Preek 19 mei Preek 19 mei
Hieronder kunt u de verkondiging lezen over Deuteronomium 6: 1-6 en Johannes 13: 31-35 die gehouden is in de dienst op 19 mei in de Petruskerk.

Wilt u reageren, dat kan naar
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het was enige tijd geleden bij een begrafenis. Martin Braaksma was ouderling van dienst en hij had net als ik een pak aan en een stropdas voor. De begrafenisondernemer kwam de zaal binnen en keek rond wie de voorganger zou zijn. Hij moest nog wat overleggen. En vervolgens liep hij naar Martin toe…

Ja, waar herken je iemand aan? Pas zat ik iets te luisteren en daarin kwam de vraag naar voren: waar herkennen mensen jou aan dat jij christen bent? Ik vond dat best een lastige vraag. Aan de ene kant is het voor mij gemakkelijk: als ik vertel wat voor werk ik doe, weten mensen het wel. Aan de andere kant: als ik het niet zeg, zouden mensen het merken? In wat ik doe en zeg?

Waar herkennen mensen je aan? Het is een vraag die ook speelt in de beide gedeeltes die wij gelezen hebben, het stuk uit Deuteronomium en de woorden uit het evangelie van Johannes. Meer dan de vraag klinkt in deze gedeeltes het antwoord. Hieraan is het volk Israël te herkennen: zij hebben God lief met hart en ziel, en met inzet van al hun krachten. Hieraan zijn de leerlingen van Jezus te herkennen: aan de liefde voor elkaar.

In beide gedeeltes staan de mensen op een drempel. Het volk Israël staat op de drempel om het beloofde land binnen te trekken. Dat beloofde land, Kanaän, was geen leeg land. Er leefden nog andere mensen, met hun gewoontes en gebruiken. Het binnentrekken van het beloofde land betekende ook een heel andere manier van leven. Tot dan toe trok het volk Israël rond als nomaden. In Kanaän krijgen ze te maken met landbouw.

En dat is wel een groot ding. Met landbouw is iets belangrijks verbonden en dat is onzekerheid. Wat gaat het land opbrengen? Zal er voldoende regen komen? Het was een wereld zonder kunstmest, met kans op lange droge periodes. Het volk Israël staat voor de uitdaging om de God die ze als de bevrijder in Egypte hebben leren kennen, de God die met hen door de woestijn is meegetrokken, om die ook te dienen in dat nieuwe, beloofde land.

Ook de leerlingen van Jezus staan op een drempel. De woorden die Jezus spreekt, maken deel uit van Zijn afscheidsrede. Het zijn woorden bij het laatste Avondmaal. Jezus staat aan de vooravond van zijn sterven. Dat sterven betekent dat de leerlingen verder moeten zonder Hem. Zij moeten hun weg vinden met elkaar, zonder de directe aanwezigheid van Jezus. Van leerlingen zullen zij ineens leiders worden. Waar eerst de aandacht naar Jezus uitging, zal die nu naar hen uitgaan. Zij zijn degenen die de kerk vorm zullen moeten geven.

Voor het leven in het beloofde land geeft Mozes het volk Israël een belangrijke aanwijzing en die begint met: ‘Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!’. Deze woorden krijgen betekenis als wij denken aan die landbouwcultuur. In Kanaän werden vruchtbaarheidsgoden vereerd. Je moet toch wat om grip te krijgen op de onzekerheid van de natuur. Dan is de verleiding groot om je tot een vruchtbaarheidsgod te wenden.

Daar komt iets bij. Voor ons is het zo dat wij niet bekend zijn met verschillende goden. God is er of Hij is er niet, zo denken wij. Voor ons geen goden in meervoud. De mensen toen hadden daar niet zo veel moeite mee. Je had oorlogs-/krijgsgoden naast de al genoemde vruchtbaarheidsgoden. Die goden stonden voor die mensen toen niet met elkaar op gespannen voet. Elke God had zo zijn eigen terrein.  Elke plaats had zo ook zijn eigen God.

‘De HEER, onze God, de HEER is de enige.’, hiermee wordt gezegd dat de HEER die het volk bevrijdde uit Egypte ook de God is die vruchtbaarheid geeft, dat, om zo te zeggen, de God van Egypte ook de God van Israël is. God, de HEER, is niet verbonden aan een plaats of aan een bepaald levensterrein. Hij is overal en alles heeft met Hem te maken!

Mozes vervolgt dan zijn aanwijzing voor het volk met de oproep: ‘Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.’ Heel de mens moet meedoen bij het liefhebben van God, het willen, het denken, het voelen. Op een andere plaats in het Oude Testament wordt nog een keer die uitdrukking ‘hart en ziel en met inzet van al uw krachten’ gebruikt. Van de koning Josia wordt gezegd dat hij ‘met hart en ziel en met inzet van al zijn krachten probeerde om de wetten van Mozes na te leven.’ Al zijn krachten, het omvat ook zijn rijkdom, zijn politieke macht. De liefde voor God is niet alleen een zaak van je lijf, ook je bezit, je invloed doet mee.

Zoveel liefde moeten de Israëlieten voor God aan de dag leggen, eenzelfde soort liefde vraagt Jezus van zijn leerlingen: ‘Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’

Nu is er iets bijzonders aan wat Jezus zegt: ‘Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.’ Wat is daar nou zo nieuw aan? In ons eerste lezing hoorde wij al over liefde… Je kunt tegenwerpen: dat ging over de liefde tot God. In ieder geval staat er in Leviticus 19: ‘Heb je naaste lief als jezelf.’ Dat toch ongeveer hetzelfde als Jezus tegen zijn leerlingen.

Het nieuwe zit hem dus niet in dat het nooit eerder is gezegd, het zit hem in de invulling van die liefde. Jezus geeft later in het Johannesevangelie opnieuw deze opdracht, maar voegt er dan wat aan toe: ‘Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.’ Als het voor Jezus gaat om de liefde, is het een radicale liefde, een liefde tot het einde toe. Een liefde waarin Jezus zelf onderdoor ging. Hij gaf zijn leven voor zijn vrienden. Nu vraagt hij zijn leerlingen op dezelfde manier lief te hebben.    

Zo raken wij weer aan de vraag van het begin: waar herken je iemand aan? Nu is de vraag iets anders: Waar herken je de liefde van de leerlingen van Jezus aan? Aan mensen die voor elkaar door het vuur gaan, die zichzelf helemaal geven. Als je die liefde ziet, weet je: dat is een leerling van Jezus.

Waar herken je iemand aan? Volgens Mozes herken je een echte Israëliet aan zijn liefde voor God de HEER als de enige. Een leerling van Jezus herken je volgens Jezus aan de liefde voor elkaar, aan een radicale liefde. ‘Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.’ En ja, waar worden wij aan herkend?

Pas was ik in gesprek met iemand, iemand zonder binding met de kerk of het geloof. Ik weet niet meer hoe het gesprek erop kwam, maar diegene zei: ‘Ik zie vooral de negatieve kanten van het geloof.’ Ik moet zeggen dat die opmerking mij een beetje van mijn stuk bracht. Ik was daar niet op verdacht. Zijn negatieve kijk op het geloof had te maken met zijn familiegeschiedenis, maar veel meer ook met het wereldgebeuren. De strijd in Afghanistan, hoe moslimterroristen daar dood en verderf zaaien. De oorlog in Joegoslavië.

Elke oorlog is verschrikkelijk. Deze oorlog deed mij, toen ik er langer over nadacht, extra pijn. Het waren de Serviërs die huishielden in Bosnië.  Bosniërs waren moslims en de Serviërs waren orthodoxe christenen… Liefde? Dat was daar ver te zoeken. Waaraan werden gelovigen herkend? Nou, aan hun haat en hun geweld… Niet aan de eigenschappen waaraan zij herkend zouden moeten worden! 

Nu is het wel dat die woorden van Mozes en die van Jezus geen feiten zijn maar normen. Er zit verschil tussen als je zegt ‘een christen is liefdevol’ of ‘een christen behoort liefdevol te zijn’. In dat geval kan het voorkomen dat christenen niet altijd vol liefde zijn... Ik denk dat wij daarvan uit moeten gaan. Het is geen vaststelling maar een opdracht, een uitdaging om die woorden van Mozes en Jezus op te volgen.

En dat is in mijn ogen een heel actuele, prikkelende opdracht, omdat wij volgens mij als christenen steeds minder gaan verschillen van de wereld om ons heen. Op sommige plaatsen kun je christenen nog herkennen aan hun kledingstijl: de haardracht, de rok, maar wij hebben dat niet zo. Ook in gebruiken wordt het verschil minder geworden: veranderende waarden rond huwelijk en samenwonen, veranderde invulling van de zondag. Nu hoeft het niet erg te zijn als kerk en wereld op elkaar gaan lijken. Als je dezelfde normen en waarden nastreeft, is dat geen probleem. Maar ik betwijfel of de normen en waarden van de kerk en onze samenleving overal gelijk zijn…

Mozes roept het volk Israël op om God te vereren als de enige. Ook wij willen gaan in het spoor van het volk Israël, ook wij staan voor de uitdaging om alleen God te vereren. Dan roept de vraag op naar de goden van onze wereld, onze eigen goden. Wij leven in een samenleving die zo gericht is op prestaties, op dingen bereiken. Al die prestaties vragen om offers. Offers, dat is een woord dat verbonden is met goden. Het offer van tijd, van energie, van aandacht.

Zo kun je jezelf de vraag stellen: waar zit vooral mijn tijd in, mijn energie, mijn aandacht en past dat bij het streven om God de HEER als de enige god in ons leven te hebben, om Hem lief te hebben met hart en ziel en met inzet van al je krachten. Met je bezit, met je invloed.

De HEER dienen als de enige, dat is een ding. Jezus zet daarnaast: ‘Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.’ Liefde is een woord dat vaak klinkt in de kerk en ik vind het ook een lastig woord: wat wordt er precies mee bedoeld? Wat is het voor liefde? Deze week las ik een artikel en daarin werd liefde omschreven je jezelf openstellen, als je jezelf blootgeven over wat er binnenin je leeft, over die dingen die niet aan de buitenkant gezien kunnen worden.

Ik vind het een hele mooie omschrijving van liefde, van liefde voor elkaar. Want wat gebeurt er als iemand zich blootgeeft? Dan ontstaat er vertrouwen, je leert elkaar kennen van hart tot hart. Dan ga je elkaar waarderen, er ontstaat een ruimte waarbinnen je van elkaar kunt verschillen en toch met elkaar verbonden blijft.

Deze liefde houdt jezelf geven in. Deze liefde vraagt om een open oor en een open hart. Als die ander iets wil laten zien van zichzelf, moet je daar wel open voorstaan, naar luisteren. Dan moet je ook iets van jezelf laten zien.

Waar herken je iemand aan? Ik hoop dat wij als wij gaan in de voetsporen van Jezus, worden herkend dat voor ons God de HEER de enige is, dat wij herkend worden aan onze liefde, voor elkaar, voor ieder die op ons pad komt. Een open hart naar de ander toe, een open hart voor de ander. Als dat gebeurt, kan niemand zich meer vergissen en weten zij het zeker: dat moeten wel leerlingen van Jezus zijn!

Amen
 
terug