Preek 15 juli Preek 15 juli

Hieronder kunt u de verkondiging lezen over Marcus 6: 6b-13 die gehouden is in de dienst op 15 juli in de Andreaskerk.

Als u wilt reageren, kan dat naar .
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
 
Nog een week en dan beginnen de schoolvakanties. Ik denk dat verschillende van ons wel op vakantie zullen gaan. Bij op vakantie gaan is altijd een angst bij mij. Je hebt iets geboekt, de plaatjes zagen er op internet heel mooi uit, ook de recensies waren goed, maar zal het daar ook zo zijn als je verwacht? Je wilt niet terechtkomen op een luidruchtige camping, in een vies huisje of bij onvriendelijke mensen.     
 
Zo heb je voor op vakantie gaan wel vertrouwen nodig, geloof dat het goed komt, het leuk wordt. Dat vertrouwen wordt meer momenten van ons gevraagd. Bijvoorbeeld van de kinderen die vandaag afscheid nemen van de kindernevendienst. Zij beginnen aan iets nieuws, beginnen na de zomer op een nieuwe school. Spannend lijkt mij. Je moet vertrouwen hebben dat je op de goede plek terecht komt, je nieuwe vrienden en vriendinnen zult maken.
 
Spannend voor hen, maar ik denk ook voor ouders. De kleine overzichtelijke wereld die er was, verdwijnt. Altijd is er de vraag, de angst: zullen zij goed terechtkomen? Zijn ze welkom op die nieuwe plek? Zullen zij daar hun draai vinden?  Hebben wij de juiste keuze gemaakt voor deze school? 
 
Vertrouwen hebben, ervan uitgaan dat het goed komt, vanuit die bril heb ik naar het verhaal uit Marcus gekeken dat wij vandaag gelezen hebben. Wij hebben gehoord over Jezus die zijn twaalf leerlingen twee aan twee erop uitstuurt, de wereld in. Zij mogen op hun reis niets meenemen, geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok. Ze moeten vertrouwen hebben dat waar ze komen, ze daar gastvrij onthaald zullen worden. Of dat er in ieder geval mensen zullen zijn die voor hen zullen zorgen.
 
Zo’n uitzending van die leerlingen brengt de vraag met zich mee waarom Jezus dat doet, waarom stuurt hij zijn leerlingen twee aan twee eropuit? Eerder in dit evangelie van Marcus kunnen wij lezen dat Jezus er al op zinspeelde dat dit zou kunnen gebeuren. Bij de roeping van de leerlingen horen wij dat zij als taak krijgen: bij Jezus zijn, met Hem meegaan en dat Jezus van plan was om hen uit te zenden om het goede nieuws te vertellen. Daarbij kregen zij ook nog eens de macht om demonen uit te drijven.  Als Jezus hier de leerlingen eropuit stuurt, vervult hij het plan dat hij had.
 
Nu staat deze uitzending van die leerlingen wel op een bijzonder moment in het evangelie. In het verhaal dat hiervoor staat, ging het niet goed met Jezus en met zijn missie. Jezus was in zijn geboortedorp, Nazaret. Daar gaf hij in de synagoge onderwijs, maar een warm welkom kreeg hij daar niet. De mensen smoesden met elkaar: ‘Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan Hem.’ Jezus wordt zijn eigen dorp uit gepest. Juist op de plaats waar je denkt: daar voel ik mij goed, veilig, je geboortedorp, daar is hij niet welkom.
 
Die reactie had niet alleen invloed op Jezus – hij was verbaasd over hun ongeloof – maar ook op dat wat zichtbaar werd in wat hij deed en zei: het koninkrijk van God. Het lukte hem niet om daar veel wonderen te doen, slechts enkele zieken werden genezen. Het koninkrijk van God, Gods nieuwe wereld, kwam voor een grens te staan. Mensen hielden het tegen.
 
Juist nu het tegenloopt met Jezus’ missie, worden die leerlingen eropuit gestuurd. Jezus trekt zich niet terug, trekt de leerlingen niet terug, maar gooit er eerder een schepje bovenop. Daar spreekt vertrouwen uit, dat er toch plaatsen zullen zijn waar het evangelie, het koninkrijk van God wel welkom zal zijn.
 
Zo gaan die leerlingen op pad. Met een stok mee en sandalen aan, maar zonder brood, reistas en geld. Het is zo’n aanwijzing die je voor vragen stelt. Waarom niet wat geld meenemen? Je weet maar nooit... Beter mee verlegen dan om verlegen, zou ik denken. Maar die voorzorgsmaatregelen staan voor Jezus op gespannen voet met de boodschap die de leerlingen brengen, die van het koninkrijk van God.
 
Als dat koninkrijk aan je leven raakt, aan de levens van de mensen die de leerlingen ontmoeten, vraagt dat om een andere houding dan als je iets koopt in een winkel. Je geeft geld en dan de jas, het pak melk van jou. Het koninkrijk van God vraagt meer. Het vraagt om een reactie, een reactie van inkeer. Een reactie van gastvrijheid. De mensen hartelijk verwelkomen die in Gods naam komen.
Nu houdt Jezus er wel al rekening mee dat niet iedereen staat te popelen als die leerlingen langskomen. Sommigen zullen niet gastvrij zijn, anderen zullen geen zin hebben in de boodschap. Voor die momenten krijgen de leerlingen een aanwijzing mee: dan moeten ze het stof van hun voeten moeten schudden als teken dat ze niets met hen te maken willen hebben.
 
Stof van je voeten schudden, Joden deden dat als ze op een buitenlandse reis waren geweest. Ze schudden het heidense zand van hun voeten af, zodat niet de heilige grond, Israël, verontreinigd zou worden. Zo is hier ook een teken van scheiding maken, tussen heilig en onrein: tot hier is het koninkrijk van God gekomen, weet dat wel! En nu nog bij jou...
 
Als wij het verhaal mogen geloven, hebben de leerlingen dat niet nodig gehad. ‘Ze gingen op weg en maakten het goede nieuws bekend om mensen tot inkeer te brengen, en zij dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen.’ Iedereen lijkt wel oren gehad te hebben naar hun verhaal. Zorgeloos konden ze op pad, gastvrij werden ze onthaald,
 
De leerlingen, zij werden eropuit gestuurd, de wereld in en zij moesten vertrouwen hebben dat ze niets nodig hadden voor onderweg, dat er mensen zouden zijn die hen gastvrij zouden ontvangen, er mensen zouden zijn die openstonden voor de boodschap die zij brachten, een boodschap over Gods nieuwe wereld.
 
Eropuit gestuurd, ik hoorde eens een verhaal over theologiestudenten in Zuid-Korea. Voordat zij predikant mochten worden, moesten zij eerst een eigen gemeente stichten. Zij moesten op pad om zelf een kerk te bouwen. Ik weet nog wel wat ik toen dacht: ‘Gelukkig leef ik niet in Zuid-Korea…’ Ik had dat absoluut niet zien zitten.
 
Zo’n verhaal als vandaag brengt die herinnering naar boven. Het is nogal wat om op dezelfde manier als die leerlingen op weg te gaan. Vol vertrouwen, vertrouwen hebbend dat je gastvrij onthaald wordt, er mensen zullen zijn die zich willen voorbereiden op het koninkrijk van God.
Bijbeluitleggers denken dat Marcus dit verhaal vertelt juist voor de tijd als Jezus er niet meer is, voor na Pasen. Als de leerlingen het zelf moeten doen, de wereld overgaan om het goede nieuws te brengen. Zij het evangelie moeten verspreiden.
En in die beweging van de leerlingen worden wij opgenomen om als mensen op eenzelfde manier bezig te zijn, op pad te gaan. Ook wij leven na Pasen.
 
Ik kan genoeg redenen bedenken waarom wij dat niet zouden doen, niet die leerlingen volgen. Waarom wij die boodschap gewoon naast ons neer zouden leggen. Tja, wie zit er op onze boodschap te wachten? De kerken kalven af. Wat er aan de bovenkant afgaat, leden die overlijden, komt er aan de onderkant niet meer bij.  En dat niet alleen, ook uit het midden verdwijnt veel.
 
Het lijkt ook wel of de boodschap zijn kracht verloren heeft. Vroeger wel aansprak, maar nu niet meer. Veel mensen vinden veel andere dingen belangrijker dan de kerk. Er is nog vaak wel een vermoeden dat er meer is, meer dan wat wij zien, maar die overtuiging krijgt geen handen en voeten.  Het is ook niet zo nodig, is het gevoel dan.
 
Zo heeft onze situatie wel wat weg van die van Jezus die in zijn vaderstad, Nazaret, merkte dat de mensen geen oren hadden naar zijn boodschap. Ze zagen het niet zitten, zagen hem niet zitten, ‘Ach, kom niet aan met die praatjes bij ons. Wij weten wel wie je bent.’  Jezus liet zich echter niet weerhouden, gooide er zelfs een schepje bovenop. Ook zijn leerlingen moesten in actie komen. Gods nieuwe wereld is niet tegen te houden.
 
Zo worden ook wij aangespoord: laat je niet verlammen. Verlies de moed niet! Blijf hoopvol. Ga met vertrouwen, ga in vertrouwen dat het goed komt.
 
Dat brengt ons terug bij deze dienst, als er kinderen zijn die de overstap maken, van de kindernevendienst naar de jeugdkerk, van een school hier in het dorp naar een school in een ander plaats. Het zijn overstappen die iets spannends in zich hebben. Als kind kun je elke zondag naar de nevendienst, een dienst ongedwongener, vrijer, meer op niveau dan hier. Als jongere moet je opnieuw je plek vinden, in deze gemeenschap. De tienerjaren zijn ook een tijd waarin alles wat meegeven is aan normen en waarden, aan geloof gewogen wordt. Is het iets van mijzelf? Voel ik mij vertrouwd met het geloof? Wil ik erbij horen?
 
Dat proces hoort bij de leeftijd, het is ook goed: het maakt je een eigen persoon, met eigen keuzes. Toch is het een onzeker proces, waarbij je niet weet wat er uitkomt, waarbij ik altijd hoop dat deze gemeenschap ook hun gemeenschap blijft, wordt.
 
Ons verhaal spoort ons aan om dat proces met vertrouwen tegemoet te gaan. Een zorgeloosheid te hebben, niet te veel bezig zijn met zekerheden. Met de vormen waarmee wij zo vertrouwd mee zijn. Gods wereld is groot, wie daar in vertrouwen in reist, merkt dat er openheid is. Het verhaal verder gaat, steeds opnieuw, in nieuwe generaties.
 
Het verhaal gaat verder… Niet alleen bij anderen maar ook bij ons. Wij zijn mensen die reageren op dat koninkrijk van God, op Gods nieuwe wereld, op Jezus en zijn verhaal. Het heeft uiteindelijk alles te maken met onszelf, hoe wij ermee omgaan. Wat doen wij met die boodschap van Jezus, met Zijn koninkrijk? Hoe zijn wij ermee bezig?
 
Een open oor, gastvrijheid, dat waren voor de leerlingen tekenen dat zij aan het goede adres waren, dat Gods koninkrijk verder ging. Een open oor, ook wij moeten ons daar steeds opnieuw in trainen. Het leven, de gang van alle dag, het kan ons zo opslokken, dat er weinig tijd overblijft voor God en zijn koninkrijk. Wij moeten ons ervoor inspannen. Gastvrij zijn voor die boodschap, voor hen die komen in de naam van de Heer.
 
Nieuwe situaties, je weet het nooit. Altijd is er onzekerheid wat het zal brengen. De leerlingen worden eropuit gestuurd om op weg te gaan in vertrouwen dat hun boodschap mensen zal raken, er mensen zullen zijn die voor hen zullen zorgen. In dat vertrouwen mogen wij delen.
 
Amen
 

terug