhuizen naar Zeeland, maar ik voelde direct dat dit ook bij het ambt van predikant hoort. Ik vind wel dat je open moet staan als beginnend predikant, ook voor plaatsen die misschien buiten je bekende omgeving liggen.”

Hoewel Zeeland in eerste instantie niet voor de hand liggend was stond Edwin Groot Karsijn open voor “routes die je zelf niet zo snel zou uitstippelen”. Samen met zijn vriendin, nu zijn vrouw, is hij naar het eiland gereden om de eerste kennismakingsgesprekken te voeren. Edwin: “Eerlijk gezegd: ik was nooit eerder in Zeeland geweest, de omgeving sprak me meteen aan. Het is een prachtige provincie, je kan ver van je af kijken, het water is altijd dichtbij en het landschap is toch heel afwisselend.”

Maar het enthousiasme ging verder dan alleen de omgeving. “Tijdens de gesprekken die volgden met de gemeenten was er meteen een klik. Ik had er een goed gevoel over, en dat bleek wederzijds.” Vervolgens is er een officieel beroep gekomen door samenwerking van beide gemeenten en volgde de verhuizing naar de pastorie in Oosterland. Voor de aanstelling als predikant werd een creatieve oplossing bedacht: in Kerkwerve werd ds. Groot Karsijn bevestigd en de intrede vond plaats in Oosterland.

Mobiliteitspool
De mobiliteitspool biedt onder andere tijdelijke contracten aan voor vier jaar. Edwin Groot Karsijn: “In de omschrijving bij de vacature staat: ‘om te groeien in het ambt’. Dat vind ik mooi, dat je echt de tijd krijgt. Vier jaar is een overzichtelijke periode, je weet dan hoe je in het predikantschap staat. Je kunt er van tevoren moeilijk een voorstelling van maken, maar ik weet nu na twee jaar dat het predikantschap mij goed bevalt.”

Naast een tijdelijk contract heeft de mobiliteitspool nog meer te bieden. “Bij de ondersteuning horen natuurlijk het faciliteren van de contacten in de beroepingsperiode en de jaargesprekken. Via de mobiliteitspool heb ik ook een PEP-cursus (Persoonlijk Efficiency Programma) kunnen volgen, die heb ik als heel waardevol ervaren. Omdat ik twee gemeenten bedien is het belangrijk om de werkuren goed te verdelen.”

Dorpskerken
Afgelopen jaar startte het initiatief Dorpskerkenbeweging. De beweging is van, voor en door dorpskerken zelf om ze zo meer op de kaart te zetten. Ook de twee gemeenten van in Zeeland vallen hieronder. Edwin Groot Karsijn: “Dorpskerk definieert voor mij het ons-kent-onskarakter. Op een dorp kennen mensen elkaar sneller en komen ze elkaar tegen. Het zijn twee hervormde gemeenten van oudsher en er zijn veel mensen ingeschreven die zich verbonden voelen met de gemeenschap en op hun eigen manier de kerk een warm hart toedragen.”

Een praktisch voorbeeld heeft Edwin Groot Karsijn ook: “Door het lokale karakter is een dorpskerk per definitie al missionair. Een kerklid kent haar buurvrouw goed en weet dat er hulp nodig is. De diaconie of een pastoraal vrijwilliger kan zo ingeschakeld worden. Hier in het dorp is het ‘ambt aller gelovigen’ ook duidelijk werkzaam. Je weet wat er speelt en dat biedt perspectief voor de kerk en de mensen in de kerk die kunnen en willen helpen.”

Niet alleen de mensen bij de kerk betrekken maar ook de kracht van het evangelie herontdekken, dat is volgens Edwin Groot Karsijn de uitdaging. “We zitten als kerk in een herontdekkingsfase. Gelukkig hebben we goud in handen, namelijk de kracht van het evangelie. Natuurlijk is het ook belangrijk om kerk naar buiten te zijn. Dit zie je bijvoorbeeld bij onze ouderenmiddag, kerkleden voelen de vrijheid om anderen erbij te betrekken en je ziet de nieuwkomers soms op zondag terug.”

Toekomstperspectief
Als voormalig student heeft Edwin Groot Karsijn zijn draai gevonden in de provincie. Mogelijk zien we hem in de toekomst wel op een vaste plek in Zeeland. “Mijn eerste gemeente bracht mij naar Zeeland en daar ben ik blij om, het is fijn om hier predikant te zijn. In de zomer heerst hier een permanente vakantiesfeer en je hebt toch de nodige steden in de buurt. ”

Mobiliteitspool

De mobiliteitspool is door de synode in het leven geroepen om het proponenten gemakkelijker te maken om als predikant te beginnen. De kosten voor een predikant liggen voor de gemeente ongeveer 10% lager en de tijdsduur is begrensd tot maximaal vijf jaar.

Lees hier meer over de mobiliteitspool

Gerelateerd

Start van de dorpskerkenbeweging

 

 »lees verder»

 

Elke dag een open huis met koffie tijdens de Levende Adventskalender
Wat als vooral in deze donkere dagen dorpsgenoten en kerkleden zich alleen voelen en weinig aanspraak hebben? Dan is de Levende Adventskalender een eenvoudig initiatief om ontmoetingen te stimuleren.

In Ruurlo en Barchem is dit jaar voor het eerst een Levende Adventskalender. Dat werkt als volgt: de kalender geeft elke dag een ander adres waar mensen bij elkaar op de koffie kunnen. Jannie en Rijk Spronk zijn de organisatoren in Ruurlo-Barchem, samen met de werkgroep eredienst waar ze deel van zijn.

Hoe gaat het met de Levende Adventskalender?
Jannie Spronk: “Het gaat goed. In een mum van tijd hadden we het rooster gevuld met gastgezinnen. Heel fijn! Het omzien naar elkaar leeft wel. Het aantal bezoekers is heel wisselend. Soms vijf of zes, soms ook niks. We bellen elk gastgezin na afloop op om te horen hoe het ging. Ze vinden het een mooi initiatief, we horen dat de gesprekken heel positief zijn geweest. We doen zelf ook mee, zaterdag 16 december hebben wij open huis.”

Is er behoefte aan zo’n gastvrije Levende Adventskalender?
“Zeker, soms gaan mensen elke dag naar een open huis. We kregen van een aantal nieuw ingekomen kerkleden de opmerking: ‘Dit is dé manier om kennis te maken met elkaar’. Een van hen heeft een raambiljet gemaakt met ‘Welkom, volgende week is hier de Levende Adventskalender’. Door de adressen niet alleen in het kerkblad maar ook in het plaatselijke huis-aan-huisblad te publiceren willen we uitstralen dat we een open kerk voor het hele dorp zijn. De laagdrempelige ontmoeting staat voorop. De insteek is dat mensen van alle gezindten, maakt niet uit wat je geloof is, elkaar kunnen ontmoeten. En dat werkt. Ook mensen die niet bij de kerk betrokken zijn komen naar deze ontmoetingen.”

Hoe kwam u op het idee?
"In Dinxperlo en Aalten doen ze het al een paar jaar. En als je op internet zoekt, vind je bijvoorbeeld ook Levende Adventskalenders in Oostkapelle en Beesd. We zagen dat er soms ook workshops worden aangeboden, of dat er een kerstverhaal wordt voorgelezen. Je hoopt op een gesprek over Advent, dat je iets de diepte in komt.”

In Dinxperlo is dit jaar voor de vijfde keer een Levende Adventskalender. Organisatoren Willemien en Bennie Bruggink: “Het loopt dit jaar weer goed! Er is veel animo. Dit jaar zijn er ook weer een paar jonge gezinnen die mee doen. En we hebben ook altijd wel een aantal alleenstaanden die mee doen. Die grijpen dit aan om bezoek te ontvangen. Ik hoor ook wel eens dat mensen vertellen dat ze vage kennissen hebben en dat deze kalender dan het moment wordt om ze eens te bezoeken. Het geeft mensen een handvat om de drempel over te gaan.“

Heeft Willemien Bruggink tips voor de organisatie?
“Begin op tijd. In september moet je al een oproepje maken zodat mensen zich vroeg melden en het in de krant mee kan. Vooral de kerkbladen komen niet wekelijks uit en contact opnemen met de redactie van de plaatselijke krant om hun medewerking te vragen helpt ook. Voor ons is het belangrijk om alleenstaanden op de kalender te schrijven als familie. Alle gastgezinnen zijn ‘familie’. Want de adressen staan in het huis-aan-huisblad, en het is niet de bedoeling dat iedereen zo kan zien waar mensen alleen wonen. Een enkeling wilde om deze reden ook niet mee doen.” Is het dan niet beter om alleen in de kerk een briefje met de adressen uit te delen? Bruggink: “Nee, want we willen juist ook toegankelijk zijn voor mensen die niet regelmatig in de kerk komen.”

Wat is de kracht?
Willemien Bruggink: “De eenvoud. En ondertussen ook de traditie. In de winter komen mensen toch al minder buiten. Ik hoor mensen die zeggen: ‘we kijken er naar uit’.” Met Advent gaan de luiken open in de Achterhoekse Levende Adventskalenders.

Kijktip

Het tv-programma Met Hart en Ziel bezocht de levende adventskalender in Dinxperlo. Dinsdag 11 december 2018 om 16.35 uur op NPO2.

 »lees verder»

 

Het nieuwe leren: iets voor u?
Wie een taak binnen de gemeente wil vervullen wordt soms gevraagd een cursus te volgen. Een drempel? Nee hoor, het nieuwe leren is leuk. En ook nog eens heel flexibel.

1. Online leren

Het Protestants Centrum voor Toerusting en Educatie (PCTE) is er voor iedereen die zich vrijwillig of professioneel inzet voor een gemeente. Omdat het leren verandert en om trainingen aantrekkelijker en voor meer mensen bereikbaar te maken, zet het PCTE nieuwe vormen van leren in. Zo kunt u dankzij e-learning leren in uw eigen tempo, vanuit huis en op een moment dat het u uitkomt. De trainingen voor nieuwe ambtsdragers en de training pastoraal gesprek (voorheen pastoraat) zijn online te volgen.

E-learning van a tot z:

  • U kunt uzelf of uw gemeente inschrijven voor de complete training, inclusief e-learning en fysieke bijeenkomsten. Voorafgaand aan iedere bijeenkomst loopt u een of meer online modules door. Tijdens de bijeenkomst wordt met het geleerde geoefend.
  • U kunt ook alleen de online modules volgen. 
  • De modules staan voor u klaar op een digitaal platform en bestaan uit theorie, verwerkingsoefeningen en video’s. In de training pastoraal gesprek volgt u in een video bijvoorbeeld een pastoraal gesprek waarbij u ervaart hoe goede luistervaardigheden een positieve uitwerking hebben. 
  • Op het forum kunt u ervaringen uitwisselen met medecursisten. Via dit forum of via e-mail stelt u vragen aan de tutor.

Lees meer op protestantsekerk.nl/pcte.

2. Webinars

Een baan, een gezin én actief in het jeugdwerk van een gemeente: dat is druk. Daarom organiseert JOP sinds kort webinars, als aanvulling op het trainingsaanbod. Webinar is een samenvoeging van de woorden ‘web’ en ‘seminar’; deelnemers doen via internet live mee. ‘Fijn aan onze webinars is de mogelijkheid tot interactie’, vertelt specialist catechese Nelleke Quist. ‘De deelnemer, thuis op de bank, kan via een chatfunctie vragen stellen die de trainers beantwoorden. De webinars slaan aan. Mensen zijn positief en komen met ideeën voor nieuwe onderwerpen.’

Aanmelden of een webinar terugkijken kan via jop.nl/trainingen/webinars of volg JOP op Facebook.

3. Van en met elkaar leren

Van en met elkaar leren kan in de leergemeenschap pastoraat. De deskundigheid zit in de groep. Organisator Ate Klomp, werkzaam bij de dienstenorganisatie, licht toe.
1. Wie? Voor alle kerkvrijwilligers die gesprekken voeren met gemeenteleden.
2. Wat? Een netwerk van vrijwilligers die elkaar ontmoeten en ervaringen delen. Hoe begin je een pastoraal gesprek? Hoe is in de gemeente het pastoraat georganiseerd? Hoe ga je om met een gesprekspartner met dementie? Allemaal onderwerpen die aan bod kunnen komen. De invulling hangt af van de wens van de groep. U kunt tijdens een bijeenkomst gesprekstechnieken oefenen of via e-mail handig materiaal met elkaar delen.
3. Waar? Op dit moment in Rotterdam en Heerenveen.

Deelnemen aan een bestaande leergemeenschap of een nieuwe groep starten? Mail naar a.klomp@protestantsekerk.nl.

Dit artikel komt uit het decembernummer van woord&weg. Gratis abonneren? Ga dan naar protestantsekerk.nl/magazine.

 »lees verder»

 

Welkom op de nieuwjaarsontmoeting van de Protestantse Kerk!
Op 17 januari 2019 is er een nieuwjaarsontmoeting speciaal voor ambt- en taakdragers van de Protestantse Kerk. Laat u en uw gemeente inspireren voor een nieuw jaar. Het is een moment om elkaar te ontmoeten, vooruit te kijken naar 2019 en verhalen te horen van andere gemeenten.

U kunt er (nieuwe) materialen bekijken, overleggen met medewerkers van de dienstenorganisatie en samen met andere gemeenten vieren en gezellig eten. Thema van de ontmoeting is: Een goed verhaal. De dienstenorganisatie wil gemeenten ondersteunen bij het vertellen van 'een goed verhaal'. Verhalen van geloof, hoop en liefde.

Bent u er ook bij met mensen uit uw gemeente? Meld u dan en maak kans op een tegoedbon ter waarde van 50 euro. Deze bon kunt u tijdens de nieuwjaarsontmoeting besteden in de pop-up winkel met inspirerende en praktische materialen voor uw gemeente.

Donderdag 17 januari 2019 van 17.00-19.00 uur. Locatie: dienstenorganisatie Protestantse Kerk (Joseph Haydnlaan 2a in Utrecht)

>Aanmelden voor het bijwonen van de nieuwjaarsontmoeting van de Protestantse Kerk

 »lees verder»

 

Zojuist verschenen: Essaybundel ‘De Bijbel in Nederland’
Hoe bekend zijn bijbelverhalen nog in ons land? En welke betekenis geven we vandaag de dag aan die verhalen? Over deze vragen gaat de essaybundel ‘De Bijbel in Nederland’, die deze week verschijnt. Het is ook de titel van een symposium dat gehouden zal worden op 9 maart 2019. Initiatiefnemers van de bundel en het symposium zijn het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) en de Protestantse Kerk in Nederland.

‘Het is van groot belang dat mensen binnen en buiten de kerk in gesprek gaan rond de Bijbel’, zegt René de Reuver, scriba van de generale synode van de Protestantse Kerk. ‘De Bijbel is tenslotte het bronboek van de kerk. De essaybundel De Bijbel in Nederland geeft inzicht in het gebruik ervan in ons land. We hopen dat de bundel de lezer inspireert om met deze inzichten aan de slag te gaan en het geloofsgesprek rond de Bijbel actief te gaan voeren in zijn of haar omgeving.’

Belangrijkste boek

De Bijbel werd in 2016 verkozen tot het belangrijkste boek van Nederland. Tegelijk bleek vorig jaar uit NBG-onderzoek dat Nederlanders er minder in lezen en er minder goed de weg in weten dan twintig jaar geleden. In de essaybundel geven 16 deskundigen van allerlei achtergrond hun analyse van het bijbelgebruik in onze tijd. Ook reiken ze oplossingen aan om de Bijbel dichterbij te brengen, in én buiten de kerk. De essays zijn van onder meer Erik Borgman, Bas van der Graaf, Désanne van Brederode en Ad van Nieuwpoort. ‘De auteurs maken duidelijk dat de tijd dat bijbelkennis vanzelf sprak, echt voorbij is’, aldus NBG-directeur Rieuwerd Buitenwerf. ‘Maar ze laten ook zien dat deze situatie vensters opent om de Bijbel op nieuwe manieren tot ons te laten spreken.’

Symposium

Bij het onderwerp van deze uitgave wordt een symposium georganiseerd op 9 maart 2019. Het symposium is bedoeld voor vrijwilligers en professionals die een taak vervullen in de kerk en voor ieder ander die interesse heeft in het thema. Beoogde sprekers zijn PThU-oudtestamenticus Klaas Spronk (‘Het Oude Testament als bron van inspiratie’), Désanne van Brederode (‘Lezen moet je blijven leren’) en Maarten Wisse (synode-nota ‘De Bijbel in het midden - het geloofsgesprek te midden van verschillen’). ‘s Middags worden in een reeks workshops eigentijdse, creatieve en effectieve vormen gepresenteerd om te ontdekken wat de Bijbel kan betekenen. Het symposium wordt – in afwijking van de eerder gecommuniceerde datum – gehouden op zaterdag 9 maart 2019 in het Landelijk Dienstencentrum van de Protestantse kerk in Utrecht.

De Bijbel in Nederland is verkrijgbaar voor € 19,50 in de NBG-webshop en in de boekhandel

 »lees verder»

 

‘Het woord Jood is een scheldwoord geworden’
De cijfers liegen er niet om in het recente EenVandaag-onderzoek over Joden in Nederland. 77 % van de 557 ondervraagde Joden in Nederland ondervindt veel anti-joods sentiment, in de nieuwsmedia, op straat, op internet, in de politiek, door vernielingen.

Het onderzoek is tot stand gekomen met hulp van het Centraal Joods Overleg en JMW Joods Welzijn. Achter deze cijfers zitten concrete mensen.

Toen ik de uitzending erover op maandag 26 november zag, herkende ik twee geïnterviewden. Met Brigitte Wielheesen en haar dochter was ik in juli nog naar een joods-christelijke conferentie in Boedapest gegaan. Zij vertelde over het onderwijsklimaat op de school van haar dochter, waar bagatelliserend werd gedaan over de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog, nota bene door een geschiedenisleraar. Zelf is ze strijdbaar: ‘Ik laat me niet wegjagen’.De oud-voorzitter van het Centraal Joods Overleg Ron van der Wieken, met wie ik vaak om de tafel heb gezeten, zei: ‘Dat het klimaat begint te veranderen en onprettiger wordt, dat is buiten kijf’.

Ik zocht het rapport op internet op. De resultaten worden nuchter en bondig samengevat, maar ik vind ze schokkend. De helft van de ondervraagden voelt zich niet vrij om openlijk joods te zijn. Het jood-zijn wordt verzwegen of ingewikkelde situaties worden vermeden. Veel verwijtende opmerkingen betreffen het Israël-Palestinaconflict. Joden in Nederland worden persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor dit conflict. ‘Het woord Jood is een scheldwoord op zich geworden’, zegt iemand in het onderzoek. Ik herken dat vanuit mijn werk voor joods-christelijke relaties. De emoties kunnen soms hoog oplopen als het om Joden gaat, zeker als de staat Israël erbij betrokken wordt.

Het is wrang: de kerk is zelf verre van onbelast als het om anti-joodse sentimenten gaat, maar via een moeizaam proces groeien er langzaamaan nieuwe verhoudingen en begint de kerk haar Joodse wortels te herontdekken. Maar nu duiken anti-joodse uitingen weer op in de samenleving. Juist als kerk moeten we alert zijn op deze tendensen en er tegen opstaan. Het kan niet zo zijn dat Joden in Nederland zich onveilig gaan voelen.

Begin november was ik bij de Kristallnachtherdenking in de Portugese synagoge en luisterde ik naar de toespraak van de nieuwe voorzitter van het Centraal Joods Overleg, Eddo Verdoner. Hij pleitte voor de vorming van ‘een brede coalitie van mensen en organisaties die samen met joodse organisaties als het CJO, islamitische organisaties, en christelijke organisaties een kring vormen van mensen, die zeggen: wij letten zelf op antisemitisme en, of de joden het merken of niet, wij pakken het ook zelf aan!’ Het is me uit het hart gegrepen. Het is tijd om deze handschoen op te pakken.

Eeuwout Klootwijk, werkzaam voor Kerk en Israël/joods-christelijke relaties

Gerelateerd bericht:

 »lees verder»

 

Terugkerende kerstdilemma's: vier predikanten aan het woord
Kerstdilemma’s, wie heeft ze niet? Dominees zeker wel! Toch maar weer kiezen voor de gouwe oude kerstliederen? Waar nu weer over preken? Wel of geen boom in de kerk? In hoeverre moet je je richten op de mensen die er alleen met Kerst zijn? Vier kerstdilemma’s, mét oplossing.

“Er zijn voor mensen en verder niet zeuren”
- Paul Visser, predikant van de Noorderkerk in Amsterdam
“Dit jaar bereid ik hier voor de negende keer de kerstnachtdienst voor. Vanwege het groeiend aantal bezoekers houd ik die avond inmiddels twee diensten. Het dilemma is dat ik er opnieuw iets van moet maken dat ertoe doet, terwijl ik denk: waar doe ik al die moeite voor, als je de mensen daarna niet meer terugziet.
Na afloop van de dienst vorig jaar kreeg ik veel reacties. Een aantal mensen zei zeker nog eens terug te komen. Maar dan wordt het gewoon weer januari … Je zou willen dat het iets losmaakt bij de bezoekers wat een begin kan zijn van meer; ik zou ze graag ontvangen in mijn bijbelklassen of zoekers-kringen.
Eigenlijk moet dit er helemaal niet toe doen natuurlijk. Ik geloof dat het, onzichtbaar voor mij, toch ook zijn eigen kracht en zegen heeft. Ik zal het dus ook dit jaar weer met hoop en verwachting aangaan, zonder me te laten verlammen door eerdere ervaringen.
Er is geen oplossing voor dit dilemma. Het voelt voor mij als de gezindheid van Jezus aannemen, er zijn voor de mensen en verder niet zeuren. Jezus nam de gestalte aan van een slaaf. Dit is ook wel een beetje slavenwerk, maar dat past wel bij een dominee in de kerstperiode.”

“De verwachtingen zijn hoog”
- Mathilde Meulensteen, kerkelijk werker in Oudelande en Nieuwdorp (Zeeland), en dorpskerkambassadeur
“Voor mij zijn er eigenlijk drie dilemma’s. Hoe haal je buiten binnen? Hoe vertel je het kerstverhaal zó dat het verder gaat dan ‘het kindje in de kribbe’ en in woorden van nu? En hoe krijg je de mensen die de dienst mede organiseren enthousiast?
Vorig jaar heb ik het in mijn gemeenten gehad over het bevroren hart, een beeld uit de film ‘Frozen’ van Walt Disney. In die film heeft het meisje Elsa magische krachten waarmee ze ijs kan creëren maar uiteindelijk ook ijs laat smelten. Ik hoopte daarmee een aansprekend beeld te hebben, ook naar buiten. In de dienst hadden we een hart van ijs aan de kansel gehangen, gemaakt in een bakvorm. Tijdens de dienst hoorde je steeds pok-pok-pok; het hart smolt tijdens de dienst. Ik legde de link met de liefde van God die een koud hart verwarmt. Het had veel impact op de bezoekers, ik hoor mensen daar nog wel eens over. En met de mensen van de liturgiecommissie hebben we veel plezier beleefd aan de voorbereiding. We hebben de dilemma’s vorig jaar dus goed het hoofd geboden.
De verwachtingen zijn met Kerst altijd hoog, qua aantallen mensen en qua beleving. Het wordt een uitdaging om het beeld van vorig jaar te evenaren.”

“Niet iedereen is vrolijk met Kerst”
- Alke Liebich, predikant in de Johanneskerk in Amersfoort
“Een steeds terugkerende vraag is wie de kerstattentie moet krijgen. Bij ons gaat deze naar gemeenteleden vanaf 80 jaar. Maar er zijn ook jongere mensen die een attentie verdienen. Het is een fenomeen dat we wel eens tegen het licht mogen houden. Is een kerstattentie nog wel van deze tijd? En zo ja, voor wie is deze bestemd en wat krijgen ze dan? Tegenwoordig geven we een amaryllisbol; daar heb je lang wat aan maar verdwijnt ook weer eens uit je huis.
Een tweede dilemma is hoe de diensten eruit moeten zien. Je wilt mensen een kerstgevoel geven, maar er niet aan voorbijgaan dat niet iedereen vrolijk is met Kerst. Veel mensen voelen zich juist extra alleen. Ik laat graag het adventslied ‘Wij zingen door de tranen heen’ van Sytze de Vries zingen, dat komt daaraan tegemoet. Daarnaast is Kerst natuurlijk niet alleen een verhaal dat warme gevoelens oproept. Het gaat ook over een vluchteling, afgewezen mensen, kindermoord. Het is net onze wereld van nu. Ik benadruk dat in mijn verhaal en in liederen.
En dan een laatste. Veel mensen vinden de kerstdagen nog wel te doen, maar de dagen erna zo moeilijk. Wijkcentra bijvoorbeeld zijn dan dicht. Toen ik nog predikant in Oss was, ben ik begonnen met ’Tussen de feesten’, een inloopmogelijkheid met muziek, eten en spelletjes. Daar kwamen soms wel tachtig mensen op af.”

“We houden geen kerstnachtdienst”
- Taco Koster, predikant van CrossPoint in de vinexwijk Getsewoud in Nieuw-Vennep
“Omdat wij als voormalige pioniersplek geen eigen kerkgebouw hebben maar onze diensten in een gymzaal van een scholengemeenschap houden, heeft een van onze kerstdilemma’s een logistieke kant: we moeten op zoek naar een grotere gymzaal én we moeten bekijken wat we aan apparatuur moeten huren en wat daarvan de kosten zijn. Vaak moeten we op het laatste moment nog wat regelen en dat levert irritatie op. De oplossing is natuurlijk eerder vooruitkijken.
Dat vinden we niet moeilijk als het gaat om de kerstwandeling door de wijk in het weekend voor Kerst, dit jaar op 22 december. Die is heel belangrijk voor CrossPoint. Met de voorbereiding zijn we maanden al geleden begonnen. De kerstwandeling vindt dit jaar voor de achtste keer plaats. We hebben nog steeds een stijgende lijn in het bezoekersaantal; het laatste jaar waren er een kleine 2800 wandelaars. 80 procent van onze kerstenergie gaat daarin zitten. Daarom hebben we besloten: we houden geen kerstnachtdienst, en de dienst op kerstmorgen heeft niet allerlei toeters en bellen. Omdat wij als CrossPoint kerk in, voor en met de wijk willen zijn, kiezen we ervoor iets te organiseren voor al die mensen die graag naar zoiets laagdrempeligs als de wandeling komen maar voor wie de drempel naar een kerkdienst te hoog is.”

Dit artikel komt uit het decembernummer van woord&weg, dat vrijdag verschijnt. Bekijk ook de themapagina protestantsekerk.nl/kerst.

 »lees verder»

 

Stef Bos schrijft lied voor Kerstcampagne 'Geef licht'
Komende zondag begint de Kerstcampagne 'Geef licht' van Kerk in Actie. Speciaal voor deze campagne schreef zanger Stef Bos het lied 'Geef licht'. "Juist mensen die in het duister zitten, laten je zien waar je het licht kunt vinden."

Stef Bos woont en werkt zes maanden per jaar in Zuid-Afrika. Zijn vrouw is Zuid-Afrikaanse, zijn drie kinderen zijn er geboren. “In de jaren ‘90 kwam ik bij toeval in Zuid-Afrika terecht. Ik woonde in België, was net klaar met de toneelschool en raakte bevriend met een aantal leden van de anti-apartheidsbeweging, waaronder muzikanten. Zij nodigden me uit om samen in Zuid-Afrika een lied op te nemen. Vanaf dat eerste bezoek heeft het land mij niet meer losgelaten.”

Inmiddels woont Stef Bos een groot deel van het jaar met zijn gezin in Kaapstad. Hij geniet van de stad, maar ziet ook dagelijks de harde werkelijkheid waar veel kinderen onder lijden. “We wonen bewust tussen de mensen, niet in een ommuurde compound. Als ik ‘s morgens mijn kinderen naar school breng, lopen we langs kinderen die op straat leven. Ik liep eens met een van mijn kinderen langs een man die op straat lag te slapen. Mijn zoon vroeg: ‘Waarom slaapt die meneer daar?’ Op de terugweg was de man wakker en zei ik tegen mijn zoon: ‘Vraag het hem maar.’ De man vertelde zijn levensverhaal, dat was zo ontroerend.

Het lied ‘Ek en mijn bottel’ gaat over hem. Ik praat met mijn kinderen over wat we zien en wil hen meegeven dat iedereen mens is met een eigen verhaal. Ik heb eens een jongen van veertien in de gevangenis opgezocht die bij ons had ingebroken. Ik wilde weten of hij wist waar onze laptops en harddisks waren gebleven. Maar toen ik hem in de ogen keek, raakten we in gesprek. Je ontdekt dan in wat voor een context zo’n kind is opgegroeid. We maakten echt contact. Mijn laptop heb ik er niet mee teruggekregen en dat is niet erg: het contact dat ik met hem had was veel wezenlijker en dat raakte me diep.”

Juist zij leren mij delen

Stef Bos vertelt dat hij veel leert van mensen aan de rand van de Zuid-Afrikaanse samenleving. “Ik zat eens in een kerkje in Kaapstad waar enorm vurig werd gezongen. Later ontdekte ik dat ik tussen de daklozen zat. Dat was voor mij een les in nederigheid. Ik had het niet in de gaten, want zij waren zo blij en dankbaar. Juist mensen die in het duister zitten, laten je zien waar je het licht kunt vinden. Juist zij leren mij delen. Met mijn liedjes wil ik deze mensen een stem geven, hun verhalen vertellen. Ik ben niet zo’n doener. Ik heb heel veel respect voor mensen die zich inzetten voor een ander, bijvoorbeeld diakenen of mensen die het werk van Kerk in Actie steunen. Ik noem deze mensen wel eens de zwijgende meerderheid. Zij zitten niet op Twitter of Facebook om hun gal te spuien en ontevredenheid te etaleren. Nee, zij voelen zich betrokken bij anderen die het minder hebben, komen in actie of geven een gift. Ik zou hen zo graag willen laten zien dat het plantje dat zij in Nederland zaaien, in Zuid-Afrika uitgroeit tot een bloem. Ik zou hen in de ogen van een kind willen laten kijken, zodat ze zien dat hun bewogenheid en steun zo enorm veel betekenen in het leven van een kind ver weg. Wat zij doen is echt fantastisch!”

Lees het uitgebreide verhaal van Stef Bos in het gratis Kerk in Actie Magazine dat aanstaande vrijdag verschijnt. Op zondag 2 december wordt er gecollecteerd voor het werk van Kerk in Actie in Zuid-Afrika. Speciaal voor de kerstcampagne van Kerk in Actie schreef Stef Bos het lied ‘Geef licht’  dat gratis te downloaden is op de website.

 »lees verder»

 

Eeuwigheidszondag: kan de hemel ons nog troosten?
Zondag wordt in veel gemeenten stilgestaan bij de mensen die het afgelopen jaar zijn overleden. Emeritus-professor Jan Muis pleit ervoor om tijdens de dienst het onderwerp 'hemel' niet te vermijden. "Hoewel we niet precies weten wat de hemel is, weten we dat God ook in de dood onze God blijft en wij niet alleen zullen zijn."

U was gemeentepredikant en bent hoogleraar geweest. Wanneer kwam de hemel vaker ter sprake?
‘Er is mij weinig gevraagd over de hemel, ook niet als predikant. De vraag hoe het daar zou zijn, is nauwelijks aan de orde gekomen, zelfs niet bij sterven en begraven. En uit de collegezalen herinner ik me die vraag helemaal niet. Toen Fokkelien Oosterwijk mij ter gelegenheid van haar emeritaat uitnodigde voor het Westersymposium, met als thema Lieve Hemel, was ik heel verrast. Het was eigenlijk de eerste keer dat ik er concreet mee bezig ging.
De hemel, als plek waar wij na onze dood zullen zijn, speelt in de Bijbel nauwelijks een rol. Er zijn spaarzame aanwijzingen, zoals in Hebreeën en Openbaring, maar het koninkrijk van God staat voorop. Paulus schrijft dat wij als we sterven bij de Heer zullen zijn. Jezus heeft met de Sadduceeën een discussie over de opstanding. Hij geloofde evenals de Farizeeën in de opstanding van de doden. Rond de Middeleeuwen komt het hemelgeloof in de plaats van het opstandingsgeloof.’

Prof. dr. Jan Muis (1952) studeerde theologie in Utrecht. Hij was predikant in o.a. Oudenbosch, Warmond en Den Haag. Van 1996 tot 2007 was hij hoogleraar Dogmatiek en Bijbelse Theologie aan de Universiteit van Utrecht. Muis werd in 2007 hoogleraar Dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en ging in 2017 met emeritaat.
In 2016 verscheen zijn boek Onze Vader, christelijk spreken over God. De bijdragen aan het Westersymposium van april 2018 Lieve Hemel werden gebundeld en uitgebracht door Narratio.

 

Welke voorstelling van de hemel heeft u ontwikkeld?
‘Wij kennen lengte, breedte en diepte als de drie dimensies. Einstein introduceerde tijd als vierde dimensie. Het is niet onmogelijk dat daarnaast een ruimte bestaat met meer dimensies, die wij niet kennen. De schepping is veel groter en dieper dan de dingen die wij zien en aanraken. Er is een kant aan de werkelijkheid waar wij ons geen idee van kunnen vormen. Dit strookt met het beeld van God, die ook groter is dan wij ons kunnen voorstellen. Het is een abstract denkbeeld waarmee ik min of meer kan verdedigen dat de gedachte van een hemel niet absurd is. Het raakt aan poëzie, juist omdat het alles omvat en ons voorstellingsvermogen te boven gaat.’

Is het geloof in God onlosmakelijk verbonden met de hemel?
‘Ik denk niet dat je in de hemel kunt geloven zonder in God te geloven – maar wel andersom. Althans, de hemel als plek waar wij zullen zijn. In het geloven van alledag gaat het er veel meer om of je leeft in verbondenheid met God.’

Maar we laten ons het hemels perspectief zo afpakken. Waarom?
‘Godfried Bomans zei: “Vroeger, als je doodging, was je er bijna – nu ben je er bijna geweest.” Wij gelovigen zijn ontzettend bang voor ouderwets te worden aangezien. Het is ook een reactie op het eenzijdige hemelgeloof. Toch vind ik dat er de laatste paar jaar sprake is van een kentering. Er wordt niet meteen meer lacherig gedaan over het geloof.’

Vanwaar de neiging in onze samenleving om zo veel mogelijk te onttoveren?
‘Religie heeft ook gevaarlijke kanten. Mensen werden klein gehouden. De kerk gunde ons eigenlijk het leven niet. Maar door de Verlichting werden we mondig en gingen we op onderzoek uit. Vroeger baden we tot God, nu gebruiken we kunstmest. Al dat zogenaamd mythische en magische werd vervangen door verstand en techniek, en zo boekten we enorme successen. Denk maar aan de geneeskunde. Het verhaal ging dat dit alles werd bevochten op het christelijk geloof. Maar je kunt ook zeggen dat het besef dat de schepping ons gegeven werd en dat wij er gebruik van mogen maken mede aan het christendom te danken is. In mijn visie is er geen basis voor de gedachte dat geloof en wetenschap niet kunnen samengaan.
Maar nu zijn wij het die alles willen beheersen en zo kun je met een puur materialistische werkelijkheid blijven zitten. Eten, drinken, vrolijk zijn. Veel mensen verkiezen die zekerheid. Anderen gaan toch op zoek naar verdieping en spiritualiteit.’

Hebben we meer verbeeldingskracht nodig?
‘Verstand en kennis moet je nooit uitschakelen. De uitdrukking ‘Geloven doe je maar in de kerk’ is natuurlijk onzin, juist dáár denk je na. Alleen, je moet weten waar de grenzen van de kennis liggen en waar het vermoeden begint, dat het bestaan een wonder is, volstrekt niet vanzelfsprekend. Alles is groter dan wij kunnen begrijpen, met ons verstand kunnen pakken. Dat nodigt uit tot verbeelding. In die zin lijken geloof en poëzie op elkaar. Poëzie roept herkenning op. Willem Jan Otten schreef een prachtig gedicht over zijn vader die bijkomt uit een coma en vertelt dat hij een koor hoorde en de muziek herkende, al wist hij niet wie zongen noch wie de componist was. Zulke beelden worden ook gestimuleerd door de Bijbelse verhalen, kijk naar het scheppingsverhaal. Dus inderdaad: geloof kan niet zonder verbeeldingskracht.’

In uw lezing op het Westersymposium komen woorden als vertrouwen, hopen, verwachten en geloven vaak voor. Wat zijn de verschillen?
‘Geloven is vertrouwen. In christelijke zin het vertrouwen op God, op Christus, met je hart, verstand en wil. Volgens mij is vertrouwen positief, onvoorwaardelijk en altijd aan een ander gekoppeld. Zolang die betrouwbaar blijkt. Je kunt het dus ook verliezen. Verlangen is een gemengd gevoel, want het duidt op een gemis: je wilt ergens zijn waar je niet bent of je verlangt naar iemand die nooit komt. Levinas zei: “Echt verlangen kan nooit worden vervuld, want dan is het geen verlangen meer.” Geloven is verlangen én vertrouwen. Als het op de toekomst is gericht, wordt het hoop.
Verlangen kan ook omslaan in wensdenken. Tegenwoordig hoor je meer over verlangen spreken dan over vertrouwen. Ik vind verlangen heel belangrijk, maar geloven is meer dan dat.’

En de hemel?
‘Ik geloof erin en vertrouw erop, maar ik verlang er niet naar. Ik houd van het leven. Wel kan ik me situaties voorstellen waarin mensen hevig naar de hemel verlangen. Hoewel we niet precies weten wat dat is, weten we dat God ook in de dood onze God blijft en wij niet alleen zullen zijn. Als je met Hem samen bent, ben je in de hemel. Daar hoop ik op. Ik vertrouw erop dat God mij daar niet alleen zal laten.’

Straks is het Eeuwigheidszondag. Kan het beeld van de hemel ons nog troosten?
‘Vreemd genoeg wordt er tijdens zo’n dienst zelden over de hemel gesproken. Persoonlijk zou ik het woord niet mijden en het als troost aanreiken. In de Bijbel is de hemel een tussenstation, het einddoel is immers het rijk van God, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Dat is de grote verwachting.
Of onze gestorven dierbaren daar zijn? Ik zou het geweldig vinden, maar in de Bijbel lees ik er niets over. Jezus zegt dat wij in de opstanding als engelen zullen zijn. Ik weet niet of wij elkaar dan zullen herkennen. Maar er zal vreugde zijn en geen gemis. Ik wacht af hoe God ons zal verrassen.’

Gerelateerd:

Tekst: Ella Weisbrod
Foto: Maartje Geels

 »lees verder»

 

Mogen vrijwilligers dopen of moet een predikant dat doen? Denk met ons mee!
Moet lidmaatschap van de kerk verplicht zijn? Mogen vrijwilligers dopen of moet een predikant dat doen? Vragen die boven komen nu nieuwe vormen van kerk-zijn binnen de Protestantse Kerk volwassen aan het worden zijn. Vanaf januari kunt u meedenken over dit soort fundamentele vragen, op een van de vijf bijeenkomsten in het land.

Nederland is steeds diverser geworden. Om het evangelie met onze samenleving te delen, zijn daarom nieuwe vormen van kerk-zijn ontstaan. Pioniersplekken, kliederkerken, leefgemeenschappen en monastieke initiatieven vormen samen een mozaïek van kerkplekken.

Bij een deel van de initiatieven groeit de behoefte aan zelfstandigheid. De huidige kerkorde geeft echter organisatorische grenzen aan. Om zorgvuldig om te gaan met de vragen en knelpunten die boven komen, is begin 2018 in opdracht van het moderamen onderzoek gedaan. Momenteel wordt gewerkt aan een rapport over deze vragen en knelpunten. In januari 2019 kan op vijf bijeenkomsten in het land worden meegedacht. Tijdens de synode van april kunnen dan besluiten worden genomen.

Uw inbreng is belangrijk

Martijn Vellekoop, coördinator Missionair Werk, vindt het belangrijk dat er vanuit alle hoeken van het land kan worden meegedacht. “Door ruimte te geven aan nieuwe vormen van kerk-zijn zijn we als Protestantse Kerk als het ware al met één been uit de boot gestapt. De vraag is of we ook met het andere been op het water durven te gaan staan. Het gaat nu raken aan onze kerkstructuur. Nieuwe stappen zullen op z’n minst onwennig zijn, maar zolang we richting Jezus lopen nemen we - wat mij betreft - die onwennigheid op de koop toe.”

Denk mee

In januari en februari 2019 worden de vijf bijeenkomsten in de ronde ‘Mozaïek van kerkplekken’ gehouden.

  • Drachten, 10 januari (De Arke, Flevo 161)
  • Amsterdam-Zuidoost, 22 januari (De Nieuwe Stad, Luthuliplein 11)
  • Dordrecht, 5 februari (Andreaskerk, J. van Heemskerckstraat 19)
  • Apeldoorn, 7 februari (De Hofstad, Hofveld 52)
  • Eindhoven, 19 februari (Ontmoetingskerk, Meerkollaan 3)

Alle avonden starten om 20.00 uur, inloop vanaf 19.30 uur. Meld u onderaan deze pagina aan

 

 »lees verder»

 

Sirkelslag YOUNG verbindt tieners
Wilt u tieners op een laagdrempelige manier bij uw kerk betrekken? Organiseer dan op vrijdagavond 1 februari in uw gemeente het spel Sirkelslag YOUNG. Het programma is kant-en-klaar bij JOP te bestellen. Jongeren spelen het spel in de eigen kerk of het jeugdhonk. Via een livestream en social media staat de groep in verbinding met honderden andere jeugdgroepen uit heel Nederland.

Heeft u weinig tieners in uw gemeente of is er juist een grote groep jongeren betrokken? Voor beide situaties is Sirkelslag geschikt want het spel is al met 4 deelnemers te spelen. Maar met veel jongeren kunt u meerdere groepen laten spelen. In Tiel doen de jongeren al een aantal jaren mee. Predikant Karin Spelt: “Als predikant sta je vaak wat meer op afstand van tieners dan jeugdwerkers. Sirkelslag is een mooie manier om met jongeren in contact te komen en hen beter te leren kennen. Juist dan is het goed er op zo’n avond bij te zijn.”

Verbinding

Karin ziet dat Sirkelslag verbindt: “Wanneer je als jongere naar de kerk gaat ben je vaak een uitzondering. Het is een steun te ontdekken dat duizenden andere jongeren door het hele land net als jij aan een kerkelijke activiteit meedoen. Dat geeft een gevoel van verbinding.”

Weinig voorbereidingstijd

Ook voor de jeugdwerkers is Sirkelslag YOUNG een opsteker. Karin: “Het valt niet altijd mee in het jeugdwerk. Jongeren zijn moeilijk te bereiken en soms valt de opkomst bij activiteiten tegen. Het organiseren van een avond als Sirkelslag waar vaak veel jongeren met groot enthousiasme aan meedoen, geeft een boost. En jeugdwerkers krijgen met Sirkelslag een tool in handen voor de invulling van een actieve en creatieve avond mét theologische inhoud. Het kost hen weinig voorbereidingstijd. Dat maakt de drempel laag om mee te doen.” In sommige gemeenten is Sirkelslag zelfs de start geweest van het ontstaan van een nieuwe tienergroep.

Bijbels thema

Ieder jaar heeft Sirkelslag een bijbels thema. Linda Zuidhof, projectleider van Sirkelslag. “Dit jaar is het thema ‘Een nieuw begin’. Het verhaal gaat over Jozef. Soms maak je keuzes waar je achteraf spijt van hebt, loopt je leventje niet zoals je zou willen, misschien zit je zelfs wel in de put en weet je niet hoe je eruit moet komen. Je kunt altijd opnieuw beginnen, net als Jozef in de Bijbel.”

Ook in 2019 zit er weer een diaconaal spel in het programma, waarbij jongeren geld inzamelen voor een goed doel. Sirkelslag YOUNG is daarmee ook een laagdrempelige en leuke manier om jongeren kennis te laten maken met diaconale activiteiten in uw gemeente.

Meer informatie

Sirkelslag YOUNG vindt plaats op vrijdagavond 1 februari van 19.30 tot ca 22.00 uur. Dit jaar wordt het programma gepresenteerd met een live uitzending die via internet te volgen is. Meer informatie en een aanmeldformulier vindt u op www.sirkelslag.nl/young.

Gerelateerd:

 

(foto: Laurens Oosterbroek)

 »lees verder»

 

Betekenisvol ritueel geeft ruimte aan verdriet
In bijna negentig procent van de protestantse gemeenten wordt komende zondag stilgestaan bij de mensen die het afgelopen jaar zijn overleden. Steeds meer gemeenten richten zich daarbij ook op de buurt. “De kerk heeft iets te bieden als het gaat om rouw en verlies.”

De Maranathakerk in Giessenburg heeft sinds oktober een bijzonder monument in de kerk: een eikenhouten paneel met kleine houten kruisjes. Komende zondag nemen nabestaanden de houten kruisjes, met de namen van hun dierbaren, in ontvangst. “Het monument maakt deel uit van een gedenkhoek”, vertelt Arja Slob-Stuij, voorzitter van de kerkenraad. “Naast het paneel met de kruisjes is er ook een gedachtenistafel geplaatst, met zowel een gedenkboek als een doopboek. De gedenkhoek symboliseert het begin en het einde van het leven, en ook de hoop op eeuwig leven.”

De gedenkhoek in de Maranathakerk

Betekenisvol ritueel

Niet alleen in Giessenburg wordt symboliek gebruikt om overleden dierbaren te herdenken. In veel gemeenten worden nabestaanden zondag uitgenodigd om een kaars aan te steken, vaak aan de paaskaars. Margriet van der Kooi, die al jarenlang als geestelijk verzorger verbonden is aan verscheidene ziekenhuizen, noemt het goed dat gemeenten aandacht besteden aan Eeuwigheidszondag. “Gedenkdagen zijn dagen om ons de gebeurtenissen in ons leven die belangrijk zijn, in herinnering te blijven brengen. Het is waardevol dat de christelijke traditie die gedenkdagen koestert.” In de ervaring van Van der Kooi kan de kerk, als het gaat om rouw en verlies, ook buiten de eigen gemeente wat betekenen. “In onze samenleving is veel betekenisvol ritueel de deur uit gedaan. We dragen geen zwarte kleding of zwarte banden om onze armen, we bedekken geen spiegels in een huis van rouw, we nemen geen tijd van ‘rouwbeklag’ in acht. Maar mensen hebben tekenen nodig. De kerk moet naar buiten met wat ze heeft, op een betrokken, empatische en creatieve manier.”

Tweeduizend lichtjes

Steeds meer gemeenten gaan inderdaad ‘naar buiten’ rond Eeuwigheidszondag, soms heel letterlijk. De Wilhelminakerk in Beemte-Broekland organiseerde, samen met de katholieke geloofsgemeenschap, een ‘lichtjesregen’ van maar liefst tweeduizend waxinelichtjes. “Allerzielen voor de buurt”, noemt dominee Jolanda Al-Van Holst het initiatief. “Veel mensen hebben te maken met verlies, daarom wilden we graag de hele buurt bij de herdenkingsbijeenkomst betrekken. Een kaarsje aansteken spreekt veel mensen aan.” Bij de bijeenkomst waren honderd mensen, waaronder veel kinderen. “We hebben de drie scholen in de buurt bij het initiatief betrokken, onder andere door de kinderen tekeningen te laten maken. Die tekeningen hingen in de kerk. Daar hadden we ‘s avonds eerst een moment van bezinning: met een gedicht, een koor, samenzang en een verhaal. Daarna zijn we met het licht van de Paaskaars naar buiten gegaan en heeft de wethouder het eerste lichtje aangestoken.” >Bekijk een uitzending van 'Met Hart en Ziel' over dit initiatief

Lichtjesregen in Beemte-Broekland

Niet het laatste woord

De kerkenraad van de Maranathakerk bezint zich nog op een mogelijke rol van de gedenkhoek voor mensen van buiten de kerk. Arja Slob-Stuij: “Misschien is het mogelijk de kerk open te stellen op een doordeweekse dag. Mensen kunnen dan een kaars aansteken, bidden, of zich zomaar even terugtrekken uit het drukke bestaan.” Nabestaanden krijgen zondag niet alleen het kruisje met de naam van hun dierbare mee naar huis, maar ook een kaars die aangestoken wordt aan de paaskaars. “De dood heeft niet het laatste woord.”

Gerelateerd:

 

 »lees verder»

 

“Je wilt voor je tieners natuurlijk een veilige omgeving”
Toen de Protestantse Gemeente Oisterwijk te maken kreeg met onbekende vrijwilligers uit een andere gemeente, kwam de vraag naar veiligheid boven. Het leidde uiteindelijk tot een preventiebeleid m.b.t. seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen het jeugdwerk. Initiatiefnemer Robert Nieuwenhuijse: “Het gaat natuurlijk verder dan de zaken op papier goed geregeld hebben, het gaat erom dat je met z’n allen weet wat het inhoudt.”

Het begon bij een oecumenische tienerclub, in samenwerking met de rooms-katholieke parochie. Helemaal niet gek in het overwegend rooms-katholieke Brabant. “Dat betekende dat er tieners naar onze club kwamen die we nog niet kenden, en met hen een aantal vrijwilligers”, vertelt Robert Nieuwenhuijse van de Jeugdraad van de protestantse gemeente. “Je wilt voor je tieners natuurlijk een veilige omgeving. Dat het anders kan zijn, hoor je met enige regelmaat in het nieuws.”
Robert ging op zoek hoe je hierin iets kunt regelen en kwam uit bij de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag in het verleden van mensen geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak in de samenleving. Veel vrijwilligersorganisaties worden gefaciliteerd in het aanvragen van VOG’s, maar de kerken niet, ontdekte Robert. Hij nam contact op met de dienstenorganisatie. “Het aanvragen van VOG’s is echt een klus. Bovendien is het duur als je het als particulier aan wilt vragen. Bij ons gaat het om wel vijftig personen. Ook voor onze ‘eigen’ vrijwilligers natuurlijk, want in hoeverre ken je hen echt?”
De dienstenorganisatie reageerde dat ze dit op wilde pakken. “De vraag was of we een pilot wilden draaien. Dat wilden we wel.”

Papierwerk

De pilot hield in dat de Jeugdraad een beleidsplan maakte waarvoor hij een gedragscode schreef, op zoek ging naar vertrouwenspersonen, een aannamebeleid én een preventiebeleid opstelde. “Gelukkig hoef je dat niet helemaal zelf te bedenken, op de site waar je VOG’s aan kunt vragen vind je voorbeelden. Die moet je vertalen naar je eigen situatie. Voor ons betekende dat uitzoeken hoe het in de kerkelijke setting werkt.” De dienstenorganisatie deed ook veel, en plaatste informatie op de website van de Protestantse Kerk. De Jeugdraad gebruikte dat als basis. Het uiteindelijke beleidsplan belandde op de tafel van de kerkenraad, die akkoord ging. Momenteel worden de VOG’s aangevraagd.
Robert: “Het was goed om zaken goed te doordenken. We hebben nu bijvoorbeeld de regel opgesteld dat er bij een tienerbijeenkomst altijd minstens twee leiders moeten zijn, ook als er maar twee tieners zijn.”

Vraag nu gratis VOG's aan
Gemeenten van de Protestantse Kerk kunnen nu gratis VOG’s aanvragen voor een deel van hun vrijwilligers. Het gaat om vrijwilligers die in direct contact werken met personen in een afhankelijkheidssituatie en in een kwetsbare positie, zoals pastorale vrijwilligers, diaconale vrijwilligers en ouderenbezoekers. Ook mensen die leidinggeven aan groepen in de gemeente met deelnemers van jong tot ouder kunnen gratis een VOG aanvragen. Gemeenten kunnen de aanvraag niet rechtstreeks doen, maar via een formulier van de landelijke kerk. Bekijk hier de werkwijze en het aanvraagformulier.  

 

Proces van bewustwording

Toen alle papierwerk in orde was, organiseerde de Jeugdraad een lunch voor alle vrijwilligers in het jeugdwerk. Robert: “Daar vertelden we waar we mee bezig waren geweest, waarom, en wat er in het beleidsplan staat. Iedereen was enthousiast dat dit proces gelopen was en wat eruit was gekomen.”
Om ook anderen op de hoogte te stellen, zoals de ouders van kinderen in het jeugdwerk, is erover gecommuniceerd in het kerkblad en op de website van de kerk.
Het beleidsplan van de Jeugdraad Oisterwijk is hier te vinden, als voorbeeld. Robert: “Gemeenten hoeven dus het wiel niet opnieuw uit te vinden; ze kunnen het grotendeels kopiëren. Maar ik zou het proces van bewustwording niet overslaan! Ga hier minstens een avond over in gesprek met elkaar. Neem de stukken door en kijk wat je ondertekent. Het gaat er niet alleen om dat je de zaken op papier goed geregeld hebt, het gaat erom dat je met z’n allen weet wat het inhoudt.”

Lees ook:

 »lees verder»

 

Woord&weg voortaan gratis
Vanaf januari 2019 veranderen de abonnementen op de tijdschriften woord&weg, Diakonia, Kerk&Israël Onderweg en Jong Protestant. Maurits van Stuijvenberg, coördinator Communicatie en Drukwerkbegeleiding bij de dienstenorganisatie, legt uit.

1 Wat gaat precies veranderen?
‘Vanaf januari 2019 verschijnt er nog maar één gebundeld magazine van de Protestantse Kerk. Alle abonnees, of ze nou woord&weg, Diakonia, Kerk&Israël Onderweg of Jong Protestant lezen, krijgen hetzelfde magazine. Aan de ene kant is dat maandelijks woord&weg; draai je het om, dan lees je maandelijks een van de andere drie tijdschriften.’

>Meld u aan voor een gratis abonnement

2 Wat is hiervan het voordeel voor de lezers?
‘Alle lezers ontvangen hiermee elke maand woord&weg, het magazine dat alle ambts- en taakdragers wil inspireren en informeren om hun werk zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren. Dit magazine is relevant voor alle mensen met een functie in de kerk. Daarnaast blijven de tijdschriften met een bijzondere focus bestaan. Om ons adressenbestand overzichtelijk en betaalbaar te houden, en de abonnees niet te overvoeren met verschillende poststromen, hebben we besloten van alle tijdschriften één magazine te maken. Dat betekent ook een aangepast ‘jasje’: de vormgeving van de tijdschfriften sluit straks meer op elkaar aan.’

3 De abonnementsprijs gaat nu zeker omhoog?
‘Nee. Sterker nog: het magazine wordt gratis. Wel zullen we eens per jaar een vrijwillige bijdrage vragen in de onkosten.’

4 Dan willen ambtsdragers die nog geen abonnement hebben het magazine vast ook ontvangen …
‘Hoe meer hoe liever! We gaan ons de komende tijd dan ook inzetten om de adressen te verzamelen van taak- en ambtsdragers die op dit moment nog geen tijdschrift ontvangen. Van predikanten, kerkelijk werkers en scriba's hebben we die, maar niet van alle ouderlingen, kerkrentmeesters, diakenen en andere taakdragers. Voordeel daarvan is dat zij eens per maand relevante informatie en inspiratie gebundeld thuisgestuurd krijgen, ze hoeven niet meer te wachten tot ze het in de kerk in hun postvak of in de leesmap vinden.’

5 Wat moeten ambtsdragers hiervoor doen?
‘Lezers van de bestaande tijdschriften ontvangen het vernieuwde magazine vanzelf, zij hoeven niets te doen. Wie nog geen abonnee is kan zich www.protestantsekerk.nl/magazine gratis aanmelden. Bespreek deze mogelijkheid bijvoorbeeld in de kerkenraad. Wij van onze kant doen ons best om een leesbaar en informatief magazine te maken dat de lezer graag oppakt en dat bovenal ondersteunt bij het werken in de kerk.’

 »lees verder»

 

“Maak migratie persoonlijk. Migranten zijn mensen met een biografie.”
“Bij migratie gaat vanuit protestants perspectief niet om een probleem dat beheerst en opgelost moet worden. Dat doet de politiek. Die dehumaniseert mensen. Dan gaat het over beleid en regels. Maar migratie gaat over mensen met een eigen gezicht, verhaal en context. Mensen net zoals u en ik. Mensen die ons uitdagen naaste te worden”, aldus ds. René de Reuver, scriba Protestantse Kerk, tijdens de presentatie van het boek ‘Van migrant tot naaste”.

Vanuit protestants perspectief wil dit boek een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over migratie.

Vreedzame samenleving

De Reuver bepleit dat het debat over migratie ‘over de as van humaniteit moet worden gevoerd’. De Reuver schrijft in het boek: “Politici moeten zich inzetten voor een vreedzame, humanitaire samenleving. Concreet door geen uitgeprocedeerde asielzoekers op straat te zetten, geen schrijnende en ontwrichtende situaties in azc’s te accepteren, de rechten van kinderen te honoreren, korte uitzetprocedures vorm te geven en als overheid je te houden aan het internationaal afgesproken aantal op te nemen vluchtelingen. En evenzeer door geen ruimte te laten voor sociale misstanden in de grote steden of destabilisatie in woonwijken vanwege ongewenste groepsvorming.”

Eerder heeft dit christelijk perspectief de Protestantse Kerk geholpen met succes via het Europees Hof een bed-bad-broodregeling voor uitgeprocedeerde asielzoekers af te dwingen.

De Reuver: "Als we spreken over migratie, ligt er dus allereerst de opdracht om het persoonlijk te maken. Alleen dan komen we dichter bij een christelijk perspectief."

Reeks ethische onderwerpen

Dit boek is de tweede in een reeks van ethische thema’s die de generale synode jaarlijks in de april-vergadering bespreekt. Zo heeft de Protestantse Kerk vorig jaar een bijdrage geleverd aan eh debat over veiligheid met het boek van prof. Beatrice de Graaf: ‘Heilige strijd. Het verlangen naar veiligheid en het einde van het kwaad.’

Over het boek ‘Van migrant tot naast - plaatsmaken voor jezelf: Er zijn weinig onderwerpen zo complex als migratie. Natuurlijk schieten we te hulp als mensen in nood ons land binnenkomen. Maar er lijken ook grenzen te zijn aan wat we aankunnen, zeker als dit onze eigen identiteit bedreigt. Tijd voor een christelijk perspectief op migratie, dat wegblijft bij het klassieke links-rechts denken. René de Reuver en Dorrotya Nagy trappen af met relevante vragen rond migratie. Wat zegt de bijbel over migratie? Welke rol speelt macht? Hoe ben ik geworteld? De antwoorden zijn een spiegel voor de lezer. > Bestel het hier

 »lees verder»

 

Generale synode: kerkorde huwelijk en levensverbintenis ongewijzigd
De kerkorde op het gebied van huwelijk en levensverbintenis wordt niet gewijzigd. Dat heeft de generale synode besloten. De uitleg bij de kerkorde verandert wel. Voortaan hebben de termen 'inzegenen' en 'zegenen' dezelfde liturgische lading.

Daarnaast benadrukt de generale synode met klem ‘dat in de kerk van Christus ieder mens - als beelddrager van de Schepper en aangeraakt in liefde door de levende Heer - van harte welkom is en zich veilig mag voelen. En dat allen geroepen zijn elkaar in liefde te aanvaarden.’

De generale synode spreekt daarbij uit:

  • dat de kerkorde in deze bepalingen geen waardeoordeel geeft over de seksuele geaardheid van haar leden noch over hun persoonlijke keuzes als het gaat om het huwelijk of andere levensverbintenissen, 
  • maar dat de huidige kerkordebepaling wel een manier van omgaan geeft in de praktijk van het kerkelijk leven waarin ruimte wordt gegeven aan (wijk)kerkenraden om zelf te kunnen bepalen om naast het huwelijk tussen man en vrouw ook andere levensverbintenissen tussen twee mensen -waaronder het huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht- te zegenen.
  • dat de verschillende termen ‘inzegenen’ en ‘zegenen’ eenzelfde liturgische lading hebben, namelijk twee mensen in hun huwelijk of levensverbintenis stellen voor het aangezicht van God, onder de belofte van zijn bewaring, genade en vrede.

Ook spoort de generale synode gemeenten aan om de veilige ruimte voor alle leden te vergroten waarin het gesprek over gender, seksualiteit en zegen gevoerd kan worden.

>Bekijk hier de agenda + stukken van deze vergadering van de generale synode

 »lees verder»

 

Kerkvernieuwing ‘Niet om hip te zijn’
“Door ruimte te geven aan nieuwe vormen van kerk-zijn zijn we als Protestantse Kerk als ware al met één been uit de boot gestapt. Net als Petrus die reageerde op de roep van Jezus.” Aan het woord is Martijn Vellekoop, coördinator Missionair Werk van de Protestantse Kerk, tijdens de vergadering van de generale synode.

Vellekoop: “De vraag is of we ook met het andere been op het water durven te gaan staan. Het gaat nu raken aan onze kerkstructuur. Daarin nieuwe stappen zetten zal op z’n minst onwennig zijn, maar zolang we richting Jezus lopen nemen we - wat mij betreft - die onwennigheid op de koop toe.”

Vellekoop doelt op de inmiddels ruim 250 initiatieven die sinds 2005 vanuit de Protestantse Kerk zijn ontstaan. Nieuwe vormen van kerk-zijn zoals kliederkerken, monastieke initiatieven, leefgemeenschappen, pioniersplekken en meer. Nu deze initiatieven volwassen worden, komen er fundamentele vragen over kerk-zijn op tafel: rond lidmaatschap, de rol van predikanten, sacramenten en de organisatie van de kerk.

Fundamentele vragen

Vragen zoals: Moet lidmaatschap verplicht zijn? Mogen vrijwilligers iemand dopen of moet een predikant dat doen? Ook groeit bij een deel van de initiatieven behoefte aan zelfstandigheid; deze initiatieven lopen echter tegen organisatorische grenzen aan vanwege de huidige kerkorde van de Protestantse Kerk. Tijdens de vergadering van de generale synode gingen de synodeleden in groepen met elkaar in gesprek over een aantal van deze belemmeringen en vragen.

Om deze fundamentele vragen op een zorgvuldige manier te behandelen, is in opdracht van het moderamen is begin 2018 een startpaper geschreven, daarna is er onderzoek gedaan en momenteel wordt gewerkt aan een rapport over de vragen en knelpunten. Op 15 november is er in de synode een verkennende bespreking over een voorproefje van het rapport. Tijdens de synode van april 2019 kunnen er besluiten worden genomen.

Vellekoop benadrukt nog wel dat dit traject niet wordt ondernomen om ‘hip te zijn’. “We doen dit met oog op mensen die nu niet veel met kerk en geloof hebben.”

Een goed gesprek

In januari en februari 2019 is er een ronde ‘Mozaïek van kerkplekken’, voor iedereen die geïnformeerd wil worden over dit traject of feedback wil geven. Er zijn vijf openbare bijeenkomsten:

  • Drachten, 10 januari 2019 (De Arke, Flevo 161)
  • Amsterdam Zuidoost, 22 januari 2019 (De Nieuwe Stad, Luthuliplein 11)
  • Dordrecht, 5 februari 2019 (Andreaskerk, J.v.Heemskerckstraat 19)
  • Apeldoorn, 7 februari 2019 (De Hofstad, Hofveld 52)
  • Eindhoven, 19 februari 2019 (Ontmoetingskerk, Meerkollaan 3)

Alle avonden starten om 20.00 uur, inloop vanaf 19.30 uur. Meld u onderaan deze pagina aan

 »lees verder»