PKN
Protestantse Gemeente Leens-Mensingeweer
 
Preek 17 september Preek 17 september

Hieronder kunt u de preek lezen over Lucas 17: 11-19 die gehouden is in de Andreaskerk. In deze dienst vierden wij het Avondmaal.

Als u wilt reageren, kan dat naar
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
 
Het was een warme middag op de savanne. De leeuw probeerde te slapen, maar het lukte hem niet. Het lied van een vogel hield hem uit de slaap. ‘Hou je snavel eens dicht,’ gromde de leeuw naar de vogel, maar de vogel ging rustig verder met zingen. ‘Vogel, waarom zing je steeds’, vroeg de leeuw. ‘Nou, er zijn zoveel dingen die ik zie en meemaak en daarover wil ik zingen.’, antwoordde de vogel. ‘Maar kun je niet in stilte tevreden zijn’, zei de leeuw, ‘dan kan ik in ieder geval slapen.’ ‘Nee, dat lukt niet’, was het antwoord van de vogel, ‘ik wil dat iedereen het hoort’ en hij zong nog harder dan tevoren. De leeuw zag geen andere oplossing dan opstaan en ergens anders te gaan liggen.
 
De afgelopen drie weken was ik op nascholing en een van de dingen die daarin naar voren kwam, was dat er veel wordt gevoeld en gedacht, maar niet altijd wordt gezegd.  Juist datgene wat gezegd zou moeten worden, blijft onuitgesproken.
 
Dat is niet iets waar alleen predikanten mee worstelen. Ik kom het nog weleens tegen, bij een begrafenis bijvoorbeeld dat iemand zegt: mijn vader of moeder zei nooit tegen mij ‘ik houd van je’ of ‘ik ben trots op jou’.  Vaak was er die liefde of trots wel, maar die kreeg geen woorden. Trots zijn in stilte, liefhebben in stilte, zonder dat een ander het hoort.
 
Juist dat uitzingen, uitspreken, uitschreeuwen kan zoveel verschil maken. Het is volgens mij het verschil tussen die ene man en die negen anderen in het verhaal dat wij gelezen hebben. Tien worden er genezen, maar wij horen maar over een die zich uitspreekt. Juist die man wordt door Jezus gelukkig geprezen: ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered!’
 
Als ik bezig ben met een Bijbelgedeelte, komen er allemaal gedachten bij mij op. Vaak is er wel iets dat bij mij haakt. Een van de eerste gedachten bij dit gedeelte was aan dat danken dat die man doet. Hij looft God en dankt Jezus. Dat danken zou ook een mooie verbinding kunnen vormen met wat wij vandaag doen, avondmaalvieren. In de katholieke traditie wordt het avondmaal eucharistie genoemd. Eucharistie is Grieks voor dankzeggen.  Het avondmaal als een vorm van dankzeggen.
 
Hoe langer ik er over dat danken nadacht, hoe ongemakkelijker ik mij daarbij voelde, want de een is dankbaar, blij met alles wat er is. Maar een ander kan zich zo ver daarvan verwijderd voelen, als het leven niet gaat zoals je graag zou zien, als er ontzettend veel moeite is, verdriet. Dan is dankbaarheid niet altijd iets dat in je naar boven borrelt. Daarom zou ik deze tekst breder willen trekken: niet alleen als voorbeeld van danken, maar veel meer als een voorbeeld van je uitspreken, woorden geven aan dat wat er in je leeft.
 
Het verhaal dat wij gelezen hebben, vindt plaats als Jezus op weg is naar Jeruzalem. Drie jaar heeft hij rondgetrokken in Galilea, in het noorden van Israël. Nu heeft hij zijn blik gericht op Jeruzalem en hij weet ook wat dat gaat brengen: het zal zijn dood worden. Op weg daarnaartoe vindt er die ontmoeting plaats tussen Jezus en die tien mensen.
 
In de beschrijving van die ontmoeting komen wij de gewoontes uit die tijd tegen. Mensen met huidvraat – wij weten niet precies wat voor ziekte het was, in ieder geval iets met de huid, maar waarschijnlijk geen lepra – moesten buiten het dorp leven en als zij iemand tegenkwamen, moesten zij afstand houden. Ze waren onrein en vielen buiten de samenleving. Als je deze ziekte had, was een het een drie dubbel lijden: het lijden onder de ziekte, het lijden onder de afstand tot je familie en het lijden dat je niet in de tempel mocht komen,
 
Als deze mensen Jezus zien wanneer hij het dorp wil binnengaan, roepen zij naar hem: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons.’ Die vraag van hen is heel open. Wat is het precies wat zij van Jezus verwachten? Medelijden, is dat even naast hen zitten? Jezus beantwoordt hun vraag met een opdracht: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’
 
Het waren de priesters die iemand rein konden verklaren. Zij waren de poortwachters tussen rein en onrein, tussen buiten de samenleving en erin.  Deze mensen moet daarnaartoe. Het gekke is dan wel dat, terwijl ze nog ziek zijn zij naar de priesters moeten. Er is een daad van vertrouwen nodig om te doen wat Jezus zegt. Allen tien doen zij het en terwijl ze op weg gaan, worden genezen.
 
Dan wordt het in dit verhaal rond negen van die mensen stil. Wat zij doen, we weten het niet. Lopen zij door naar de priesters zoals Jezus dat gezegd had? Het blijft een raadsel. Wat we weten, is dat een van hen terugkomt en God looft met luide stem. Het gaat zelfs zover, dat hij zich voor Jezus’ voeten neer gooit om hem te danken. Dan staat er een klein zinnetje: ‘Het was een Samaritaan.’
 
De Samaritanen waren geen vrienden van de Joden. Pas las ik over twee voorvallen tussen de Samaritanen en de Joden in die tijd van Jezus. Die voorvallen laten de haat zien die er was tussen beide groepen. Vlak voor het Pesachfeest had een groep Samaritanen menselijke botten op het plein van het voorhof van de tempel gegooid. De tempel was zodoende ontwijd en het Pesachfeest kon niet gevierd worden. Als je zoiets doet, raak je de Jood midden in zijn hart. Tien jaar na Jezus’ dood gebeurde het dat Samaritanen Joodse pelgrims die op weg waren naar Jeruzalem, aanvielen. Er zat ontzettend spanning tussen beide groepen. Gloeiende haat!
 
Nu is het juist een Samaritaan die terugkomt en woorden geeft aan zijn gevoel. Dat roept verbazing op bij Jezus: ‘‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’
 
Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’ De Samaritaan blijkt de enige te zijn die erkent, herkent wat er gebeurt. Hij is genezen door de God en dat is gebeurd door Jezus. Met die genezing kan hij niet in stilte tevreden zijn. Hij is als die vogel die zich niet stil kan houden en het uit moet zingen.
 
Zijn woorden wekken geen wrevel op. Het is door het uitspreken van die woorden dat Jezus hem prijst. Uw geloof heeft U gered! Jij hebt het gezien, jij maakt deel uit van mijn koninkrijk.
 
Als wij hier vanochtend samen zijn, dan doen wij niets anders dan steeds weer ons uitspreken. Wij spreken ons uit in het gebed. Daarin proberen wij woorden te geven aan dat wat in ons leeft, onze zorgen, onze dank, onze vragen, ons verlangen. We spreken ons uit, omdat wij niet willen zwijgen, niet kunnen zwijgen. Wij richten ons tot God.
 
Voor mij voelde dit verhaal over die ene man ook als een gelijkenis voor onze tijd, voor de plaats van de kerk in deze wereld. Het lijkt wel of velen het voldoende vinden om het leven te nemen zoals het is, met de mooie kanten, met de donkere, zonder daarbij God aan te roepen. Aan te spreken. Zich tot Hem te richten. Alles wat wij kunnen zien wordt genomen als het laatste woord. De open hemel wordt niet herkend.
 
Dan kan het gemakkelijk zijn om daarbij te wijzen naar anderen, maar vaak vind je die houding ook bij jezelf. Het valt ons niet altijd gemakkelijk om ons uit te spreken naar God toe, omdat wij opgaan in de vaart van het leven, omdat God voor ons niet meer vanzelfsprekend is geworden, omdat wij wel willen maar niet weten hoe. Hoe de boosheid, het verdriet en de angst verwoord kunnen worden.
 
Je uitspreken naar God toe, in deze dienst waarin wij het avondmaal vieren, laten wij ons meevoeren door de woorden die generaties voor ons al gebruikten bij het vieren van het Avondmaal. Wij stemmen met hen in: ‘Ja, heilzaam is het en goed, o Heer, U te loven en te danken te allen tijde.’ Het avondmaal is de eeuwen door een plaats geweest om woorden te geven aan dank, aan verwondering, is de plaats waar voorbede klinken: voor de nood in de wereld, voor de nood in ons leven.
 
Het Avondmaal als dankzegging, die dank is er omdat die weg die Jezus ging in zijn leven, niet eindigde bij de dood, maar Hij werd opgewekt. Die dank is er, omdat dat de betekenis van zijn leven niet eindigt bij die opstanding, maar betekenis heeft voor iedereen die hem navolgt. Achter Hem aan gaat. In Hem gelooft.
 
‘Neem en eet, dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt. Neemt en drinkt alleen daaruit, want deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, voor u vergoten tot vergeving van zonden.’
 
Het is die vergeving die wij vieren in het Avondmaal. Wij doen dat hier door brood en wijn met elkaar te delen. Dat aan elkaar door te geven.
 
Wij kunnen dat doen in het leven van alledag door woorden te geven aan dat wat in ons leeft. Soms zijn de woorden van dank, misschien wel vaak. Soms is het een verzuchting. En die mag er zijn. Het is het geloof dat wij God kunnen aanspreken, in onze dank, in de verwarring en de twijfels.  
 
De leeuw sjokte verder in de brandende zon, op zoek naar een plaats waar het wel stil was. Hoe langer hij liep, hoe stiller het werd. Alle geluiden stierven weg. Hier moet ik zijn, dacht de leeuw. Hij keek nog een keer rond voordat hij ging liggen. Wat is dat? Is hier dan toch een vogel, bromde hij. Hij keek nog eens en ja, er was een vogel, maar de vogel zweeg. Vogel, waarom zing je niet, zei de leeuw.  ‘Er is hier niemand die met mij mee wil zingen’, antwoordde de vogel. ‘Wil jij soms meezingen, leeuw?’ ‘Maar ik kan niet zingen en ik ben helemaal niet vrolijk’, bromde de leeuw. ‘Maar dat is helemaal geen probleem’ antwoordde de vogel: ‘Ik zing wel, als jij dan brult...’ ‘Dat is goed’ zei de leeuw. Hij begon toch te brullen… Hij vergat helemaal hoe moe hij was.
 

Amen
 

 
 
Nieuws!
Kijk op de nieuwspagina voor actueel kerknieuws!
 
Nieuws van de diaconie
Informatie over de collecten 
 
Onze kerk op facebook!
Wij zijn ook te vinden op Facebook, klik hier om onze pagina te bekijken!
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.