Historie Andreaskerk

Historie Andreaskerk

De Andreaskerk in Leens

Inleiding
Na de Afscheiding onder ds. De Cock in Ulrum in 1834 werd overal in Nederland dit voorbeeld gevolgd, ook in Leens. In 1835 werd hier de Christelijk Afgescheidene Gemeente gevormd. In de jaren daarna werden overal in Nederland van deze kerken gevormd en erkend. Sinds 1869 noemden deze gemeente zichzelf Christelijk Gereformeerde Kerk. In 1886 was er een tweede afscheiding uit de Hervormde Kerk onder ds. Abraham Kuiper (de Doleantie). De beide groepen afgescheidenen gingen gezamenlijk optrekken en vormden in 1892 de Gereformeerde Kerk. In 1944 scheidden de Vrijgemaakten zich hiervan af van de Gereformeerde Kerk (synodaal). In Leens werd met de vorming van de Protestantse Kerk Leens-Mensingeweer per 1 januari 2009 de Gereformeerde Kerk Leens opgeheven.

De ontstaansgeschiedenis van de gemeente
Ook in Leens, dat zo dicht bij Ulrum lag, werd spoedig na de Afscheiding een eigen gemeente gevormd. Op 15 december 1835 was het al zo ver. Het eerste kind dat werd gedoopt volgens het doopregister was Gerrit Allershof Hekma een zoon van Freerk Jans Hekma en zijn vrouw Anje Gerrits Allershof. De bakermat van de nieuwe gemeente moet niet in Leens maar in Zuurdijk worden gezocht.
Al in het begin van 1835 werden op de boerderij Castor van Freerk Jans Hekma aan de Hoofdweg 18 in Zuurdijk samenkomsten gehouden. We moeten hierbij bedenken dat deze kerkdiensten toen bij de wet verboden waren. Van een dienst op 5 juni 1836, in het karnhuis van de boerderij Castor, werd proces verbaal opgemaakt. Bij die dienst waren ongeveer 30 aanwezigen. Veldwachter Wiersum viel binnen terwijl Hekma bezig was met het gebed. Een opdracht om de dienst te staken werd geweigerd. De ouderlingen Hekma en Van der Kooi kregen ieder een boete van f 100,-- + f 14,09½ aan proceskosten. Al met al kan Hekma als belangrijkste grondlegger van de nieuwe gemeente worden beschouwd.
Tussen 1835 en 1838 werden in het geheel geen kerkenraadsvergaderingen gehouden. Op 6 juni 1838 wordt weer eentje gehouden in het huis van Hekma. Na verloop van tijd werd dit kerkgenootschap toegestaan door het rijk.

Het wel en wee van predikanten
Na de eerste bewogen jaren met uiteenlopende conflicten werd midden 1840 voor de nieuw te beroepen predikant het traktement vastgesteld. Een ongehuwde leraar kon f 350,-- per jaar verdienen en een gehuwde f 400,--. De gemeente kreeg in de persoon van ds. H.J. Wind haar eerste predikant. Hij kwam in 1840 uit Rottum hier heen. In 1844 kreeg de vrouw van Hekma en een aantal andere leden een diepgaand conflict met dominee Wind. Nagenoeg de hele gemeente werd daar bij betrokken. Pogingen om in het conflict te bemiddelen mislukten en op een gegeven moment blijkt dat men van Ds. Wind af wil. Dat gebeurt ook want hij overlijdt in 1848 in Hallum (Friesland) als hij daar is om naar die gemeente een beroep aan te nemen. Op 18 september 1850 overlijdt Hekma op 44-jarige leeftijd. Dit sterfgeval maakte geen eind aan het conflict want de weduwe weigert zelfs om kerkengeld te betalen. Aan het conflict komt pas een eind als zij een jaar later ook overlijdt op 46-jarige leeftijd.

De gemeente heeft de volgende predikanten gehad:

1840-1848 H. J. Wind
1849-1886 R.K. Hummelen J. Breukelaar
1891-1928 G. van der Munnik
1930-1934 G. Lugtigheid
1934-1945 F. Boonstra
1945-1951 J. van der Staal
1953- 1966 J.S. van den Bos
1968-1974 J. Bulthuis
1977-1994 E. Wigboldus
1997-2007 E.S.A. van Buuren
2007-2010 J. Gerrits
2010-2020 M. Pronk

Ter nagedachtenis aan ds. G. van der Munnik werd in Leens naar hem in 1975 een straat genoemd.. Voor de Gereformeerde gemeenschap van Schouwerzijl heeft deze dominee erg veel gedaan. Hij kwam uit Nieuwolda naar Leens en werd bevestigd op 6 september 1891. Op 29 april 1928 ging hij met emeritaat maar heeft nog geen maand van de rust mogen genieten want hij overleed op 16 mei 1928. Twee van zijn zonen zijn in de provincie Groningen burgemeester geweest.
Tijdens het verblijf van ds. Lugtigheid werd in Kruisweg op 11 juni 1933 een dochterkerk gesticht. Voordien moesten de Gereformeerden van Hornhuizen en Kloosterburen in Leens naar de kerk en behoorde praktisch de hele burgerlijke gemeente Kloosterburen sinds 1844 tot het werkgebied van de Leenster predikant.
Ds. Boonstra was op 9 december 1934 van de gemeente van Kollumerpomp naar Leens gekomen. Hij ging in 1945 met de vrijmaking mee evenals 60 % van de gemeente en een minderheid van de kerkenraad. Hierdoor halveerde op 12 juni 1945 het ledental. Bij rechterlijke uitspraak werden de bezittingen aan het deel van de gemeente, dat niet met de vrijmaking meeging, toegewezen.

Het kerkgebouw en de bijgebouwen
Toen de eerste problemen het hoofd waren geboden en de gemeente in rustiger vaarwater was aangeland, ging de kerkenraad nadenken over de bouw van een kerk. In juni 1840 werd bij Hekma samen met de kerkenraad van Ulrum een vergadering gehouden om te proberen samen met haar één kerk te stichten. Dit leidde niet tot overeenstemming zodat op 18 juni direct werd besloten om in Leens een kerk te bouwen. Het gebouw kreeg een lengte van 60 voet en een breedte van 40 voet. De bouw werd opgedragen aan Luitjen Reitsma en Hendrik Alberts Kamphuis voor f 675,--. In november 1840 werd nog eens met Ulrum gesproken om gezamenlijk één kerk te bouwen maar de Ulrumers wilden dat de kerk daar kwam te staan waardoor dit plan niet doorging. In 1841 werd overgegaan tot de bouw van een kerk met toren, een pastorie en een armhuis aan de Valge.
De kerkgemeente groeit als kool zodat de kerk spoedig te klein is. Veel mensen moesten tijdens de diensten staan en het was er benauwd. Kerkbezoek, zo staat in de notulen uit die tijd, wordt daardoor schadelijk voor de gezondheid. Ds. R.K. Hummelen legde op 24 mei 1866 de eerste steen voor een nieuwe kerk, waarbij hij een preek hield over I Samuel 7 : 12. Men had vroeger minder tijd nodig voor de bouw van een kerk dan tegenwoordig want op zondag 16 september 1866 werd hij al in gebruik genomen. In deze dienst werd gepreekt over de tekst I Koningen 8 : 30. Er werden die dag twee diensten gehouden die beide door meer dan 1000 mensen werden bezocht.
De kerktoren aan de Valge 22 werd in 1912 herbouwd. In de plaats van een bolvormige toren werd het bouwwerk voorzien van torenspits die ongeveer 25 meter hoog is.
De kerk werd grondig hersteld, toen ds. Van den Bos hier predikant was, en op 17 maart 1954 werd, met een preek naar aanleiding van Lucas 11 : 5-8, de kerk opnieuw in gebruik genomen.
In 1926 werd achter de kerk het gebouw Pro Rege in gebruik genomen met daaraan gebouwd de kosterswoning aan de Achtervalge 11. Omstreeks 1962 werd dit pand getroffen door een brand zodat alleen de muren nog overeind stonden. Hierdoor moest de zaak in de jaren 1962/1964 grondig worden verbouwd. In 1982 werd Pro Rege uitgebreid met een vergaderruimte aan de Achtervalge 11 dat de naam Het Achterdeel meekreeg.

Het Bader-orgel
Toen nog geen orgel in de kerk aanwezig was, werd het zingen van de liederen geleid door voorzangers. In de kerk is een tweeklaviersorgel aanwezig die in 1840 werd gebouwd voor de Hervormde Kerk van Arum in Friesland. Deze werd in 1846 ingrijpend verbouwd door H. Wardorff uit Leeuwarden. In 1888 plaatste de firma Leichel uit Arnhem dit orgel op de nieuw gebouwde gaanderij in deze kerk nadat het instrument voor f 3500,-- was gekocht. Het orgel werd in 1985 gerestaureerd door Bakker en Timmenga uit Leeuwarden en staat sinds 1994 op de rijksmonumentenlijst.

 

terug